Voorrang in zorg alleen op basis van objectieve criteria

In zijn analyse van het Kennemer voorrangsexperiment (Opinie & Debat, 22 november) miskent Werner Brouwer de betekenis van het gelijkheidsdenken in de gezondheidszorg. In de medische ethiek en het (internationale) recht wordt de toegang tot noodzakelijke gezondheidszorg louter bepaald door medische behoefte, vastgesteld aan de hand van objectieve medische en daaraan gerelateerde criteria. Andere criteria, waaronder verzekeringsstatus, maatschappelijke positie, werknemerschap etc, vallen daar niet onder en kunnen nimmer dienen als rechtvaardigingsgrond voor ongelijke behandeling.

Deze uitleg van toegang tot gezondheidszorgvoorzieningen op grond van medische behoefte is een andere dan de Rawlsiaanse benadering waarbij, samengevat, de verdeling gelijk moet zijn, tenzij een ongelijke verdeling ten goede komt aan de absolute positie van de minstbedeelden in de samenleving. De uitkomst hiervan is dat de patiënt die geen 900 euro extra kan betalen, er in relatieve zin altijd slechter af is dan de beterbedeelde.

De toepassing van dit economische verschilprincipe moge gerechtvaardigd zijn in reguliere marktsectoren, maar niet de gezondheidszorg. Anders dan Rawls erkent Michael Walzer in diens Spheres of Justice dat sectoren zoals de zorg en het welzijn tot een andere sfeer van rechtvaardigheid behoren dan de vrije markt. Iedere sfeer kent zijn eigen logica en principes. Vermenging van deze sferen leidt tot onrechtvaardige resultaten, zoals blijkt uit het Kennemer voorrangsarrangement. Daar wordt een fundamenteel rechtsbeginsel geofferd aan de markt. Waarom zouden patiënten niet in gelijke mate kunnen profiteren van de capaciteitsuitbreiding in het ziekenhuis en waarom zouden ziekenhuizen alleen geïnteresseerd zijn in financiële prikkels ter vermindering van de wachtlijstproblematiek?

Voor Brouwer en het Kennemer Gasthuis zijn kennelijk andere dan gezondheidsmotieven doorslaggevend bij de verlening van medisch noodzakelijke zorg. De individuele arts die daaraan meewerkt, moet vrezen voor (tucht)rechtelijke consequenties, en niet ten onrechte.