Walerski stapt in NDT-traditie

Dans Nederlands Dans Theater: Petite Mort. M.m.v. Holland Symfonia. Gezien 27/11 Lucent Den Haag. Inl www.ndt.nl ***

Nu artistiek leider Anders Hellström heeft aangekondigd te vertrekken, speculeert iedereen over de toekomst van het Nederlands Dans Theater. Het erfgoed van Jiri Kylián en het werk van Paul Lightfoot en Sol Léon blijven het speerpunt vormen, maar hoe blijf je als gezelschap bij de tijd? Hoe blijf je een gezelschap dat niet alleen een ouder publiek trekt? En hoe word je een gezelschap dat net als in de begindagen het gesprek van de dag is?

Hellström probeerde het met ‘eigen kweek’. Dansers als Lukas Timulak en Medhi Walerski kregen de kans om te choreograferen. In hun eerste werken zag je hun zoektocht naar aansluiting bij wat er gaande was in de moderne dans. Het doorsnee NDT-publiek had er moeite mee; niet dansant, lyrisch en esthetisch genoeg.

Fransman Medhi Walerski (1979) lijkt zich nu aan de NDT-formule te hebben aangepast. Op Underneath klinken geen elektronische composities op, nee het Holland Symfonia-orkest onder leiding van Matthew Rowe speelt Sjostakovitsj’ kamersymfonie Opus 110a. Walerski laat een danser de muziek in de orkestbak stopzetten. Dat klinkt speels en gewaagd, maar het is een grap die zo afkomstig is uit de traditie der humorballetten van Kylian en Johan Inger. Uit de decormuur komen handen gezet die een danseres wurgen, dansers verdwijnen in luiken, of lopen er tegenaan. En de bewegingen lijken hier en daar op de sketch ‘Ministry of Funny Walks’ van Monty Python. De dansers schokschouderen, krioelen, schudden en fladderen rond.

Het is mooi en sfeervol, zeker met de projectie van de onderwaterbeelden op de muur. Het licht van Tom Bevoort doet zijn werk en vooral de dansers Iratxe Ansa, Sandra Marin Garcia, Aurélie Cayla en Lukas Timulak laten hun ongeëvenaarde klasse zien. Walerski is een volleerd choreograaf, zij het dat het allemaal wel wat kabbelend en braaf is, met vertrouwde NDT-esthetiek. Je hoopt toch op nieuwe visies van jonge mensen die de werken van hun oude meesters in een nieuw daglicht zetten.

Hoe prachtig ook, de andere balletten op het programma, Petite Mort (1991) van Jiri Kylian, en Visions Fugitives (1990) van Hans van Manen, zijn ook niet de allersprankelendste choreografieën in hun oeuvre. Dat geldt niet voor de dansers want de nieuwe, boomlange en atletische Karyn Benquet steelt bij Van Manen de show en oudgediende Stefan Zeromski blijkt de ideale Kylian-vertolker. Nu nog wat vuur in het programma zelf.