Veel over ban paddo nog niet duidelijk

Het Openbaar Ministerie maakt zijn paddobeleid maandag openbaar. Voor die tijd moet het eerst intern worden gecommuniceerd naar de verschillende parketten. Het gaat daarbij om concrete antwoorden op vragen als ‘hoe en waar gaat justitie controleren’. Ook moet het OM de strafmaat voor de kweek of het bezit van paddo’s vaststellen.

De Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) vindt dat de handhaving van het verbod „niet op het bordje van de politie mag komen, want de capaciteit van de politie is daarvoor simpelweg niet toereikend”. De VNG heeft haar standpunt eind 2007 al in een brief aan de Tweede Kamer laten weten. Daarin stelt zij dat een paddoverbod een nieuwe handhavende taak is voor gemeenten. VNG betwijfelt of een verbod in verhouding staat tot de omvang van de problematiek en het gevaar voor de volksgezondheid. Ook zet de vereniging vraagtekens bij de uitvoerbaarheid van het verbod, gezien de lokale prioritering en, wederom, de capaciteit van de politie. Het liefst wil de VNG dat de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) op de naleving van het paddoverbod toeziet. Dat is echter niet mogelijk omdat de verboden paddestoelen op lijst 2 van de Opiumwet zijn geplaatst. En de handhaving van de Opiumwet is, anders dan de Drank- en Horecawet en Tabakswet, geen taak van de VWA.

Uit een rondgang langs verschillende gemeenten blijkt dat er onduidelijkheid heerst over het paddoverbod. Gemeenten hebben geen idee of zij verantwoordelijk zijn voor handhaving, en denken veelal dat de VWA controleert.

Gisteren werd pas duidelijk dat het paddoverbod er komt. De Vereniging Landelijk Overleg Smartshops had een kort geding aangespannen tegen minister Klink (Volksgezondheid, CDA), maar verloor. Vanaf maandag zijn de teelt en het bezit van verse hallucinogene paddestoelen verboden.