Het nieuws van 13 december 2008

Structuur van eiwit opgehelderd

De titel van het artikel Structuur opgehelderd van eiwit dat zaadcel en eicel doet fuseren en de bewering dat eindelijk een ingewikkeld eiwit is uitgetekend dat sperma en eicel doet fuseren” zijn onjuist. De zona pellucida is een structuur die de bevruchtingscapaciteit van spermacellen juist afremt.Een voorbeeld om dit te illustreren is de hamstereicel-test die in de ivf-kliniek het bevruchtend vermogen van menselijk zaad test. In deze test worden hamstereicellen waarvan de zona pellucida is verwijderd in een reageerbuis met menselijk sperma gebracht. Het aantal spermacellen dat fuseert met deze kale hamstereicellen is indicatief voor bevruchtend vermogen van het menselijke zaad. Normaliter is menselijk zaad niet in staat de hamstereicel (met zona pellucida) te bevruchten, en bij de hamster zal slechts één zaadcel de bevruchting op zich nemen.De zona pellucida vertraagt de bevruchting van de zaadcel en is eigenlijk een vesting rondom de eicel. Alleen met de juiste combinatie aan zona bindende eiwitten kan de zaadcel binden aan de vesting. Dit proces is soortspecifiek en na het binden aan de zona pellucida moet de zaadcel een soort gereedschapstas (de acrosoom) openen om een gaatje te boren in de dikke zona pellucida-structuur.Door deze vertragingstactiek is er op een gegeven moment slechts één individuele zaadcel die door de zona pellucida komt. Deze zaadcel komt in de tussenruimte (perivitelline ruimte) tussen de zona pellucida en de plasmamembraan van de eicel. Waarschijnlijk is deze eerste zaadcel een bofkont, omdat de eicel deze ene cel faciliteert om te bevruchten. Dat proces gebeurt overigens door de eicel zelf en niet door de zona pellucida.Na de bevruchting moet de eicel een truc uithalen om te voorkomen dat een tweede zaadcel met de eicel gaat fuseren (polyspermie). De eerste zaadcel die de eicel bevrucht, brengt naast het mannelijke haploïde-genoom ook activeringsstofjes in de die nog de ambitie hebben de eicel te bevruchten. Het onderzoek van Monné (Nature, 4 december) beschrijft een eerste doorbraak met röntgendiffractie over de vouwing van zp2 en zp3. De belangrijkste vindingen van dit onderzoek staan goed beschreven in de wetenschapsbijlage. Een zp-eiwit heeft echter geen functie in de sperma-eicelfusie. Het eiwitdomein dat de groep van Monné heeft onderzocht, draagt ertoe bij dat de spermacel aan de zona pellucida kan binden, hetgeen vervolgens veroorzaakt dat er bevruchting kan plaatsvinden. Maar de zona pellucida is meer een verkeersregelaar die er zorg voor draagt dat slechts één zaadcel deze interactie met de eicel aangaat. Na bevruchting wordt de structuur van de zona pellucida aangepast, zodat het een onneembare vesting wordt voor zaadcellen.

Reken hoogleraren af op hun onderwijsprestaties

Het debat over de evaluatie van universiteiten (Opinie & Debat, 29 november), laat zien dat universiteiten volledig vergeten dat hoogleraren in de eerste plaats leraren zijn. Om dat inzicht te krijgen hoeven Colleges van Bestuur alleen maar de bestaansreden van hun `ondernemende` universiteiten te onderzoeken en dan worden zij zich er van bewust dat hun `core business`, het belangrijkste proces om een gewenste waarde aan een grondstof toe te voegen, het leerproces van hun studenten is. Zij zien dan ook dat kennis hun kapitaal is en nieuwe kennis de winst die nodig is voor hun continuïteit en die aan de maatschappij moeten worden doorgeven. Dan begrijpen zij dat de kwaliteit van hun hoogleraren niet kan alleen worden bepaald door regelmatig hun wetenschappelijk onderzoek te laten evalueren. Zij laten dan namelijk ook regelmatig de kwaliteit van afstudeerwerk onderzoeken, want daarmee moeten toekomstige academici immers tonen dat zij door hun studie hebben geleerd om met voldoende wetenschappelijke kennis van andere mensen complexe problemen zo zorgvuldig op te lossen dat de uitkomst wetenschappelijk verantwoord is. De opbrengst van dit leerproces is voor academici dat zij door de voorbeeldrol van hun hoogleraren ook leren dat ze in de maatschappij alleen maar goed zullen blijven functioneren als ze bij de tijd blijven, dus altijd voldoende nieuwe kennis blijven gebruiken, wat de maatschappij van academici dan zelfs ook mag eisen. Dat maakt dat deze academici niet meer de weg van de minste weerstand kunnen kiezen. Voor universiteiten is verder een voordeel dat deze academici, veel meer dan nu, zelf initiatief nemen om nieuwe kennis ook bij universiteiten te zoeken. Dat maakt kennisoverdracht veel efficiënter.

SS Rotterdam is een echte aanwinst voor Katendrecht

Het zat er wel in dat kersverse minister Van der Laan in alle drukte niet de tijd zou nemen om zich grondig te verdiepen in het dossier van het ss Rotterdam (NRC Handelsblad, 3 december). De regering wil achterstandswijken laten opknappen op kosten van de woningcorporaties. Nu voert corporatie Woonbron een creatief en gedurfd plan uit, waarvan achterstandswijk Katendrecht een enorme oppepper zal krijgen, en dan volstaat de minister met kritiek. Hij zou er beter aan doen eens onder ogen te zien wat Katendrecht, Rotterdam en meer algemeen Nederland, voor die 200 miljoen krijgen: het grootste passagiersschip ooit in Nederland gebouwd, en één van de mooiste, van de sloop gered. Dat dit niet alleen iets is voor een paar nostalgische scheepsliefhebbers, blijkt alleen al uit het feit dat het schip naar verluidt niet in het weekend mocht terugkeren vanwege te verwachten verkeersopstoppingen. Een uniek en goed bewaard jaren-50-interieur, boordevol werk van Nederlandse kunstenaars uit die tijd, gewetensvol, om niet te zeggen liefdevol, gerestaureerd. Voeg daarbij een heel bijzonder hotel- en congrescentrum, met cafés, restaurants en een theater en je vraagt je af waar je dit alles, inclusief injectie voor de wijk, voor minder zou kunnen krijgen. Door Woonbron het mes op de keel te zetten en in de onmogelijke positie te brengen haar belang voor een bepaalde datum te moeten verkopen, helpt de minister dit project willens en wetens om zeep, gaat straks een of andere beunhaas voor een koopje met het schip aan de haal en heeft Rotterdam het nakijken. Het huishoudboekje is dan gelukkig weer op orde en ieder houdt zich voortaan weer bij zijn leest. Wat een visie.

Westerse arts en chronische ziekten

In het artikel Tegen chronische ziekten schiet westerse arts tekort” beweert psychiater David Servan-Schreiber dat westerse artsen niets te bieden hebben aan patiënten met chronische ziekten. De voedingsadviezen die Servan-Schreiber noemt in het artikel zijn voor iedere Nederlander te vinden op www.voedingscentrum.nl. Westerse artsen geven wel degelijk adviezen over gezond eten, over voldoende beweging enerzijds en genoeg rust en ontspanning anderzijds, zodat een patiënt zo goed als mogelijk met zijn kwaal kan leven. Het is aan de patiënt om deze adviezen op te volgen. Tegenwoordig heet dat zelfmanagement van de patiënt.De alternatieve geneeswijzen die hij noemt zijn niet effectiever dan een placebo als de effectiviteit wetenschappelijk wordt onderzocht. Ze worden door sommige patiënten echter als prettig ervaren. Het is zeker waar dat veel mensen in de westerse wereld met een gezondere levensstijl een langer en gezonder leven zouden kunnen leiden. Het is echter niet de schuld van westerse artsen dat patiënten zich niet aan de gegeven adviezen houden. Niemand kan gedwongen worden om gezond te leven. De weerstand tegen een gezonde levensstijl zit bij de patiënt en niet bij de arts die de adviezen geeft. Complementaire of traditionele geneeskunde biedt ook geen oplossing voor het gebrekkige zelfmanagement van de patiënt. Alternatieve geneeswijzen bieden naast het placebo-effect alleen valse hoop.Van een hersenonderzoeker en hoogleraar psychiatrie mag men toch wat meer verwachten dan het advies voor een gezond voedingspatroon, mediteren voor de zielenrust en 30 minuten per dag stevig wandelen.