'Geallieerden waren te toegeeflijk'

Hij dacht klaar te zijn met WO II, maar toch bleven er voor de historicus John Lukacs nog zes vragen over. „‘What if?-history’ vind ik een zinloze bezigheid.”

John Lukacs Foto Freddy Rikken 15/10/2008 Foto Freddy Rikken John Lukacs schrijver
John Lukacs Foto Freddy Rikken 15/10/2008 Foto Freddy Rikken John Lukacs schrijver Rikken, Freddy

John Lukacs is in zijn nopjes. De Hongaars-Amerikaanse historicus (Boedapest, 1924) was onlangs in Londen te gast bij Mary Soames, het enige nog le- vende kind van Winston Churchill. Lukacs beschouwt Churchill als de grootste staatsman van de voorbije eeuw; hij publiceerde in 2002 met Churchill: Visionary, Statesman, Historian een lovende biografie over de Brit. Mary Soames toonde haar dankbaarheid voor Lukacs’ boek door hem twee sigaren te schenken uit de voorraad die na de dood van haar vader was achtergebleven. Lukacs, zonder een spoor van ironie: „Dat was het mooiste moment van mijn leven.”

Lukacs is in Europa om zijn nieuwste boek, Langs kromme lijnen. Zes resterende vragen over de Tweede Wereldoorlog, onder de aandacht te brengen. In zijn oeuvre van meer dan dertig titels neemt dit boek een belangrijke plek in. Eigenlijk dacht hij dat hij alles wel gezegd had, totdat zijn uitgever met het verzoek kwam nog één keer na te denken over het conflict.

In het boek dat het resultaat is van deze exercitie, tracht Lukacs zes vragen te beantwoorden: Was de Tweede Wereldoorlog onvermijdelijk? Was de deling van Europa onvermijdelijk? Was Hitler onvermijdelijk? Was het maken van de atoombom onvermijdelijk? Was de oorlog van Amerika tegen Duitsland onvermijdelijk? Was de Koude Oorlog onvermijdelijk?

Lukacs haast zich om te zeggen dat hij geen ‘what if?-history’ bedrijft. „Dat vind ik een zinloze bezigheid. In dit boek beschouw ik de diverse paden die de geschiedenis had kunnen volgen.” In zijn inleiding citeert hij met instemming Johan Huizinga: ‘De historicus moet tegenover zijn onderwerp een indeterministisch gezichtspunt blijven innemen. Hij verplaatst zich voortdurend op een punt in het verleden waarop de kenbare factoren nog verschillende uitkomsten schenen toe te laten. Spreekt hij van Salamis, dan is het nóg mogelijk dat de Perzen zullen winnen.’

Lukacs heeft met Langs kromme lijnen een prikkelend boekje afgeleverd, waarin het vooral genieten is van zijn enorme eruditie. Maar de lezer krijgt niet altijd een klip-en-klaar antwoord op die zes vragen.

Het onderzoek naar het uitbreken van de oorlog tussen Duitsland en de Verenigde Staten vond Lukacs het interessantst, vertelt hij in de bibliotheek van het Amsterdamse Ambassade Hotel. De Britse historicus Ian Kershaw behandelde in zijn meest recente boek Fateful Choices (besproken in Boeken, 21.09.2007) dezelfde kwestie, maar Lukacs is niet onder de indruk van zijn conclusies. „Ik vind dit boek niet zijn beste werk. Van zijn Hitlerbiografie was ik onder de indruk, zoals ik ook schrijf in een speciaal nawoord bij de onlangs verschenen uitgebreide versie van Hitler en de historici. Maar de oorlogsverklaring van Hitler aan het adres van de VS was helemaal geen keuze; het was de bevestiging van wat al lang onvermijdelijk was geworden. Op de Atlantische Oceaan verkeerden de zeestrijdkrachten van beide landen de facto al in staat van oorlog.”

Dat de Duitse oorlogsverklaring voor de Amerikanen niet als een verrassing kwam, blijkt uit de zogenoemde Rainbow Five- documenten van de Amerikaanse legerleiding, meent Lukacs. Deze topgeheime documenten waren uitwerkingen van mogelijke oorlogsscenario’s. Ze werden in 1939 en 1940 opgesteld. „Uit deze plannen blijkt dat de Amerikaanse militaire elite toen al rekening hield met een oorlog op twee fronten, tegen Japan én nazi-Duitsland. En toen al werd aan het verslaan van Duitsland de hoogste prioriteit toegekend. Ik dacht altijd dat voor de implementatie van deze zogenoemde Germany first-strategie de invloed van president Roosevelt van doorslaggevend belang was, maar het blijkt dat de legerleiding zelf ook voorstander was van deze aanpak.”

Omdat er overeenstemming bestond tussen militairen en politici, was het na de Japanse aanval op Pearl Harbor minder moeilijk de volle aandacht te richten op Europa, in plaats van op de Stille Oceaan. Lukacs: „En dat terwijl de publieke opinie natuurlijk wilde dat de Japanners werden aangepakt.”

De opstelling van de Amerikaanse legerleiding was niet de enige verrassing die zich voor Lukacs openbaarde toen hij bronnen bestudeerde die betrekking hadden op 1941. „Ik denk dat Hitler al op 6 december van dat jaar wist dat hij de oorlog niet meer kon winnen.”

Het bewijs voor deze stelling vond Lukacs in de dagboeken van Franz Halder, chef-staf van het Duitse leger. Op 6 december ontketenden de Russen voor Moskou een enorm tegenoffensief, waarmee voor de Duitsers de hoop verkeken was dat de oorlog dat jaar winnend kon worden afgesloten. „Twee weken later zou Hitler tegen Halder gezegd hebben dat dit betekende dat een militaire zege er niet meer in zat. De enige kans die Duitsland restte was de strijd zo lang mogelijk vol te houden, in de hoop dat het bondgenootschap van de geallieerden uit elkaar zou vallen.”

Het besef dat de kans op victorie achter de horizon verdwenen was, had volgens Lukacs twee belangrijke gevolgen: de beslissing het Europese Jodendom uit te roeien en het gereedmaken van Duitsland voor de totale oorlog. Dat laatste gebeurde met veel succes, hoewel de uiteindelijke nederlaag niet kon uitblijven. Lukacs: „Maar het is ongelooflijk dat de Sovjets er na Stalingrad nog ruim twee jaar over gedaan hebben om Berlijn te bereiken.”

In het uithoudingsvermogen van het Duitse volk en zijn leger openbaarden zich de krachten waarvan de nazi’s tijdens hun bewind goed gebruik hebben gemaakt, meent Lukacs. „Het patriottisme van veel Duitsers was ook zonder de invloed van de nazi’s veranderd in een fel nationalisme. Na de ineenstorting van het Derde Rijk pleegden tienduizenden mensen zelfmoord – en dat waren lang niet allemaal nationaal-socialisten. Hoeveel mensen pleegden er zelfmoord na de teloorgang van de Sovjet-Unie en de andere communistische staten van Oost-Europa enkele decennia later? Niemand! Ziedaar het verschil tussen de mate waarin het nationaal- socialisme en het communisme deel uitmaakten van de nationale identiteit.”

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog brak de Koude Oorlog aan. In Langs kromme lijnen onderzoekt Lukacs de onvermijdelijkheid van deze nieuwe confrontatie. Hoewel hij Stalin beschouwt als hoofdverantwoordelijke voor het uitbreken van dit nieuwe conflict, legt hij opvallend genoeg ook een deel van de schuld bij de westelijke geallieerden. Niet omdat ze te oorlogszuchtig waren ten opzichte van de Russen, in tegendeel. „Ze hadden eerder tijdens de Tweede Wereldoorlog de Sovjet- Unie tegengas moeten geven.”

Wat denkt hij van het optreden van zijn held Winston Churchill, die met Stalin op de achterkant van een servet de naoorlogse invloedsferen in Oost-Europa verdeelde? „Dat gebeurde in oktober 1944. Toen vocht het Rode Leger al ver buiten de landsgrenzen van de Sovjet-Unie. Churchill erkende hiermee slechts de situatie zoals die was.” Vooral Roosevelt was veel te inschikkelijk tegenover Stalin, meent Lukacs. „Hij gaf in Jalta Polen weg aan Stalin; alles om ervoor te zorgen dat de Sovjet-Unie lid werd van de nog op te richten Verenigde Naties, zijn geesteskind. Het had voor Polen niet zo slecht af hoeven lopen, als de Britten en Amerikanen tijdig actie hadden ondernomen.”

Finland is een goed voorbeeld van hoe het ook had gekund, zegt Lukacs. „Dat land erkende het feit dat het zich in de Russische invloedssfeer bevond. Onder voorwaarde dat de Finnen geen toenadering tot het Westen zochten, lieten de Sovjets ze verder met rust. Poolse vluchtelingen in Londen hoopten dat als de Sovjet-Unie de gebieden mocht behouden die zij in 1939 van het oosten van Polen had afgenomen, een Poolse semidemocratische staat tussen de Sovjet-Unie en het verslagen Duitsland kon blijven bestaan. De inzet van de westerse geallieerden voor hen kwam echter te laat om dit te kunnen bewerkstelligen.”

John Lukacs: Langs kromme lijnen. Zes resterende vragen over de Tweede Wereldoorlog. Mets & Schilt. 142 blz. €16, 90.

Hitler en de historici. De plaats van Adolf Hitler in de 20ste eeuw. Mets & Schilt. 272 blz.€ 22,90.