Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

In Berlijn staat de tijd stil als het licht aangaat

In grote delen van Berlijn staan nog echte gaslantaarns. De bewoners zijn gehecht aan het zachtgele licht dat de stad dagelijks terugtovert in de tijd. En dat moet vooral zo blijven, vinden ze.

alte Gaslaterne am Reformationsplatz laterne gaslaternen lantaarnpaal lantarenpaal
alte Gaslaterne am Reformationsplatz laterne gaslaternen lantaarnpaal lantarenpaal ullstein bild - Schlemmer

De Alemanenstrasse in de Berlijnse wijk Steglitz-Zehlendorf ligt er sfeervol bij. Het is vijf uur ’s middags, het is donker en straatlantaarns weerkaatsen een zachtgeel schijnsel op vochtige kinderhoofdjes. Mensen haasten zich van het monumentale S-Bahnstation Nikolassee naar huis. ’t Is december 2008, maar als je de auto’s wegdenkt, ben je een eeuw terug.

De sensatie van een tastbaar verleden tijd is bij donker op meer plaatsen in Berlijn te beleven. Dat komt omdat in de stad nog tienduizenden gaslantaarns branden. Hun licht is anders – sfeervoller – dan dat van de moderne ‘lantarenpaal’. Het is zachter en reikt minder ver. Onder de lamp sta je in een geel schijnsel. Een paar stappen daarbuiten begint de duisternis. Tot je bij de volgende lantaarn komt.

’s Zomers valt de straatverlichting in Berlijn nauwelijks op. Maar ’s winters is dat anders. Op bewolkte dagen in december en januari begint het om half vier ’s middags te schemeren. Berlijn ligt 700 kilometer oostelijker dan Amsterdam, maar hoort bij dezelfde tijdzone. Het is een uur eerder licht en een uur eerder donker. Vooral dat laatste is ingrijpend. Om vier uur gaan de lantaarns aan. En gaan delen van de stad als bij toverslag terug in de tijd.

In Berlijn branden nog ongeveer 44.000 gaslantaarns. „Dat is meer dan de helft van de naar schatting tachtigduizend gaslantaarns in heel Europa”, zegt Markus Jurziczek von Lisone, een stedelijk historicus die actie voert voor het behoud van de Berlijnse gaslantaarn. De historische straatverlichting in de Duitse hoofdstad wordt namelijk ernstig bedreigd – door de vooruitgang.

Jurziczek is expert op het gebied van gaslantaarns. Hij kent hun lange geschiedenis, maar begint kortheidshalve bij het recente verleden. In 1945 was tachtig procent van de Berlijnse straatverlichting door bombardementen vernietigd. Daaronder zeer veel gaslantaarns. West-Berlijn koos voor renovatie; Oost-Berlijn begon met de aanleg van elektrische straatverlichting. De meeste gaslantaarns bevinden zich dan ook in het westen van de stad, in wijken als Charlottenburg-Wilmersdorf, Steglitz-Zehlendorf, Kreuzberg, Schöneberg en Reinickendorf.

230.000 ‘lichtpunten’ telt Berlijn en eenvijfde daarvan brandt op gas. Maar niet lang meer, als het aan het stadsbestuur ligt. Dat wil de exploitatie van de stadsverlichting opnieuw aanbesteden en streeft ernaar de gaslantaarns in één klap op te ruimen. Argumenten: niet meer van deze tijd, te duur en milieu-onvriendelijk. Voor Berlijners die aan hun sfeervolle straatverlichting zijn gehecht, is dit schokkend nieuws. Voor Markus Jurziczek is het een signaal om in actie te komen.

„Gaslantaarns zijn inderdaad iets duurder in onderhoud”, beaamt hij. „Maar met de ombouw van gas op elektra is bijna negentig miljoen euro gemoeid. Dat geld is er niet. Als je de huidige gaslantaarns moderniseert, ben je veel goedkoper uit.” Het milieu-argument vindt hij flauwekul. „De CO2-uitstoot van gaslantaarns is op het totaal van de stad te verwaarlozen”.

Daar komt bij dat een gaslantaarn aanzienlijk langer meegaat dan zijn elektrische pendant. „Ze roesten niet van binnenuit. Want daar stroomt gas”, zegt Jurziczek. Hetgeen hem als vanzelf op de techniek van de lantaarn brengt. De meeste Berlijnse gaslantaarns, doceert hij, zijn van het type Bamag U7, waarvan de lichtkop vier gloeikousjes bevat. Heel vroeger werden gaslantaarns met de hand ontstoken. Tegenwoordig is een lichtsensor ingebouwd die op een batterij werkt. Als het schemert, wordt via de sensor de gastoevoer geopend, treedt een elektrische ontsteking in werking en gaat de lantaarn branden. Batterij en gloeikousjes hebben een levensduur van ongeveer vierduizend lichturen.

Hoe groot acht Jurziczek de kans dat Berlijn over enkele jaren zijn unieke straatverlichting kwijt is? „Het is een politieke beslissing. Het stadsbestuur kan dit wel willen, maar de parlementariërs hebben het laatste woord. En die zijn verdeeld. Dat werkt in ons voordeel. We moeten op tijd spelen”. Maar moet Berlijn voor de veiligheid ’s nachts toch niet een beetje lichter worden? „Dat kan: door de vierkousbranders te vervangen door zes- of achtkousbranders”.

Die geven méér, maar geen ander licht. De sfeer blijft hetzelfde – die van een stad aan het begin van de twintigste eeuw.