Strijden om behoud van het oudste stukje Lelystad

Waar winden stedelingen zich over op? In Lelystad strijden bewoners van het oudste stukje stad voor behoud van hun pioniersomgeving.

Ze wonen er nog steeds en ze herinneren zich nog hoe het was. Twaalf gezinnen op het werkeiland in de voormalige Zuiderzee, van waaruit begin jaren vijftig de Flevopolder werd aangelegd. Hun houten huizen zouden de eerste woningen van Lelystad worden. Henk Wagenaar is 85 jaar oud en vertelt dat hij twaalf uur per dag zeven dagen per week als machinist werkte bij het bemalen van een bouwput voor de sluis. Hard werken lag voor de hand. „Je kreeg betaald en je had hier toch niets anders te doen.” Er was een school met één onderwijzer. Er waren eenvoudige woningen in wat het werkkamp heette, voor dijkwerkers, gebouwd met stenen die op z’n kant werden gemetseld om materiaal te sparen, dat per schip werd aangevoerd. Er was een kantine waar de gezinnen op zaterdagavond televisie gingen kijken, het enige toestel op het eiland. Eén keer in de week deed zijn vrouw boodschappen, met de boot naar Harderwijk, behalve in strenge winters als ze van de wal waren afgesloten en zij hun voorraden moesten aanspreken. Vooral de vrouw van Wagenaar heeft het pioniersbestaan altijd heerlijk gevonden. „De vrijheid”, zegt ze. „En de saamhorigheid.”

Volgend jaar, op 31 oktober, is het zestig jaar geleden dat vlakbij het werkeiland de eerste dukdalf in de Zuiderzee werd geslagen als begin van de inpoldering van Flevoland. Lia van Vliet wil graag op die dag een replica van die meerpaal laten onthullen, midden op het werkeiland. Van Vliet is secretaris van de wijkraad Lelystad Haven. Het werkeiland moet zoveel mogelijk in de oude staat behouden worden. „Het werkeiland heeft cultuurhistorische waarde. Dit staaltje Hollands glorie mag niet verloren gaan. Als het weg is, komt het nooit meer terug.” Ook de Bond Heemschut geeft hoog op van het ex-eiland, en heeft het onlangs aangemeld als rijksmonument wegens zijn historische, maatschappelijke en educatieve waarde. Rob Bakelaar van de Bond Heemschut: „Er is geen stad waar zoveel over de inpoldering bewaard is gebleven. Wat de grachtengordel is voor Amsterdam, is het werkeiland voor Lelystad.”

Politici en burgers van Lelystad zijn sinds enkele maanden verdeeld over de toekomst van het werkeiland. Er is veel behouden van het eerste stukje Lelystad, maar er is ook veel verloren gegaan. Er staat een bel die werd geluid om de polderwerkers binnen te roepen. De barakken van het werkkamp zijn gespaard en zijn zelfs onlangs fraai gerestaureerd tot woningen. Maar het oude stratenplan is deels verdwenen en de kantine is vervallen. Tot enkele maanden geleden heeft er een restaurant in gezeten, Stake Five. In de directe omgeving zijn jaren geleden huizen gebouwd. En binnenkort komen er nog meer huizen. De kantine zal worden gesloopt, wellicht om te worden herbouwd in het poldermuseum. Daarvoor in de plaats komen appartementen, winkels en horeca. Er komt een vier lagen hoog gebouw aan het water. En op het lege binnenterrein, tussen de voormalige kantine en de gerestaureerde huisjes, zullen extra woningen verrijzen. Drie kubusvormige woonblokken.

Tegen dat laatste voornemen is nu verzet. Burgemeester en wethouders besloten vorige week het plan op het nippertje van de agenda van de gemeenteraad af te voeren, na lezing van een brief met handtekeningen van bewoners. Wethouder Jop Fackeldey (PvdA): „Als mensen uit je stad zo betrokken zijn bij hun omgeving, moet je dat honoreren. Daarom doen wij nu een ultieme poging om een compromis te bereiken.”

De wijkraad staat „niet afwijzend” tegenover de bouw van enkele woningen op het terrein, staat in de brief, maar die moeten dan wel kleiner worden en „in stijl met de gerenoveerde woningen” zijn. „Het zou buitengewoon triest zijn als juist de gemeente Lelystad het verkrijgen van de status als cultureel erfgoed doorkruist door het voorliggende bestemmingsplan aan te nemen.” Lia van Vliet: „Wij vinden de woonblokken niet passen in de omgeving. Bovendien kijken de bewoners van de gerestaureerde huisjes straks tegen een tien meter hoog vierkant blok aan. En dan moeten er ook nog heel veel parkeerplaatsen komen voor de bewoners van al die nieuwe woningen.”

Wethouder Fackeldey legt uit dat de projectontwikkelaar, Waterfront, de voormalige barakken met veel geld heeft gerestaureerd in de veronderstelling dat er later geld verdiend kon worden met de bouw van extra woningen. Fackeldey: „De bouw van die woningen is nodig om de restauratie te betalen. Eerst kwam het zoet en nu het zuur.” Niet bouwen zou een forse schadeclaim kunnen opleveren van naar schatting 1,2 miljoen euro.

Over de vraag of de kubuswoningen passen bij de rest van het werkeiland, valt volgens de wethouder te twisten. „Wij willen van het werkeiland geen openluchtmuseum maken. Persoonlijk denk ik dat met de kubuswoningen het contrast zo groot is, dat de cultuurhistorie van de rest van de huizen er juist beter door uitkomt.”

De pioniers zelf geloven het allemaal wel. Henk Wagenaar: „Ach, zoals vroeger wordt het toch nooit meer.”