Talibaan en NAVO samen tegen papaver

Niet alleen de NAVO-troepen doen hun best om de productie van papaver in Afghanistan te beperken. In de Talibaan hebben ze wat dat betreft een bondgenoot gevonden.

Afghanistan heeft de afgelopen jaren zó veel opium geproduceerd dat de prijzen dit jaar met 20 procent zijn gedaald. De Talibaan zijn voor hun financiering sterk afhankelijk van de drugshandel (die hen afgelopen jaar 300 miljoen dollar opleverde) en hebben besloten het verbouwen van papaver aan banden te leggen om de prijs te steunen. Om dezelfde reden slaan ze nu ruwe opium op in plaats van het te verkopen.

Dit zegt de directeur van het bureau voor drugs van de Verenigde Naties, Antonio Maria Costa, bij de verschijning van een rapport over opiumhandel in Afghanistan. De afgelopen jaren heeft de Talibaan boeren onder druk gezet papaver te verbouwen, „maar nu hebben ze een soort moratorium afgekondigd”, aldus Costa. De inspanningen van de buitenlandse troepen om papaverteelt te ontmoedigen komen de opstandelingen dus niet slecht uit. „We moeten een manier vinden om zowel prijzen als productie laag te houden”, zegt Costa.

De NAVO-landen hebben eerder al afgesproken dat ze beter de handel, het transport en de laboratoria kunnen aanpakken, dan de boeren en hun papavervelden.

Uit het rapport blijkt dat de papaverteelt in een groot deel van Afghanistan is afgenomen, en nu geconcentreerd is in zeven van de 34 provincies, vooral in het zuiden van het land. De hoeveelheid grond waarop papaver wordt verbouwd is met 19 procent afgenomen, maar door het gunstige weer daalde de totale productie slechts met 6 procent.

Rapport VN via nrc.nl/buitenland