Uitspraak 19: Ook een Iraakse bruidsschat moet je hier betalen

Behalve Nederlands recht moeten rechters soms ook buitenlands recht toepassen. De rechtbank Utrecht neemt een Iraakse wet uit 1959 ter hand om over een bruidsschat te beslissen. Met commentaar van oud NJB-redacteur Ulli Jessurun d’Oliveira, emeritus hoogleraar migratierecht aan de UvA en NJB-medewerker Wibren van der Burg, hoogleraar rechtsfilosofie aan de Erasmus universiteit. De zaak.

bruid.jpgBehalve Nederlands recht moeten rechters soms ook buitenlands recht toepassen. De rechtbank Utrecht neemt een Iraakse wet uit 1959 ter hand om over een bruidsschat te beslissen.

Met commentaar van oud NJB-redacteur Ulli Jessurun d’Oliveira, emeritus hoogleraar migratierecht aan de UvA en NJB-medewerker Wibren van der Burg, hoogleraar rechtsfilosofie aan de Erasmus universiteit.


De zaak. Verzoek van een Iraakse vrouw die van haar Iraakse man wil scheiden. Ze eist alimentatie van 1000 euro per maand en betaling van de (achterstallige) bruidsschat van 45.000 euro. Toen het stel trouwde hadden ze beiden de Iraakse nationaliteit. De man had daarnaast de Nederlandse nationaliteit. Ze woonden in Nederland. Inmiddels woont alleen zij nog in Nederland en hij weer in Irak. Zij is bezig te naturaliseren tot Nederlandse. Hij wil scheiden naar Nederlands recht. En zij naar Iraaks recht. Vandaar haar eis om de bruidsschat.

Welk recht is er van toepassing? Daar is de Wet conflictenrecht echtscheiding voor. Zie voor een duidelijke uitleg ook hier, onder vraag 16. De man zegt dat hij de sterkste band met Nederland heeft en dat er geen reële band meer met Irak is. De vrouw zegt echter dat haar man slecht Nederlands spreekt, hier geen familie heeft en weer in Irak woont. Dat spreekt de man niet tegen. Geen Nederlands recht dus, zeggen de rechters. Want de band met Irak is het sterkst. Bovendien is de Iraakse de sterkste nationaliteit van het stel. Niet de Nederlandse.

Waar halen we Irakees recht vandaan? Daar zijn experts voor, van het Internationaal Juridisch Instituut. Die diepten de Iraakse Wet aangaande het Persoonsstatuut uit 1959 op, in Engelse vertaling. De zogeheten Laws of Personal Status, hier te raadplegen.

Waarom is dit interessant? Nederlandse rechters passen vaker buitenlandse wetten toe. Ook als ze op de islam zijn gebaseerd. De Mudawwana bijvoorbeeld - het Marokkaanse wetboek van familierecht - wordt regelmatig gebruikt. Lees hier een voorbeeld. Een erkenning van een Marokkaanse echtscheiding is hier te vinden. En een echtscheiding door een Nederlandse rechter naar nieuw Marokkaans recht hier.

Hoe wordt het Iraakse recht uitgelegd? Uiteraard ieder voor zich. De man bepleit dat een bruidsschat bedoeld is voor het levensonderhoud van de echtgenote in geval van echtscheiding of overlijden van de man. En hij leest in de wet dat zijn vrouw die bruidsschat alleen kan opeisen als de man om de echtscheiding vraagt. Niet de vrouw. En aangezien zij wil scheiden en hij niet, hoeft hij dus niet meer dan drie maanden alimentatie te betalen. Vindt hij dus.
De vrouw ziet het anders. Zij vindt dat ze haar recht op alimentatie niet kwijt is als zij zelf om echtscheiding vraagt. In de Iraakse wet staat immers ook dat de vrouw een onderhoudsbijdrage krijgt, zelfs als ze ‘ongehoorzaam’ is geweest. Die bruidsschat ziet zij als een vorm van alimentatie. Dat de bruidsschat 45000 euro bedraagt is destijds tussen man en vrouw vastgelegd.

Wat zeggen de rechters? Die beslissen dat een huwelijk naar Iraaks recht om te beginnen geen gemeenschap van goederen oplevert. Er valt dus tussen partijen niets te verdelen of te verrekenen. Over de bruidsschat is de rechtbank het met de vrouw eens. Een Iraakse bruidsschat is een uitgestelde vorm van alimentatie. Als die destijds niet is betaald, moet dat alsnog gebeuren. De Iraakse alimentatie van drie maanden krijgt ze niet. Nu moet ze alleen die bruidsschat nog zien te bemachtigen….

Lees het vonnis hier

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht