Aids begon als een ziekte van de elite

Aids is in Indonesië een ziekte voor welgestelde jongeren. Zij lopen de ziekte meestal op als gevolg van een heroïneverslaving. „De armen snuiven lijm.”

Demonstranten in Jakarta op Wereldaidsdag, 1 december ‘08. Foto AP Indonesian activists hold mock hypodermic syringes and wear masks to depict HIV during a demonstration commemorating AIDS Day in Jakarta, Indonesia, Dec. 1, 2008. (AP Photo/Tatan Syuflana)
Demonstranten in Jakarta op Wereldaidsdag, 1 december ‘08. Foto AP Indonesian activists hold mock hypodermic syringes and wear masks to depict HIV during a demonstration commemorating AIDS Day in Jakarta, Indonesia, Dec. 1, 2008. (AP Photo/Tatan Syuflana) Associated Press

Hij heet Randy Disastra, maar zijn familie noemt hem Randy Disaster. En dat is maar half een grapje. Op papier heeft de 29-jarige alles mee: met zijn welgestelde familie, zijn goede Engels en een voltooide studie grafisch ontwerpen in Singapore, hoort Disastra onmiskenbaar bij de Indonesische bovenlaag. Maar zijn zeurderige stem verraadt een nog maar net overwonnen heroïneverslaving. En Disastra is besmet met HIV.

Hij was er nog op tijd bij. Disastra heeft al veel vrienden dood zien gaan aan aids. „Een van mijn vrienden is net incontinent geworden.” Op het moment dat ze bij het ziekenhuis aankloppen, is het vaak te laat.

Terwijl de groei van het aantal HIV-besmettingen in veel landen tot staan is gebracht, lijkt het in Indonesië nog te moeten beginnen. Eerdere probleemlanden in Zuidoost-Azië, zoals Thailand, Birma en Cambodja, zijn nu stabiel, vaak doordat prostituees dankzij goede voorlichting condooms zijn gaan gebruiken. Maar Indonesië werd dit jaar door UNAIDS, de aidscommissie van de Verenigde Naties, samen met Rusland uitgelicht als meest zorgelijke land. De Indonesische overheid kreeg onlangs kritiek van twee artsenverenigingen, omdat de aanpak van de epidemie volgens hen tekortschiet.

Als je naar de cijfers kijkt, lijkt het mee te vallen. Het percentage geïnfecteerden volwassenen is in Indonesië 0,2 procent, gelijk aan dat in Nederland. Maar sinds 2001 verdrievoudigde het aantal besmettingen bijna tot 270.000 in 2007. In Nederland nam in dezelfde periode het aantal besmettingen met 12,5 procent toe tot 18.000.

Het succes van preventie in Thailand en Cambodja is in Indonesië nog ver weg. In het grotendeels islamitische land praat men niet gemakkelijk over seks, waardoor velen niet eens weten wat aids is. Laat staan dat men weet hoe zich ertegen te beschermen. Zo zijn er veel prostituees die antibiotica slikken omdat zij denken hiermee HIV te voorkomen. Autoriteiten zijn bovendien niet happig op het aanmoedigen van condoomgebruik, omdat het seks buiten het huwelijk zou stimuleren.

Eigenlijk heeft Indonesië twee verschillende epidemieën: in de provincie Papoea en in de rest van de archipel. In Papoea heeft het virus zich verspreid over de hele bevolking, doordat er veel prostitutie is en seks met meerdere partners veel voorkomt. 2,4 procent van de bevolking is er besmet met HIV. Onlangs stelde het provinciale parlement voor om aidspatiënten uit te rusten met een geïmplanteerde microchip, om te controleren of ze expres anderen besmetten. Na een storm van kritiek is het plan eind 2008 afgeblazen.

In Jakarta en de rest van Java, waar de meeste Indonesische HIV-geïnfecteerden wonen, begon HIV als ziekte van de elite. Het virus is er voornamelijk verspreid door drugsverslaafden die naalden delen. Van de injecterende drugsgebruikers in Indonesië is naar schatting bijna de helft besmet met het aidsvirus.

Veel (ex-)verslaafden in de methadonkliniek van het Hasan Sadikin ziekenhuis in Bandung hebben net zo’n verhaal als Randy Disastra. Ze begonnen met het spuiten van putauw (heroïne) op de middelbare school, toen het in de jaren negentig nog cool was. Ze hebben een goede opleiding, spreken Engels en hebben ouders van wie ze de 1 miljoen roepia (70 euro) die sommigen per dag aan drugs spendeerden konden krijgen of stelen. „Spuiten is voor de hoge klassen”, zegt Agus Aarwin Firdaus, die bij de methadonkliniek werkt. „De armen snuiven lijm.”

„Ik kon altijd drugs kopen”, zegt Daddy Permadi, die al tijdens de eerste jaren van de middelbare school met drugs begon. Ook zijn familie hoort bij de elite. Een broer is politicus, zijn familie is rijk en zijn zeer religieuze ouders hebben de hadj – de islamitische bedevaart naar Mekka – gedaan. Sinds hij ontdekte dat hij is besmet met HIV, krijgt hij van zijn familie veel steun, al mag de buitenwereld het vanwege de carrière van zijn broer niet weten.

Rond 2000 begonnen ook armere Indonesiërs drugs te injecteren, vertelt Samuel Nugraha, programmamanager bij drugsbureau UNODC van de VN en zelf ex-gebruiker. Toen duidelijk zichtbaar werd hoe heroïnegebruikers aftakelen en hoe zwaar het is om af te kicken, werd de drug minder populair bij de gebruikers van het eerste uur. Nu gebruiken hippe Jakartanen eerder shabu-shabu (crystal meth, methamfetamine in kristalvorm) of XTC.

Nugraha zegt niet te kunnen schatten in hoeverre het spuiten van drugs nog groeit. Dat komt deels doordat drugsverslaafden in Indonesië worden beschouwd als criminelen, waardoor ze niet snel hulp zoeken en onzichtbaar blijven voor de autoriteiten. Het land telt meerdere gevangenissen die overvol zitten met alleen verslaafden. Die gevangenissen zijn ook haarden van HIV-besmetting, doordat men er doorgaans blijft gebruiken. Zo raakte David Tarunay (31), die begon met heroïne toen hij in Australië woonde, besmet in een gevangenis in Salembang. Hij zit nu in de Banceuy-gevangenis in Bandung, maar hoopt binnenkort vrij te komen om zijn zangcarrière als Davina, zijn vrouwelijke alter ego, weer op te pakken.

Inmiddels zijn het niet meer alleen drugsgebruikers die besmet raken met HIV. Het drugscircuit is nauw verbonden met dat van de betaalde seks, waardoor ook een flink deel van de vele duizenden prostituees, zowel mannen als vrouwen, in Jakarta en omstreken nu drager is van het virus. En van de patiënten die aankloppen bij de aidskliniek van internist Rudi Wisaksana in het Hasan Sadikin-ziekenhuis is inmiddels een op de vijf een vrouw zonder drugsverleden. Zij zijn besmet door hun echtgenoot, die vroeger ofwel drugs gebruikte of prostituees bezocht.

Dat veel Indonesiërs nauwelijks weten wat aids is, zorgt ook dat ze te laat worden behandeld. Veel patiënten in de kliniek van Wisaksana melden zich pas als ze terminaal zijn en er met medicijnen niets meer aan te doen valt. Sinds 2004 kwamen er 1.200 patiënten bij hem binnen; nu heeft hij er nog 500.

Ook in niet-islamitische families als die van Randy Disastra zorgt aids voor grote schaamte binnen gezinnen. Voor het interview begint, stuurt hij zijn moeder weg – die mag niet meeluisteren. Dat haar zoon met zijn drugsverleden een Disaster is, wist ze dan wel. Maar dat hij ook nog drager is van HIV, heeft hij haar tot nu toe bespaard.