En nu bedreigt geweld hén

In Europa verschijnen steeds meer planten en dieren uit de rest van de wereld.

Ze veroorzaken schade en ziektes. En verdringen ook nog eens inheemse soorten.

Op een stoeptegel voor het Rotterdamse Stadhuis is een lieveheersbeestje afgebeeld. Het symbool tegen zinloosgeweld. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C== Rotterdam, 20 november 2008
Op een stoeptegel voor het Rotterdamse Stadhuis is een lieveheersbeestje afgebeeld. Het symbool tegen zinloosgeweld. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C== Rotterdam, 20 november 2008 Mentzel, Vincent

Ze lijken zo onschuldig, verscholen als ze zitten op tientallen meters hoogte, in een zijtoren van de Grote Kerk in Alkmaar. Met honderden soortgenoten zitten ze dicht opeengepakt om de winter door te komen: Aziatische lieveheersbeestjes, nauwelijks te onderscheiden van hun Europese soortgenoten.

Toch spreekt de Europese Commissie van een groot gevaar. „Vormt een dodelijke bedreiging voor oorspronkelijke lieveheersbeestjes (...) evenals voor vlinders en andere insecten”, aldus het dagelijks bestuur van de Europese Unie.

De Aziatische nieuwkomer is dan ook aanzienlijk agressiever dan de Europese variant. Nadat de Harmonia axyridis in 1995 in Nederlandse kassen werd uitgezet als de vraatzuchtige bestrijder van bladluis, werd hij in 2002 voor het eerst ook buiten aangetroffen. Sindsdien vermenigvuldigt het beestje zich razendsnel. Als er onvoldoende bladluis voor handen is, eet hij larven van zijn eigen familie, van andere insecten die een sleutelrol spelen in het ecosysteem of van Europese soortgenoten.

In de Grote Kerk in Alkmaar trof vloermanager Ebbo Voorhout ze vorig jaar voor het eerst aan, met kluiten tegelijk. „Op ons kantoor regent het soms Aziatische lieveheersbeestjes. Ze vallen door de balken van het plafond heen”, zegt Voorhout. In een paar jaar tijd wist het beestje zich te verspreiden over heel Europa. „Van Oslo tot Padua, en van Birmingham tot Warschau”, zoals insectendeskundige Antoon Loomans van de Plantenziektenkundige Dienst in Wageningen zegt.

De extreme expansiedrift van de Aziatische indringer is reden voor ‘Brussel’ om het lieveheersbeestje symbool te stellen voor het gevaar van ‘invasieve soorten’: dieren en planten uit de rest van de wereld, die door toenemende internationale handel en klimaatverandering in Europa terecht komen. Volgens de Europese Commissie zijn deze ‘exoten’ verantwoordelijk voor het ontwrichten van de lokale flora en fauna. Ze verdringen Europese soorten en vormen een bedreiging voor de volksgezondheid. De economische schadepost zou in de Europese Unie jaarlijks 12 miljard euro bedragen.

Maar de financiële schade is niet het enige. Er dreigt een „Mac biodiversiteit” te ontstaan, zegt Rob Leuven, milieukundige van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is geen overbezorgde wetenschapper die elders geen gehoor vindt. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit valt hem bij. „Als dit ongehinderd doorgaat, gaat de natuur wereldwijd steeds meer op elkaar lijken. Er zijn al vele unieke soorten en ecosystemen verdwenen en veranderd door de introductie van invasieve soorten”, aldus een verklaring van het ministerie.

De problemen met exoten ontstaan doordat ze van elders in een omgeving terecht komen waar geen of minder natuurlijke vijanden bestaan. „Het natuurlijke evenwicht is niet op deze indringers berekend”, zegt Leuven. Een klassiek voorbeeld is de Amerikaanse vogelkers, een plant uit de rozenfamilie die in de jaren twintig van de vorige eeuw in Nederland werd geïntroduceerd. In Amerika houdt de bodemschimmel Pythium de soort in toom. In Europa ontbreekt deze schimmel, waardoor de Amerikaanse vogelkers gaat woekeren en andere soorten in de verdrukking raken.

De belangrijkste aanjager van de steeds grotere eenvormigheid in de biodiversiteit is het toenemende internationale transport: voor de stabiliteit neemt een schip in de VS ballastwater in, laat het in Europa weer los en verspreidt daarmee tientallen soorten kwallen, slakken en planten die niet in Europa voorkomen. De EU schat het aantal uitheemse soorten in Europa ondertussen op ruim 10.800 – en dat aantal neemt steeds sneller toe.

Om de invasie een halt toe te roepen, presenteerde de Europese Commissie in december een lijst met opties voor een gezamenlijke, Europese aanpak. De plannen spreken van „grensbewaking”, „snelle responsmechanismen”, „uitroeiingsplannen” en een „pan-Europees waarschuwings- en informatiesysteem”. Gaat het hier over dieren en planten, of bereidt Brussel ons voor op een grootschalige terreuraanval?

Wat het Aziatische lieveheersbeestje betreft zijn de onheilstijdingen uit Brussel volgens Loomans „iets te kort door de bocht”. Loomans: „Dat een verschuiving in biodiversiteit plaatsvindt is zeker, maar het is de vraag of de inheemse lieveheersbeestjes en andere insecten echt in de verdrukking komen”, zegt de insectendeskundige.

Maar er zijn veel invasieve soorten waarvan de forse schade nu al wel duidelijk is. Die beperkt zich niet tot de biodiversiteit. „Naast exoten die de natuur bedreigen, zijn er ook exoten die gezondheidsproblemen bij mensen of economische schade kunnen veroorzaken”, laat het ministerie weten. Die economische kosten bestaan vooral uit de bestrijding van invasieve soorten. Risico’s voor de volksgezondheid ontstaan als exotische insecten virussen met zich mee dragen die voorheen in Europa niet voorkwamen.

De Europese Unie draagt zelf bij aan het probleem, door allerlei waterwegen met elkaar te verbinden om het transport over water te bevorderen. De Rijn staat ondertussen in verbinding met de Wolga. Dat maakt het voor organismen gemakkelijker om zich te verspreiden.

Een goed voorbeeld volgens Leuven van de Radboud Universiteit is de Kaspische slijkgarnaal; vanuit de Kaspische zee in Nederland terecht gekomen. „Die haalt slib uit het water en zet het af op stenen en schelpen, waardoor andere organismen er niet meer kunnen groeien en schelpen verstikken.” Leuven: „Overal ter wereld gaan de rivierdelta’s steeds meer op elkaar lijken. Dat houdt gelijke tred met de internationale handelsstromen.”

Het voorstel van de Europese Commissie, dat EU-landen elkaar vaker waarschuwen over gesignaleerde exoten, is nuttig, denkt Wiebe Lammers, in Nederland verantwoordelijk voor het Coördinatieteam Invasieve Exoten. „Om het nationale waarnemingssysteem uit te bouwen.”

Het plan van de Commissie om aan de grens te controleren op invasieve, schadelijke diersoorten, om ze sneller te kunnen uitroeien, is veel lastiger te realiseren. Juist de inschatting van de risico’s van nieuwe exoten voor andere diersoorten blijkt vrijwel onmogelijk – vooral als het om schade aan biodiversiteit gaat. „In de land- of tuinbouw hebben boeren het snel door als een diersoort schadelijk voor hun gewassen is. Maar bij bedreiging van de natuur weet je pas zeker dat het gebeurt, áls het gebeurt.” Ongeveer 10 procent van de binnendringers slaagt erin zich te handhaven. En daarvan is opnieuw maar 10 procent zo succesvol dat andere soorten in de verdrukking komen.

De beste manier om het risico in te schatten, is om je heen kijken, zegt Lammers. „Heeft de soort ergens anders al soortgenoten verdrongen, dan is de kans groot dat hij in Nederland of Europa ook schadelijk is.” Hoe vroeger de plant- of diersoort wordt ontdekt, hoe groter de kans dat de schade te herstellen valt en het dier nog tegen te houden is.

Voor het Aziatische lieveheersbeestje komen deze plannen in ieder geval te laat: „Die raken we nooit meer kwijt”, aldus Lammers. Alleen in Australië en Nieuw-Zeeland is hij nog niet gesignaleerd.

Meer over (Aziatische) lieveheersbeestjes op www.stippen.nl