'Voor indianen zijn paddo's een mensenrecht'

Indianen in Mexico gebruiken van oudsher hallucinogene paddestoelen om in contact met de goden te komen. De wetenschapper Teófilo Herrera weet er alles van.

Langzaam laat Teófilo Herrera Suárez zijn wijsvinger over de lijst met verboden paddestoelen glijden. Mompelend leest de Mexicaanse emeritus onderzoeker mycologie de Latijnse namen voor. Bij sommige van de soorten die Nederland vanaf maandag als harddrug aanmerkt, geeft hij kort commentaar. Bij de psilocybe herrerae stopt hij. „Deze is naar mij vernoemd. Inderdaad, hallucinerend. Is die straks ook verboden?”

Herrera is al een halve eeuw nauw betrokken bij het in kaart brengen van de grote variëteit aan psychoactieve paddestoelen in zijn land. Een belangrijk deel van zijn kennis deed hij op onder de inheemse bevolking. Die gebruikt de paddestoelen al eeuwen als medicijn voor zowel geestelijke als lichamelijke kwalen. „Maar bovenal als religieus instrument.”

„De psychoactieve stoffen psilocine en psilocybine hebben geen biologisch nut, ze zijn een bijproduct van de stofwisseling in de paddestoel. Maar de indianen zien ze als gift van de goden om met hen te kunnen communiceren”, legt Herrera (84) uit in zijn kamer aan de Autonome Universiteit van Mexico-Stad, waar hij nog elke dag komt. „Een van de vele namen van de indianen voor de paddestoelen is teonánacatl, ‘vlees van God’.”

De professor schat dat zeker de helft van de 186 soorten die vanaf maandag in Nederland verboden zijn, inheems zijn in Mexico. Ook in Mexico blijft het gebruik beperkt tot een kleine groep liefhebbers. Sinds enkele jaren is het gebruik verboden. Herrera: „Officieel, ja. Maar Mexico neemt het niet altijd zo nauw met de wet.”

Voor de indianen zijn de paddestoelen sowieso legaal gebleven. Zij mogen ze in de beslotenheid van hun eigen gemeenschap blijven gebruiken. „Het is deel van hun cultuur. Een mensenrecht.”

Toen de Europeanen begin 16de eeuw het huidige Mexico veroverden, lag dat anders. De kolonisten merkten het gebruik al snel op en beschreven het in hun kronieken. De kerkelijke machthebbers in Rome lazen deze, verboden het gebruik en legden er tijdens de Inquisitie zelfs de doodstraf voor op. „Door de eeuwen heen vervaagde in de moderne wereld zodoende de kennis over de paddestoelen.”

Herrera maakte deel uit van een groep wetenschappers die ze opnieuw onder de aandacht bracht. Met andere mycologen en antropologen bezocht hij eind jaren zestig in de deelstaat Oaxaca enkele malen Maria Sabina, een genezeres binnen een gemeenschap van Mazatecos, indianen die veel gebruikmaken van paddestoelen.

Ruim tien jaar eerder had Sabina de Amerikaanse bankier en amateuronderzoeker Gordon Wasson al ingewijd. Hij raakte zo onder de indruk van de paddestoelen dat hij er een beroemd artikel over schreef in het tijdschrift Life. Ook nam hij er een aantal mee om aan Albert Hofmann te geven, de Zwitser die LSD synthetiseerde.

Het gebruik van psychedelica werd via deze pioniers een deel van de hippiecultuur. Beroemdheden als John Lennon, Mick Jagger en Bob Dylan reisden naar Huautla, Sabina’s dorp, om er te experimenteren. Ook onder deze drugstoeristen deden zich, net als in Amsterdam nu, wel eens ongelukken voor, vertelt Herrera. „Een Amerikaan met psychische problemen werd er heel agressief van en rende wild door Huautla. Toen hij viel, greep hij een kalkoen en at het rauwe vlees van het beest.”

„Het is niet verstandig van die toeristen om ze te combineren met alcohol of andere drugs. Als dat veel gebeurt, snap ik dat de overheid ze verbiedt.” De indianen doen het beter, zegt hij. „Zij stellen allerlei voorwaarden en regels.” Zo mag je geen seks hebben met paddo’s op, want het is een heilig middel. Bovendien blijft altijd één iemand nuchter om de anderen bij hun trip te begeleiden.

Zelf at Herrera tweemaal paddestoelen, in bijzijn van Maria Sabina. De ogen van de 84-jarige lichten op als hij er over vertelt. „Tijdens één trip vloog ik door de ruimte. Daar kwam ik God tegen, die me uitlachte. ‘De problemen van de mensen zijn zo onbetekenend’, zei Hij me. ‘Jullie maken je druk om de kleinste dingen’.” Na deze laatste ‘reis’, in 1969, had Herrera geen behoefte aan nog meer ervaringen. „Toen had ik alles wel geleerd.”