Haenen redt oude 'Fledermaus'

De derde acte van ‘Die Fledermaus’: Adele Frank en Ida Foto Hans van den Bogaard Valentina Farcas (Adele), Klemens Slowioczek (Frank), Corinne Romijn (Ida) Foto: Hans van den Bogaard
De derde acte van ‘Die Fledermaus’: Adele Frank en Ida Foto Hans van den Bogaard Valentina Farcas (Adele), Klemens Slowioczek (Frank), Corinne Romijn (Ida) Foto: Hans van den Bogaard Bogaard, Frans van den

Operette Die Fledermaus van Johann Strauss door De Ned. Opera. Gezien: 29/11 Muziektheater, Amsterdam. Aldaar t/m 28/12. Inl. www.dno.nl of (020) 6255455. ***

Van de eigentijdse zen-opera Marco Polo naar de in Duitsland traditionele kerstoperette Die Fledermaus; de Nederlandse Opera knoopt deze maand de uitersten aaneen.

Marco Polo was nieuw, duur en ondoorgrondelijk, Die Fledermaus is bij deze vierde herneming goedkoop van ouderdom. Maar bij Die Fledermaus is in elk geval kristalhelder waar muziek en plot naartoe samenwerken; de gulle lach én moraal, en muziek die onder alle sprankeling die dubbelzinnigheid scherp tot uitdrukking brengt.

Het bouwjaar, 1986/’87, zie je wel af aan het poppenhuisdecor van Andreas Reinhardt. Je kunt je afvragen of regisseur Johannes Schaaf (75) er ook nu nog voor zou kiezen de domme advocaat Blind bij wijze van lolligheid met een dikke ‘jodenbril’ uit te monsteren; een moeilijk merkmontuur zou passender zijn. Maar in grote lijnen brengt Die Fledermaus muziektheater dat al ten niet tegen wil en dank) wals- en polkaritmes doet meetrommelen en zeker vier maal uitnodigt tot een vette lach.

De moeilijkheid van Die Fledermaus is de kritische grens tussen wat werkt en wat net niet meer. Schmieren moet, te veel wordt André Rieu. De handeling schurkt tegen de klucht aan, maar wanneer dat wordt benadrukt, ontstaat ‘operette’ in de meest huiveringwekkende zin des woords.

Muzikaal slaagt deze Fledermaus er beter in buiten de gevarenzones te blijven dan theatraal. Regisseur Schaaf voegt te weinig toe aan de handeling om echt te boeien of te confronteren. De adel flirt, vreet en staart het publiek in stille line-up verwijtend aan; ook gij, operetteganger! Maar die aanklacht komt niet over. De wrede decadentie van Dr. Falke, die wraak neemt op vriend Eisenstein door hem én zijn vrouw tot overspel te verleiden, wortelt in Wenen 1870 en is hier ook zo gesitueerd. Wie voelt zich daar nou door aangesproken?

De zangers zijn allen goed getypecast, met Kurt Streit als aalgladde, zoetgevooisde zangleraar Alfred, Brigitte Hahn als kloeke Rosalinde en Albert Bonnema als wat belegen Eisenstein. Valentina Farcas is als Adele vooral vocaal te weinig kleurrijk en moet dringend op cursus Duitse dictie. Opmerkelijk is de Nederlandse mezzo Maria Riccarda Wesseling, die Prinz Orlofsky gestalte geeft met robuust geluid en griezelig geloofwaardige verveelde-rijkeluiswaanzin.

Waar deze Fledermaus soms, even, vleugels krijgt, komt dat vooral door het Ned. Philharmonisch Orkest en het timinggevoel van dirigent Friedrich Haider, die met vertragingen en accenten exact weet hoe hij Strauss kan doen borrelen. De spreekrol van cipier Frosch is doorgaans een achilleshiel, maar wordt door Paul Haenen opgetild tot het leukste onderdeel van de voorstelling. Haenen wekt met zijn meligheden over Obama, ‘de crisis’ en het menselijk tekort niet alleen deze productie, maar ook de authentieke, scherpe kantjes van het operettegenre weer tot leven.