Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Religie

Heel het dorp werkt aan de kerststal

Een op de vijftien inwoners van het Brabantse Gastel werkt mee aan de levende kerststal. Elk jaar is er weer een zoektocht naar genoeg kindekes Jezus.

Vlak bij de grens met België ligt een katholiek, Brabants dorp waar 750 mensen wonen in vrijstaande huizen en boerderijen. Alleen met Kerstmis is parkeren er een probleem. Dan komen nieuwsgierigen van heinde en verre om de levende kerststal van Gastel te bewonderen.

Het dorp telt zestien straten, die elk worden gedomineerd door één familie. Elf actieve buurtverenigingen wedijveren tijdens de carnavalsoptocht met praalwagens. Dan staat er niemand langs de weg, want iedereen loopt mee. In de weken voor Kerst werkt het hele dorp samen. De levende kerststal is een gemeenschapsproject.

De gewoonte een kerststal te bouwen ontstond in de dertiende eeuw. Het was het idee van volksprediker Franciscus van Assisi. Hij wilde het kerstverhaal tonen aan ongeletterde gelovigen. Paus Honorius III gaf toestemming om het kersttafereel uit te beelden met levende mensen. In het bos bij de Italiaanse plaats Greccio bouwde Franciscus een stal. Vanaf dat moment verschenen kribben in kerken en kloosters. Nu staan er bijvoorbeeld levende stallen in het stadhuis van Den Haag en op het Sint-Pietersplein in Rome.

Het kerststalbestuur in Gastel bestaat uit zes mensen. In november treffen ze elkaar. Ze spreken af wie de ezel ophaalt van de zorgboerderij in Budel. Ze regelen iemand die nieuwe engelenpakjes maakt. Ze zoeken een boer met lammetjes. Ze beslissen wanneer de stal in elkaar wordt getimmerd. Pas daarna komen de vrijwilligers in actie. De twaalf mannen van de bouwploeg en de zestien figuranten. De dames van de sierploeg, de poetsploeg, de barploeg en de schminkers. In december kent iedereen zijn taak. De ene boer zet zijn veewagen voor het huis zodat het kerststalbestuur hem altijd kan gebruiken. De andere maakt ruimte vrij voor de ezel, het schaap en het kalf.

Annie Claes speelde veertien jaar de maagd Maria. Op haar 58ste is ze daarmee gestopt. Wel zorgt ze nog steeds voor de gestage aanvoer van baby’tjes Jezus. De verloskundigen in de omgeving weten dat ze langskomt. Ze schrijft namen en nummers van geboortekaartjes over. „Ik streef naar baby’s uit november en december. Van die knoeperds horen niet in de kribbe thuis.”

Vorig jaar belde ze Miranda Soors. Die was bevallen op 16 november en had het telefoontje al verwacht. „Ik had het raar gevonden als Annie niet had gebeld. Zo gaat het nu eenmaal bij ons in Gastel.” Soors legde haar eerstgeborene graag op het stro in de kribbe. „Als je kind in april wordt geboren, krijg je die kans niet.” Haar man maakte foto’s en oma’s en opa’s waren trots. Twintig minuten speelde haar kindje, gekleed in het wit, voor Jezus. Toen stond de volgende baby klaar.

Naast de kribbe, op een boomstronk, zit Mia Berkelmans in van oude gordijnen gemaakte kleren. Sinds twee jaar is zij de maagd Maria. Ze was vereerd toen ze door het kerststalbestuur werd gevraagd. Ze houdt ervan met baby’s te ‘haffelen’, dialect voor ‘steeds in de handen nemen’. Ze pakt de kinderen op en laat hen zien aan het publiek. Ze vertelt of het jongens of meisjes zijn.

De herders laten de toeschouwers lammetjes aaien. De engeltjes ontfermen zich over de jonge hondjes in de stal. Stalleden die zich vervelen, kletsen wat of hollen bieten uit met een mesje. De bietresten gaan naar de ezel. Berkelmans: „Vorig jaar had hij denk ik te veel gehad. Eerst begon hij loeihard te balken. Daarna ging hij vreselijke scheten laten. Jozef en ik vielen bijna neer van de stank.”

Het Gastels dameskoor zingt en Gastelse kinderen maken muziek. De barploeg verkoopt wafels, chocolademelk en glühwein. De opbrengst gaat naar de witte kapel in het centrum van het dorp. Er worden worstenbroodjes van gekocht voor alle bezoekers van de nachtmis. En de muziekinstallatie in de kapel is ervan betaald.

De voorzitter van het kerststalbestuur, Frans Claes, de man van Annie, speelt met een bruin geschminkt gezicht en zwarte spikkels als stoppels al zestien jaar voor herder. Hij vangt ook de ouders met baby’s op. De komst van honderden kijkers blijft hem verrassen. Hun blijde gezichten maken zijn Kerst.

Na afloop bedankt het kerststalbestuur altijd de vrijwilligers, op een zondagmorgen in januari in gemeenschapshuis de Schaapskooi. Samen eten ze gebak en bespreken ze de afgelopen stal. Frans Claes: „Er kan altijd wel wat beter.” Ze besloten ooit dat niet alle engeltjes tegelijk de stal moeten verlaten voor limonade. Dat ze beter om de beurt wat kunnen gaan drinken. Ook hebben ze besloten dat de gehandicapten eerder mogen komen. Eerst moesten die zich met rolstoelen naar voren dringen. De bouwers klagen traditioneel over de zware schotten van de stal. Ze worden wat ouder en hun ruggen doen pijn. Maar elk jaar sjouwen ze weer met liefde. Frans Claes: „In Gastel kunnen we rekenen op elkaar.”