Serene musical van 'Op Hoop van Zegen'

Musical Op Hoop van Zegen, door De Graaf & Cornelissen Producties. Gezien: 7/12, Zaantheater, Zaandam. T/m 25/4. Inl. ruuddegraaf.nl ***

De nieuwe Nederlandse musical Op Hoop van Zegen, naar Herman Heijermans’ honderd jaar oude visserstragedie, is verrassend bescheiden: tien spelers (diverse dubbelrollen), weinig decor (vooral wolkenluchtprojecties) en drie muzikanten (piano, gitaar en altviool). Waar het musicalgenre soms geneigd is zich te overschreeuwen, wordt hier een weldadig gedempte toon aangeslagen. Een waagstuk wellicht, maar het drama grijpt toch weer aan, juist omdat regisseur Paul van Ewijk in deze serene versie bijna alles heeft weggelaten dat afleidt van de kern.

Wat behalve de inkortingen bovenal opvalt, is de breuk met twee tradities. Kniertje, vaak gespeeld als hoogbejaard wrak, is hier een trots wijf wier godsvertrouwen ondanks alles ongebroken blijft. Ellen Pieters creëert een monumentje voor de beroemdste vrouw uit de Nederlandse theatergeschiedenis, met een koppig opgeheven kin, weggedrukt verdriet en stille snikken aan het slot. Haar gevleugelde woorden „de vis wordt duur betaald” zijn een spreektekst gebleven.

De door Ben Cramer statig gespeelde reder Bos, die een wrakke schuit de zee opstuurt voor de verzekeringscenten, is hier niet alleen de bruut, maar ook een man die voor een dilemma staat. Samen staan ze in een hecht ensemble waarin ook Metta Gramberg (als mevrouw Bos), Hilke Bierman (als jonge vissersvrouw) en Arie Cupé (als Bos’ boekhouder) mooi precisiewerk verrichten.

Een zwakke stee in deze Op Hoop van Zegen zijn de zangteksten. Ze werden door Allard Blom geschreven in een clichématig musical-idioom („iets diep in mij, dat stierf met hen”, zingt Kniertje over haar verzopen man en zonen), dat lelijk vloekt met de volkse taal van Heijermans’ dialogen. Bovendien is het schromelijk overdreven om reder Bos in een solonummer te laten zingen dat zijn leven min of meer mislukt is – zo diep zou die man vast niet door het stof gaan.

Tom Bakker componeerde enkele sierlijk wiegende melodieën, , maar helaas ook minder memorabele deuntjes. Plussend en minnend blijft er echter toch een respectabele kamermusical over, die Heijermans alleszins recht doet.