Opinie

    • Youp

Politesse

Youp

Oude corpsballen zijn altijd aandoenlijk en vooral een hockeyhoofd in paniek is onweerstaanbaar. Afgelopen week heb ik dan ook met de volste teugen genoten van Jan-Michiel Hessels, die als vice-voorzitter van de raad van bestuur van Fortis zesduizend ontevreden aandeelhouders het een en ander moest uitleggen. Ontevreden is niet helemaal het goede woord. De meesten waren domweg berooid. En woedend. Hartstikke woedend. Terecht? Wat denkt u zelf?

Ze schreeuwden om Maurice Lippens, in hun ogen de grote schoft en boosdoener, maar deze meneer was een middagje vissen of gezellig steengrillen met zijn schoonfamilie. Hij werd door het morrende volk afgedaan als lafaard en dat vind ik nog netjes uitgedrukt. Collega Jean-Paul Votron leek het ook beter om die dag even wat anders te doen. Dus mocht Jan-Michiel het klusje klaren en hij deed dat beschaafd. Schuld bekennen vond hij te ver gaan, maar hij wilde wel toegeven dat er fouten waren gemaakt. En hij betuigde zijn spijt. Dat lijkt niet meer dan terecht, maar u moet weten dat dit voor bestuurders van dit kaliber een enorme stap is. Een knieval maken ze op dat niveau niet graag. Arrogantie staat hoog in het vaandel. Het was in dit geval natuurlijk een loos gebaar. Met die holle woorden hebben de kleine krabbelaars hun spaarcentjes niet terug. Het was niet meer dan een vlugge formaliteit. Na de vergadering heeft Jan-Michiel ongetwijfeld met een opgeluchte Lippens en Votron gebeld. Ginnegappend? Ik denk het wel. Zo gaat dat in die kringen.

Het mooiste moment van de roerige vergadering was toen een zekere Etienne Davignon het woord wilde voeren. De Belgische lobbes werd vierkant uitgejouwd en toen gebeurde er iets grappigs. Jan-Michiel pakte de microfoon en riep bekakter dan bekakt: „Politesse!”, waarop wij thuis zo onbedaarlijk in de lach schoten. Politesse is namelijk het ergste corpsballenwoord aller tijden. Alleen fossielen die de Soldaat van Oranje nog persoonlijk ontgroend hebben bezigen deze term af en toe als ze stomlazarus zijn. Verder kent niemand dit woord meer. De dubbelste namen van het Leidse Minerva weten zelfs niet meer waar je het over hebt als je politesse door de sociëteit krijst. Maar Jan-Michiel probeerde er in 2008 een zaal met zesduizend mokkende Belgen mee stil te krijgen. Het was zo lief, zo’n man die door een gierkar aan kak van zijn santé niet afweet en die dan politesse roept. Niet één hete aardappel in zijn keel, maar een mud kokendhete piepers. Maar nog leuker was het dat hij ook nog riep: „Ik vind dit heel onbeschoft.”

Onbeschoft?  Wat nou onbeschoft? Het is onbeschoft dat je met je bekakte kop niet gewoon op de directietafel bent gaan staan en keihard hebt uitgeschreeuwd dat je je schaamt voor wat er allemaal gebeurd is. En dat je schuld bekent. Niks geen diplomatiek geneuzel van spijt betuigen, gewoon mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa! En je had meteen moeten zeggen dat het je spijt dat je het werk er maar een beetje bij deed, omdat je naast je baan met je gigantische salaris ook nog vijf vet betaalde commissariaten hebt. Commissariaten die tijd opslokken. En je had het morrende volk moeten vertellen dat je deze schnabbels er met onmiddellijke ingang aangeeft zodat je je kan concentreren op het zinkende schip. En misschien was het ook aardig geweest als je tegen de zesduizend aandeelhouders had gezegd dat je gezien je wanbeleid afziet van alle door jou zelf bedongen oprotpremies en andere platina handdrukken van enkele miljoenen euro’s en dat je tevreden bent met je gigantische salaris. Ik vrees dat je de zaal dan doodstil had gekregen, sterker nog: je naam was misschien wel gescandeerd.

Maar nu riep je tegen doodgewone mensen, die door onder andere jouw wanbeleid hun pensioentjes en andere spaarcenten hebben zien verdampen, dat ze onbeschoft waren omdat ze een of andere Belgische minkukel niet wilden horen liegen. Laat me niet lachen. Wie is er nou onbeschoft? Jij! Wat je moet doen? Schuld bekennen en van je straks te innen premies afzien! Waarom? Kwestie van politesse!

Youp van ’t Hek