Het Europese elan van de kroonprinses

Het eindigde in een mislukking maar de onderneming is koningin Beatrix altijd dierbaar gebleven. Zo dierbaar dat ze gisteren speciaal naar Londen reisde om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen van de Engelse vertaling van een boekje over de vergeefse poging van jongeren in de jaren ’60 om een eigen Europese hulporganisatie op te zetten voor ontwikkelingslanden. De toenmalige kroonprinses Beatrix was hierbij betrokken.

In haar voorwoord bij de Engelse editie van het boekje van de historicus Peter Bak (Bewogen en Bevlogen. Het Europees Elan van Prinses Beatrix, 2005) spreekt Beatrix van „een moedig avontuur”. Via de zogeheten Europese Werkgroep wilden jongeren uit onder meer Nederland, Noorwegen en Groot-Brittannië een Europese tegenhanger van het Amerikaanse Peace Corps van president Kennedy opzetten. Idealistische vrijwilligers zouden hulp bieden in ontwikkelingslanden.

„We wilden niet dat elk Europees land zoiets afzonderlijk ging doen, het moest in Europees verband gebeuren”, aldus Bas de Gaay Fortman, de oud-politicus die ook tot de groep behoorde.

Mede dankzij de toen 23-jarige Beatrix, die voorzitter van de Europese Werkgroep werd, wist de groep fondsen aan te boren en enkele projecten op touw te zetten. Het meest geslaagde was de wederopbouw van een dorp in Iran na een verwoestende aardbeving.

Al gauw rezen er echter financiële problemen. En daarmee werd het een probleem voor de Nederlandse regering, die niet wilde dat de kroonprinses werd geassocieerd met een in diskrediet geraakte organisatie. Zakenlieden schoten te hulp. Terwijl Beatrix op het punt stond te bevallen van Willem-Alexander, liet een topman van Philips op Slot Drakensteyn door een lakei een brief bezorgen met 150 briefjes van 1.000 gulden. Na een laatste injectie, bedoeld om de organisatie netjes op te doeken, was het in 1968 voorbij.

Welwillend hoorde de koningin na de uitreiking spreekbeurten van studenten Nederlands in Groot-Brittannië aan, stuk voor stuk getuigend van een diep geloof in Europese samenwerking. „De nieuwe generatie is minder materialistisch ingesteld dan de vorige”, sprak De Gaay Fortman goedkeurend.