Hij droeg een T-shirt waarop 'I love Shiatsu 1988' stond

Om het oude jaar uit te luiden, of het nieuwe jaar in, of eigenlijk zomaar, belde ik de Japanse massagesalon.

Ik was nog nooit bij de Japanse massagesalon geweest, maar ik had er lyrische verhalen over gehoord. En niet-lyrische verhalen, van iemand die er ‘de ergste pijnen ooit’ had doorstaan. Maar op de een of andere manier vond ik ‘de ergste pijnen ooit’ wel reclame.

Van tevoren had ik informatie ingewonnen over de sociale codes bij de Japanse massage. Die waren eenvoudig. Ik kreeg, vertelden de ingewijden, ter plaatse een grote katoenen pyjama aan, en dan zou ik een uur lang gemasseerd worden.

Toen ik in het massagehokje stond, in de grote pyjama, verscheen er ineens een kleine Japanse man. Hij droeg een T-shirt waarop ‘I love Shiatsu 1988’ stond.

De man vroeg me in het Engels wat ik wilde, en ik zei: ‘Massage?’ Hij lachte lang en hard, en zei toen: ‘Natuurlijk. Maar wat wil je precies?’

Op dit soort levensvragen was ik niet voorbereid. ‘Ik heb rugpijn,’ loog ik maar. Ik had liever dat hij lang op mijn rug zou timmeren dan, bijvoorbeeld, op mijn tenen.

De man bekeek mijn vingers. ‘Je middelvingers zijn scheef!’ zei hij verontwaardigd. Ik beaamde dat. Mijn middelvingers zien eruit als takjes die te lang zijn doorgegroeid, en daarbij zijn gaan krullen. Hij kneep hard in mijn schouders en keek toen weer naar mijn vingers. ‘Zo. Nu zijn ze recht,’ zei hij tevreden.

Ik zag nog steeds twee scheve vingers, maar ik zei ja.

Vervolgens betimmerde en beklopte hij me langdurig, en ik kon me na een tijdje iets voorstellen bij ‘de ergste pijnen ooit’.

Na drie kwartier stopte hij met timmeren en zei: ‘Er zit je iets dwars. Dat vertellen je spieren me.’ Er zit me altijd wel iets dwars, dus ik knikte.

Met zijn vlakke handen streek de man hard over mijn gezicht. ‘Zijn ze nu weg?’ vroeg hij. ‘Wat?’ vroeg ik. ‘Je zorgen,’ zei hij. Ik deed alsof ik nadacht. ‘Nee, ze zijn niet weg.’

Weer streek hij hard langs mijn gezicht, een stuk of twintig keer.

‘Zijn ze nú weg?’ vroeg hij.

‘Eh... ja,’ zei ik.

Op de fiets terug belde ik een vriendin die eerder bij de masseur was geweest, en zei: ‘Ik vond het wel vervelend. Dat mijn spieren hem vertelden dat ik zorgen had.’

Dat zei de Japanse masseur tegen iedereen, verzekerde ze me.

Toen was ik eindelijk ontspannen.

Lees de columns van Aaf op nrcnext.nl/aaf