Censuur van Sints mijter maakt ons niet toleranter

Bij de Amsterdamse Sint is het kruis weggehaald om gevoelige moslims te ontzien.

Zo wordt de multiculturele samenleving wel heel grijs.

Censuur van Sints mijter maakt ons niet toleranter. Illustratie Merlijn Draisma
Censuur van Sints mijter maakt ons niet toleranter. Illustratie Merlijn Draisma Draisma, Merlijn

Nooit had ik gedacht nog eens op de bres te zullen staan voor het heilig kruis, maar nu is het zo ver. Wie heeft mijn coming out als kruisridder tot stand gebracht? Sinterklaas! Dat wil zeggen: de Amsterdamse stadssint, die sinds kort volledig kruisloos door het leven gaat. Twee jaar geleden kreeg hij een nieuwe tabberd aan, waarop nergens meer een kruis te bekennen valt. Ook op zijn mijter is het vermaledijde paapse symbool weggecensureerd – vervangen door de drie andrieskruisen uit het Amsterdamse stadswapen. Het lijkt nu alsof de sint zijn entree in de hoofdstad maakt met een ‘amsterdammertje’ op zijn mijter.

De vorige keer dat de Amsterdamse sint in het nieuw werd gestoken, in 1993, werd een beroep gedaan op het Nijmeegse atelier Stadelmaier, gespecialiseerd in katholieke kerkgewaden. Resultaat was een outfit met een pontificaal kruis op de mijter en op het Grote Boek, terwijl ook het koperen borstkruis dat Sint sinds zijn eerste Amsterdamse intocht in 1934 heeft gedragen, behouden bleef.

In 2006 was het niet Stadelmaier maar het atelier van de Stopera dat het nieuwe kostuum ontwierp. Met een duidelijke opdracht: die kruisen moesten weg! Waarom deze ingreep na bijna zeventig blijde inkomsten in de hoofdstad? Dries Zee, die dit jaar afscheid neemt als Amsterdamse stadssint, windt er geen doekjes om: „We hebben het kruis weggelaten omdat Amsterdam een multi-etnische samenleving is geworden. Sint is er voor iedereen, dus je moet er een beetje een universele figuur van maken. Dat spreekt mij ook aan als acterend sinterklaas – als ik het Damrak oprij zie ik een zee van toch hoofdzakelijk donkere gezichtjes.”

Met zijn nieuwe kleren volgt de stadssint het voorbeeld van zijn collega’s in Amsterdam-West. Sint bezoekt de basisscholen in Slotervaart en Overtoomse Veld al jaren kruisloos. „Het kruis riekt te veel naar het rooms-katholieke”, verklaarde adjunct-directeur Wurdemann van de grotendeels zwarte Louis Bouwmeesterschool een paar jaar geleden in Het Parool. Ook in prentenboeken wordt op deze school het kruis op Sints mijter onzichtbaar gemaakt.

Bejaarde SGP’ers zullen er verheugd van opkijken. Nog maar een paar jaar geleden weigerden sommige SGP-burgemeesters de sint in hun gemeente te verwelkomen. Protestanten moesten traditioneel niks van de goedheiligman hebben, mede vanwege zijn lichtzinnige reputatie: de sint was populair als ‘koppelaar’ en toevlucht voor onvruchtbare vrouwen. Pas in de tweede helft van de afgelopen eeuw werd hij in reformatorische kring schoorvoetend geaccepteerd. Het heerlijk avondje is immers pedagogisch verantwoord en draagt bij tot hechte gezinsrelaties. Sint mocht dus komen, maar dan wel zonder kruisen in zijn uitdossing. Op zijn mijter mocht hoogstens een gouden streep zichtbaar zijn – een soort rechtopstaande banketstaaf.

Toch is in orthodox-gereformeerd Nederland de strijd nog niet gestreden. Een paar jaar geleden belandden in het Zeeuwse dorp Borssele een openbare en een reformatorische basisschool om administratieve redenen tijdelijk onder één dak. Om de gereformeerde kindertjes te behoeden voor de aanblik van de paapse kinderlokker, sloop Sint voor dag en dauw in burgerklofje het openbare gedeelte binnen en verkleedde zich in het klaslokaal. „Sinterklaas heeft hier vannacht geslapen”, kregen de kinderen te horen toen ze de goedheiligman bij hun binnenkomst al in vol ornaat aantroffen. „Hij was een beetje vroeg.” Voor alle zekerheid waren de ramen van de reformatorische lokalen afgeschermd.

Een soortgelijke kwestie speelt momenteel in de Tilburgse wijk Stokhasselt. Hier moeten de katholieke Regenboogschool en de islamitische Aboe-el-Chayr school om subsidieredenen samengaan in een ‘multifunctionele accommodatie’. De plannen slepen al jaren en komen maar niet van de grond. Steen des aanstoots is de viering van Sinterklaas, Kerst en carnaval: de Aboe-el-Chayr school wil tot iedere prijs voorkomen dat leerlingen geconfronteerd worden met niet-islamitische geloofsuitingen. Waarschijnlijk zal het uitdraaien op een ontwerp waarin alles strikt gescheiden wordt. De multifunctionele accommodatie zal dan twee afzonderlijke scholen herbergen, ieder met zijn eigen ‘gemeenschappelijke’ ruimten.

Is het echt nodig dat Sinterklaas, vriend van alle kinderen, pion wordt in een nieuwe godsdienststrijd? Natuurlijk niet. Sint Nicolaas is voor het Vaticaan niet eens een echte heilige. Een officiële heiligverklaring is nergens te vinden. In 1970 verordineerde paus Johannes Paulus II dat de viering van Nicolaas’ naamdag op 6 december niet langer verplicht was.

De Nederlandse sinterklaasviering heeft al helemaal niets met de katholieke kerk of met welke kerk dan ook van doen. Integendeel, kerken hebben altijd geprobeerd paal en perk te stellen aan dit volksfeest, dat gepaard ging met platvloers en onzedelijk gedrag van jongelui. Altijd tevergeefs. Door de eeuwen veranderde Nederland van katholiek naar protestant naar onkerkelijk met christelijke en islamitische garnituur – maar sinterklaas bleef wat het was: een groot spel, een soort nationale komedie. Wie dat niet inziet, die moet zijn inburgeringsschoolgeld terughalen.

Ook Sint zelf is een komediant. Hij gaat gekleed in een liturgisch bisschopskostuum uit de negentiende eeuw – de periode waarin het feest zijn huidige vorm kreeg – met tabberd, staf en mijter met kruis. Juist dat laatste benadrukt dat komediekarakter. Echte katholieke bisschoppen dragen al meer dan honderd jaar geen kruis meer op hun mijter. Met hun ijverige kruiswegpoetserij maken de leerkrachten van de Louis Bouwmeesterschool de sint dus alleen maar katholieker!

De verwikkelingen rond de sint en zijn kruis komen voort uit de botsing tussen de Nederlandse cultuur, met ruimte voor ‘alle gezindten’, en de islamitische, waarin die ruimte niet vanzelfsprekend is. Terwijl moslimkindertjes angstvallig worden afgeschermd van sint en kerst, worden uitheemse religieuze feestdagen als het Suikerfeest en Divali in Nederland hartelijk verwelkomd en op extraverte wijze gevierd.

Terecht natuurlijk: hoe meer feesten, hoe meer vreugd. Een ‘multiculturele samenleving’ krijg je door een combinatie van verscheidenheid en toegankelijkheid, niet door je grimmig af te sluiten voor andermans tradities. Nog minder door te eisen dat die tradities worden bijgeschaafd en gecensureerd om het islamitisch volksgevoel, of welk volksgevoel dan ook, te ontzien. En al helemaal niet door die censuur zelf maar vast ter hand te nemen, zoals de organisatoren van de Amsterdamse sinterklaasintocht deden.

Als we op die manier verder gaan, hebben we straks geen multiculturele samenleving gerealiseerd, maar een flauwe eenheidsworst met kraak noch smaak. Bovendien hebben we dan de uitdaging om met uiteenlopende culturen samen te leven beantwoord via de weg van de minste weerstand. Een columnist op de website van Binnenlands Bestuur wist het in één zin samen te vatten: „Zou het ons toleranter maken als wij elkaars feesten afschaffen?”

Herman Vuijsje is zelfstandig journalist, schrijver en teksteditor