Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Opvoeden

Zien kleine mensen de wereld anders dan grote?

Huizen of speeltuinen die enorm lijken als kind, blijken op volwassen leeftijd een stuk kleiner te zijn. De bijna twee meter lange Nils Gerbens uit Amsterdam vraagt zich af of hij en zijn veel kleinere vriendin de wereld ook zo verschillend bekijken.

De vergelijking tussen kinderen en volwassen, maar kleine, mensen kun je volgens waarnemingsdeskundige Rob van Lier van de Universiteit van Nijmegen niet één op één maken: „De wereld is ook breder voor kinderen. Voor een kind is alles nieuw. En dingen die je voor het eerst meemaakt hebben meer impact, ze lijken ook langer te duren. Ik heb het nooit onderzocht, maar ik kan me voorstellen dat er in de ruimtelijke ervaring ook zoiets plaatsvindt met de informatieverwerking. Dat is leeftijdsgebonden, niet lengtegebonden.”

„Wat erg belangrijk is, is dat onze kennis van de wereld zo dominant is”, zegt Jan Theeuwes, professor in de cognitieve psychologie op de Vrije Universiteit Amsterdam. „Als ik op een hoge toren sta en naar beneden kijk, lijkt de wereld ook heel klein, maar ik weet dat dit niet zo is. Die kennis van objecten ontbreekt bij kinderen.”

Doordat kinderen zo klein zijn, kijken ze bovendien altijd overal van een lage hoek tegenaan. Van Lier: „Als je klein bent is het perspectief anders. Door de andere proporties lijkt de wereld overweldigender, en als er een object aankomt, gebeurt er meer in je gezichtsveld. In films maken ze daar gebruik van: als een situatie dreigend over moet komen wordt er vanuit een lage hoek gefilmd.”

Belangrijk is volgens Theeuwes ook het ruimtelijk inzicht van een kind, of het gebrek daaraan. Iets ver weg is klein en dichtbij is alles groot. „Het gaat beide kanten op. Als een kind in de verte een auto ziet, denkt hij dat daar een klein autootje rijdt. Kinderen hebben nog geen verstand van perspectief. Objecten die dichtbij zijn lijken dan heel groot.”

Een huis zit dus voor een kind boordevol grote en hele grote spullen en is dus zelf enorm. Volwassenen herkennen de grootte van objecten, hoe dichtbij ze ook zijn. Nils en zijn vriendin zullen vanaf een andere hoek de wereld bekijken, maar ze weten wel allebei hoe groot die is.