De laatste der Vuurlanders

De primitiviteit van de naakte Vuurlandindianen schokte Darwin. In werkelijkheid waren ze uitstekend aangepast.

Julio Popper

Uithoek van de wereld´, heet de zaal van het Etnografisch Museum van Buenos Aires en het krioelt er van de bezoekers. Als de museumgids Lucrecia Greco in haar rode stretchjurk op zaterdagnacht om half twee begint aan haar lezing over de ‘jagers van de zee’ is ze ingesloten door een mensenmassa. Uitbundig met de armen gesticulerend beschrijft ze de teloorgang van de meest zuidelijke bewoners op aarde: de Yámana- (of Yaghan-) indianen van Vuurland.

Tijdens de voordracht laat ze illustraties rondgaan, en een harpoen die de indianen gebruikten om zeehonden te doden. Op de wand naast Greco trekt een foto de aandacht waarop te zien is hoe jagers onder leiding van de Roemeense avonturier Julio Popper aan het eind van de negentiende eeuw indianen neerschieten in Vuurland. Ze zaten in de weg van de goudzoekers, vissers en schapenboeren die het land in bezit wilden nemen.

Het grootste deel van haar voordracht gaat evenwel over hoe Charles Darwin en de kapitein van de H.M.S. Beagle Robert FitzRoy eerder die eeuw geprobeerd hebben de primitieve en naakte Yámana’s beschaving bij te brengen. “De indianen moesten kennismaken met de Bijbel, met mes en vork eten en Engels leren spreken”, zegt Greco. Die opmerking leidt tot verontwaardiging bij de toehoorders. De eerste vragensteller na afloop van haar rede, een grote Argentijn met een baard, doet meteen een voorstel. “We moeten de straatnaam FitzRoy schrappen.”

Duizenden mensen bekeken op 15 november tijdens de nacht van de musea in de Argentijnse hoofdstad de tentoonstelling over de vier indianenstammen die eeuwenlang de onderste punt van Zuid-Amerika bewoonden. En uit hun vragen bleek dat het nogal schort aan de kennis die de Argentijnen hebben over de oorspronkelijke bewoners van hun land. Dat was trouwens al zo toen Darwin het gebied bezocht. Het zuiden was een donkere plek op de kaart, onbekend en verdomd ver weg. De regeringsmacht in de jonge onafhankelijke Argentijnse staat reikte niet veel verder dan de hoofdstad in het centrum van het land.

Twee keer bezocht Darwin Vuurland en in zijn autobiografie noemt hij de reis die hem daar bracht “de belangrijkste gebeurtenis uit mijn leven.” Vandaag is het exact 177 jaar geleden dat de 22-jarige Darwin als maatje van kapitein FitzRoy met de Beagle vanuit de haven van Plymouth vertrok voor een wereldreis. In opdracht van de Britse marine moesten de kustwateren van Zuid-Amerika in kaart worden gebracht.

Tijdens de reis die uiteindelijk bijna vijf jaar in plaats van de geplande twee jaar zou duren, zal de geestelijke-in-de-dop en geoloog veranderen in een gezaghebbende bioloog. Het zijn de reiservaringen die zijn evolutietheorie laten ontkiemen.

In de dagboeken, reisverslagen en brieven die Darwin tijdens zijn trip schrijft, gaat het niet alleen over vinken, schilpadden of rotsformaties. De Engelsman maakt rijke observaties over gebieden die in Europa dan nog vrijwel onbekend zijn. De meeste tijd brengt Darwin door in Zuid-Amerika. Hij beschrijft er revoluties, de jacht op indianen en de slavernij.

Zelfs het stadsleven blijkt de natuurvorser te bekoren. Tijdens het eerste van in totaal drie bezoeken prijst hij Buenos Aires vanwege het vrouwelijk schoon. In de stad die rond 1830 ongeveer 60.000 inwoners telt noemt hij vrouwen “engelen die over straat zweven.” In november 1832 schrijft hij in een brief aan zijn zus Caroline dat de Argentijnse dames veel charmanter zijn dan de Engelse vrouwen die “niet weten hoe ze zich moeten kleden en hoe ze moeten lopen.”

Die schoonheid is er, mede dankzij de zegeningen van de plastische chirurgie, vandaag de dag zeker niet minder op geworden in de 16 miljoen inwoners tellende stedelijke agglomeratie. Het zweven van de engelen is fijn te observeren in de talrijke winkelstraten of op de paden in het stadsbos van Palermo waar de vrouwen op rollerskates voorbij zoeven.

In het land waar ten tijde van Darwin autoritaire mannen – caudillo’s – de scepter zwaaiden, is sinds een jaar zelfs de machtigste persoon van het land van het vrouwelijke geslacht. Voor het eerst in de geschiedenis kozen de Argentijnen een vrouw tot president: Cristina Kirchner. De 55-jarige presidenta is een politiek kreng maar oogt als een engel. Volgens onderzoek van het weekblad Noticias gaf ze het afgelopen jaar 300.000 euro uit aan nieuwe kleren.

De stadsbewoners – porteños – beginnen Darwin trouwens bij latere bezoeken aan Buenos Aires behoorlijk te irriteren. “Ze zijn bezoedeld met tal van ondeugden. Zinnelijkheid, bespotting van alles wat godsdienst is en de meest schaamteloze corruptie zijn verre van ongewoon”, schrijft hij.

Bij het derde bezoek, 20 oktober 1833, heeft Darwin moeite de stad te bereiken omdat “grote schurken” een blokkade van Buenos Aires houden. Het zijn rebellen die de regering belagen. En ook dat is niet veranderd. De afgelopen weken wisten onderwijzers, vrachtwagenchauffeurs en sloppenwijkbewoners de hoofdstad op zijn kop te zetten.

Darwin had meer op met de Argentijnse plattelandsbewoners, de gauchos. “Zij zijn verre superieur aan degenen die in de steden wonen. De gaucho is altijd even voorkomend, beleefd en gastvrij. Hij is bescheiden, respecteert zichzelf en zijn land en is tegelijkertijd een vurige en stoutmoedige kerel.’’

De meest vermetele Argentijn die Darwin persoonlijk ontmoet is generaal Juan Manuel de Rosas, een dictator die Argentinië zo’n 23 jaar zal regeren. Als de Engelsman hem in 1833 tegenkomt, is De Rosas bezig met een veldtocht van drie jaar om de indianen uit te moorden die boerderijen belagen op de pampa’s. Darwin is onder de indruk van de “despotische man” waarvan hij verwacht dat hij zijn enorme macht zal “aanwenden tot voorspoed en ontwikkeling van Argentinië.” Tegelijkertijd beklaagt Darwin zich over de wrede wijze waarop de indianen worden uitgemoord.

Generaal Rosas moest vanwege zijn wandaden in 1852 de benen nemen en vluchtte naar Engeland. Daar woonde hij tot zijn dood in 1877 in Southampton. Inmiddels is Rosas weer in ere hersteld. In 1989 besloot president Carlos Menem het lichaam van de generaal te repatriëren. De Rosas ligt nu op de bovenste plank in een mausoleum op het kerkhof van Recoleta in Buenos Aires.

In het stadscentrum staat een enorm standbeeld van de generaal te paard met een tekst waarin hij wordt geprezen als iemand die het vaderland verdedigde tegenover de “oneerlijke buitenlanders die ons probeerden te vernederen.” Voor de zekerheid is er een stevig hek om het standbeeld gezet. Naast De Rosas staat een naakte sokkel.

Van Darwin en FitzRoy zijn in Buenos Aires geen standbeelden te achterhalen. In de hoofdstad is wel een rommelige straat vernoemd naar Darwin, waar de verpauperde Argentijnse middenklasse woont. Ook FitzRoy is een straat die parallel loopt aan de Darwinweg. De Argentijnen hebben tussen de twee Engelsen een Duitser gelegd. Het is de straat vernoemd naar de in 1769 geboren Duitse ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt. Hij was de favoriete held van Darwin.

De meest indringende ervaring heeft Darwin als hij op 17 december 1832 in Vuurland voor het eerst de Yámana-indianen ontmoet. “Het was ongetwijfeld het merkwaardigste en interessantste schouwspel dat ik ooit heb gezien”, schrijft Darwin. “Ik had nooit kunnen geloven dat er zo’n groot verschil was tussen wilde en beschaafde mensen. Het verschil is groter dan dat tussen wilde en tamme dieren.”

“Deze armzalige schepselen waren achtergebleven in groei, hun lelijke gezichten waren met witte verf beschilderd, hun huid was vuil en vettig, hun haar was verward, hun stemmen klonken onwelluidend en hun gebaren waren gewelddadig en zonder waardigheid. Wanneer men zulke mensen ziet kan men nauwelijks geloven dat ze medeschepselen zijn en dezelfde wereld bewonen.’’

Volgens Darwin zijn de Yámana’s kannibalen. Bij honger doden ze volgens hem liever een bejaarde medemens dan hun hond. Het dier kan immers nog assisteren bij de jacht op zeehonden.

Die laatste kennis dankt Darwin aan de ‘tolk’ Jemmy Button. Hij is een dan 17-jarige Yámana – indianennaam Orundellico – die FitzRoy tijdens een eerder bezoek aan het gebied in 1830 samen met drie andere Vuurlanders heeft meegenomen naar Engeland. In ruil voor Jemmy kregen zijn ouders een paarlemoeren knoop. De idee was om de indianen op te voeden in Engeland zodat ze later konden worden ingezet bij het ‘veroveren’ van de Vuurlanders.

De vier indianen gingen in Engeland naar school en werden zelfs door de Britse koninklijke familie ontvangen. Als opgedofte kostschoolleerlingen keerden ze, samen met Darwin, terug naar Vuurland. Eenmaal terug veranderden ze tot verbijstering van Darwin in een mum van tijd in de wilde indianen van voorheen en wilden niet meer terug naar Engeland.

Na Darwin ondernamen Engelse zendelingen herhaalde pogingen de Vuurlanders te bekeren. Dat leidde op 6 november 1859 tot een confrontatie waarbij zo’n driehonderd Yámana-indianen met knuppels en stenen de aanval openden op de Engelsen en acht van hen om het leven kwamen. Een van de aanvallers was Jemmy Button. Het bloedbad speelt zich af in het jaar dat de Origin of Species verschijnt.

De hoofdstad van Vuurland is nu Ushuaia, de meest zuidelijke Argentijnse stad. Einde van de wereld – Fin del Mundo – luidt de geuzennaam die er overal opduikt. Het is de naam van het plaatselijke dagblad, van het museum en van menig etablissement. En zo voelt het er ook. Als je op de kade staat en je kijkt links het Beagle-kanaal in, dan zie je aan de horizon, tussen de bergen met poedersuiker, onmiskenbaar de uitgang van de aarde.

Ushuaia begon rond 1870 als Engelse zendingspost, werd eind negentiende eeuw door de Argentijnen ingericht als strafkolonie voor gevangenen en bleef heel lang een nauwelijks bereikbaar boerengat. Maar dankzij het toerisme – 260.000 bezoekers onder wie 4.000 Nederlanders in 2007 – is het een razendsnel groeiende stad. In 1970 woonden er zo’n 5.000 mensen maar nu zijn het er 75.000. Souvenirwinkeltjes, casino’s en nachtclubs bieden eigentijds vertier. Brave punkers klonteren er samen in Avenida San Martín waar ’s avonds steevast een heuse file staat.

De oorspronkelijke indianen die hier 6.400 jaar woonden, zie je er niet meer. Ten tijde van Darwin waren er nog 3.000 maar honderd jaar geleden was dat aantal al afgenomen tot 170 volbloed Yámana’s. De indianen stierven massaal aan de pokken en de mazelen.

In de hoofdstad van Vuurland zijn twee kleine musea waar de geschiedenis van de indianen wordt belicht. Antropoloog Martín Vázquez is directeur van museum Fin del Mundo. Op de laptop in zijn kamer toont hij foto’s van de jacht die de Roemeen Julio Popper en zijn mannen maakten op de indianen. Popper is trouwens nadrukkelijk aanwezig in de stad. De winkel voor toffe outdoor-spullen heet Popper en in de chocoladewinkeltjes kun je heerlijke medaillons kopen met zijn beeltenis.

Van zijn wandaden zijn de bewoners nauwelijks op de hoogte, vertelt Vázquez. “En van Darwin weten de mensen alleen dat hij ontdekt heeft dat we van de apen afstammen. Freud en Galileo zijn waarschijnlijk beter bekend.”

Voor Vázques staat Charles Darwin in hoog aanzien. En dat geldt ook voor de Argentijnse archeoloog Luis Abel Orquera die in het onderzoekscentrum Cadic in Ushuaia al meer dan dertig jaar de Yámana onderzoekt. Maar de waarnemingen van Darwin over de indianen in dit gebied kloppen voor een groot deel niet.

“Darwin was opgeleid als geestelijke en was als jongeman de gevangene van zijn vooroordelen die gemeengoed waren in de Victoriaanse samenleving. Hij zag voor het eerst mensen die niet eens het bestaan van een god kenden”, zegt Orquera.

De wetenschappers hebben overigens alle begrip voor Darwins vooroordelen. “Als je je probeert te verplaatsen in de gedachten van een ontwikkelde Engelsman uit de negentiende eeuw dan kun je je goed voorstellen dat hij geschokt was toen hij vuile en naakte mensen zag die rare klanken voortbrachten.”

Primitief waren de Yámana echter geenszins. “Ze maakten heel efficiënt gebruik van het vijandige milieu waarin ze woonden”, zegt Orquera. Zo waren ze naakt omdat kleding door de aanhoudende regen in Vuurland en in de boten die door golven werden geplaagd alleen maar tot last zou zijn. Ter bescherming smeerden de Yámana’s zich in met pinguïn- of zeehondenvet en warmden ze zich aan vuren die ze zelfs in hun kano’s brandende hielden.

Kannibalen waren het trouwens ook niet. “In de gesprekken die anderen later met de Yámana’s voerden, hebben ze altijd categorisch ontkend mensen te eten. Ze aten zelfs geen roofvogels omdat er anders een kans bestond dat ze indirect alsnog mensenvlees zouden nuttigen. Jemmy Button heeft zich gewichtig gemaakt en Darwin iets op de mouw gespeld”, zegt Orquera.

Maar nogmaals, beklemtonen beide wetenschappers onafhankelijk van elkaar: we zijn hier allemaal fervente Darwinisten. “We hebben in dit land veel redenen te klagen over de Engelsen maar dat geldt niet ten aanzien van Fitzroy en Darwin”, zegt Orquera. Dan wijst hij in de gang bij zijn kantoor uit het raam. “Kijk, daar achter die berg ligt het Murray-kanaal (Yaghashaga) waar Jemmy Button vandaan kwam.”

In het museum Fin del Mundo in Buenos Aires is de grootste schat van Engelse makelij. Hij ligt in een oude kluis van de bank die vroeger in het pand zat. De waarde is minimaal 30.000 euro, zegt Vázquez. Nadat ze witte handschoenen heeft aangetrokken laat zijn assistente María Goicochea heel voorzichtig de trofee zien: een eerste druk met groene kaft van het door Darwin geschreven reisverslag van The Voyage of the Beagle uit 1839.

Tweehonderd jaar na de geboorte van Darwin blijkt er nog één volbloed Yámana in leven te zijn. Ze heet Cristina Calderón, beter bekend als la abuela (oma) Cristina. Ze woont aan de overkant van het Beagle-kanaal – het Chileense deel van Vuurland – in de nederzetting Villa Ukika. Daar hebben de Chilenen veertig jaar geleden de laatste Yámana-indianen naar toe gebracht.

Met een klein propellervliegtuigje, zwevend in een ruimte waar water, bergen en hemel samensmelten tot één massa van duizend blauwe en witte tinten, bereiken we de Chileense marinebasis Puerto Williams op Isla Navarino. Vandaar gaat het verder over land in oostelijke richting om uiteindelijk nog dichter bij het einde van de wereld te geraken.

Cristina woont in een gammel pand. Ze draagt een geborduurde blouse en roze stappers. De vrouw leeft met haar familie van de vangst van krabben – centolla – en van de verkoop van handwerk. Praten over Darwin valt haar zwaar. “Meneer, ik ben van 1928. Ik heb hem niet gekend.”

Calderón is de enige die de taal van de Yámana’s nog beheerst. “Ik ben bezig om een kleindochter de taal te leren.” Ze staat in de voortuin te genieten van een ongewoon milde lentedag. Naast haar torent de satellietschotel waarmee ze televisie ontvangt. De laatste indiaan is van alle gemakken voorzien. “Gisteren belde mijn kleindochter op die als onderwijzeres werkt op de Chileense basis op de Zuidpool”, vertelt ze trots. “Alles gaat goed.”.

    • Marcel Haenen