De documentairemaker als lijkenpikker

Soms zie je iets dat zó slecht is, dat twee tegengestelde neigingen om voorrang strijden: het geheel negeren, om op de artistieke wandaad niet de aandacht te vestigen; óf in het geweer komen, ter bestrijding van het kwaad. Het komt hier toch maar tot de tweede variant: Sweety, een documentaire van Menna Laura Meijer over de moord op Maja Bradaric die vorige week op IDFA in première ging, is de vreselijkste documentaire sinds jaren.

Maja Bradaric was een meisje uit Nijmegen van Bosnische afkomst, dat in 2003 op 16-jarige leeftijd werd vermoord door drie bevriende jongens. Zij wurgden haar en staken het lichaam van het slachtoffer vervolgens in brand. Het was een moord met voorbedachten rade, waarbij tijdens de twee strafprocessen tegen de daders eigenlijk geen duidelijk motief naar voren is gekomen. Een acte gratuit dus, waarvoor de rechter zeer hoge straffen heeft opgelegd, ondanks de jeugdige leeftijd van de daders.

Een mooi onderwerp voor een documentaire. Je ziet het vóór je: klasgenootjes van slachtoffer en daders, die een portret geven van een generatie, verwijzingen naar de tragische Bosnische achtergrond van betrokkenen, de worsteling van de rechters met een zó zwaar geweldsmisdrijf, gepleegd door zulke jonge daders.

Maar helaas. Er komen wel klasgenootjes in beeld, maar die hebben niets interessants te vertellen. Ze doen een beetje gewichtig, over Maja en de daders. Sommigen van hen mogen stukjes uit het dossier van de rechtszaak voor de camera voorlezen. Voor de jongen die een stukje bekentenis van een van de daders mag voorlezen – waarin zeer gedetailleerd wordt beschreven hoe Maja is gewurgd – is het wel te hopen dat straks, als co-producent BNN de film op de publieke televisie uitzendt, alle kijkers begrijpen dat hij niet zelf de dader is.

Behalve leeftijdgenootjes komt niemand aan het woord. Ongeveer de halve film gaat op aan volledig irrelevante mooi-filmerij: bedauwde velden, kleurige beelden van de kermis, dat werk. Om onduidelijke redenen worden alle technische mogelijkheden van de moderne videocamera ten volle uitgebuit – tergende minuten lang lopen de mensen in beeld bijvoorbeeld consequent achteruit.

Tot zover: erg slechte flutfilm, kun je het beste maar negeren. Maar dat wordt anders door het uitgebreid opvoeren, in beeld, van de persoon van Nina, een meisje dat tot vier maanden voorwaardelijk is veroordeeld wegens medeplichtigheid: zij was bevriend met slachtoffer en daders en had tevoren uitvoerig weet van het plan tot de moord op Maja, maar heeft daarover haar mond gehouden.

Nina wordt in Sweety uitvoerig geïnterviewd, met een pruik op weliswaar, maar duidelijk herkenbaar, en vanuit een nogal sexy camerastandpunt. Ook zij heeft op het eerste gezicht niets anders mee te delen dan haar eigen neiging om interessant te doen. Overduidelijk wordt echter dat zij geen enkel benul heeft van het misdrijf waarvoor ze is veroordeeld – geen schuldgevoel, geen schijn van kritische afstand tot wat in haar ogen nog steeds een spannend avontuur lijkt, waarmee je op de televisie kunt komen.

Je vraagt je af waarom er in het hele wordingsproces van een documentaire – opdrachtgever, producent, research, montage – niemand is geweest die heeft gezegd: dit kun je niet zo doen, Menna Laura Meijer, een zo jong iemand zichzelf zo te kijk laten zetten; dat is lijkenpikkerij.