PvdA'er wil zó graag kleurenblind zijn

De PvdA worstelt met de integratie van allochtonen. Over het doel is iedereen het eens. Maar de politieke strategie, daar botsen de meningen.

Het is Selma Lustig die de vonk levert: „Waar was de PvdA toen wij in de pan werden gehakt?” Lustig is 29, ambtenaar bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat, kind van een Turkse moeder en een Nederlandse vader. Maar vanavond is ze vooral moslim. Waarom kan hij niet én Marokkaan, én moslim én Nederlander zijn, vraagt een jonge man. De Amsterdamse imam Yassine Elforkani: „De Pvda begrijpt de dilemma’s van de moslimgemeenschap niet. Misschien moeten wij moslims maar niet meer op ze stemmen.” De zaal reageert: Precies! Ja! Dat bedoel ik!

Fractievoorzitter Mariëtte Hamer was afgelopen woensdag met vier andere Tweede-Kamerleden van de PvdA naar Amsterdam gekomen om te praten over integratie. De enorme kloof die in arbeiderwijken is gegroeid tussen autochtonen én grote migrantengroepen had haar partij – traditioneel toch het politieke huis voor beide groepen – niet gezien. Die blindheid leverde de afgelopen jaren een identiteitscrisis, een groot stemmenverlies, emotionele familieruzies en regelmatige hoon van politieke tegenstanders op.

Twee weken geleden werd die zenuw weer geraakt door het gedwongen aftreden van minister Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie). Zelf suggereerde de PvdA-minister dat ze van de partijtop weg moest vanwege onenigheid over de aanpak van integratieproblemen. Nog steeds, zei Vogelaar, heeft de PvdA „geen heldere koers”. Het werd later met klem ontkend door de partijtop.

„Natuurlijk is er discussie binnen de partij”, zegt Kamerlid Jeroen Dijsselbloem, binnen de PvdA-fractie verantwoordelijk voor integratie. Niet over hoe je integratie moet bevorderen. „Perspectief bieden en grenzen stellen”, daar is iedere PvdA’er het wel over eens. Volgens het Kamerlid is er vooral onenigheid over de politieke strategie: „Wij voelen instinctief een diepe weerzin tegen de destructieve toon van mensen als Geert Wilders en zijn PVV. Veel mensen willen dat we ons daar zichtbaar tegen verzetten.” Maar alleen tegenhangen voldoet niet, zegt Dijsselbloem. Dat heeft zijn partij te lang gedaan. De PvdA moet een eigen positie opeisen in het politieke debat.

Hij worstelt daar mee, zegt het Kamerlid: „Wij willen zó graag kleurenblind zijn. Maar het geduld van onze kiezers in die wijken is op. Zij zien probleemjongeren wél als Marokkaans probleem, en wij moeten laten zien dat we dat begrijpen. Ze vragen: ‘Wat is het antwoord van de PvdA?’ Dat moet ik geven.” En dat kan niet, zegt Dijsselboem, als de PvdA ontkent dat de problemen een etnische, culturele en religieuze component hebben.

Maar bij dat benoemen gaat het mis, zegt ex-minister Vogelaar: „De impliciete boodschap is er een van uitsluiting. Als het je niet bevalt dan rot je maar op.” Het zit in de kleine dingen, zegt ze. Zoals een interview waarin Kamerlid Hans Spekman zei dat je onverbeterlijke Marokkaans-Nederlandse jongens misschien maar moest „vernederen”. Vogelaar: „Als ik het lees, begrijp ik hem wel. Het is frustratie, hij zoekt een manier om die rotjongens te raken. Maar dat je dat woord gebruikt, zegt iets over je mensbeeld.” De tragiek van sommige partijleden, zegt Vogelaar, is dat ze zich er niet eens bewust van zijn. „Ze zullen het ontkennen. Maar ik ben niet de enige PvdA’er die er genoeg van heeft.”

De toon, de taal, de manier waarop je over de integratieproblemen praat. Het is bijna net zo vaak onderwerp van gesprek als de integratie zelf. Dijsselbloem twijfelt niet, zegt hij. Hij moet confronteren. „Wij witte PvdA’ers vinden dat heel erg moeilijk. We zijn bang voor het verwijt van white superiority: de Nederlander die de kleurling even de les leest.” Maar het is een essentieel onderdeel van de oplossing, denkt hij. „Mensen zeggen dat je op de moslimgemeenschap zit in te beuken. Ik weet dat ik mensen kan kwetsen, maar ik moet het open breken.”

Vogelaar twijfelt of de eigen positie van Dijsselbloem wel zo eigen is. „Omdat we de integratie jarenlang te mooi hebben voorgesteld, vertonen we nu een overreactie. Uit schuldgevoel en uit een poging vroegere kiezers terug te winnen.”

Dagmar Oudshoorn, PvdA-voorzitter van het Rotterdamse stadsdeel Feijenoord, deelt die gedachte. „Ik snap best dat je als partij kan worstelen tussen je idealen en de maatschappelijke ontwikkeling. Maar je moet je ziel niet verkopen, ook al roept de hele wereld dat je gek bent.” Voor haar zijn de discussies over integratie vaak te ideologisch, te abstract. „Het heeft niets te maken heeft met wat er in de wijken gebeurt.” In de Kamer, zegt Oudshoorn, gaat het alleen over uitersten. In haar wijk bestaan alleen grijstinten.

Ook Fatima Elatik, PvdA-wethouder van het Amsterdamse stadsdeel Zeeburg, ziet weinig verband tussen wat er in het parlement gebeurt en de dagelijks realiteit om haar heen. Begrijp haar goed, ze heeft geen probleem met heftige discussies: „Ik hoor die scherpe toon ook. Maar dat is niet erg. Dat gebeurt er als je debatteert.” Ze was daarom ook verbaasd dat Vogelaar haar als medestander opvoerde. Wie zich in de hoek gedrukt voelt, moet maar een tegengeluid laten horen, zegt Elatik.

Elatik wil vooral verder: „Ik draag een hoofddoek, en ben in het stadsdeelbestuur de enige geboren en getogen Amsterdammer. Maar als je Mohammed heet, en je grootvader is toevallig in Marokko geboren, probeer dan maar een baan te krijgen. We moeten voorbij die ellende van labels en etiketten.”

Dat proces, zegt Elatik, lijkt nu binnen haar partij op gang gekomen. Ze heeft er lang op moeten wachten. Voor 11 september 2001 was Elatik gewoon Amsterdamse. Op die dag zagen mensen haar opeens als moslim. De PvdA, murw gebeukt en onzeker door politieke aanvallen en kiezersverlies, probeerde met haar scherpste critici te concurreren. Elatik: „Maar wat mijn partij over Marokkanen en moslims zei, dat ging ook over míj. Dat deed soms pijn.”

Of de partij het nou zo heeft bedoeld of niet, tijdens de avond in Amsterdam is het duidelijk dat veel van de aanwezige moslims dat gevoel delen. Maar ook een andere opmerking van een gehoofddoekte moslima wordt instemmend ontvangen: „De PvdA is wel de enige partij die hierover discussieert. Wij mogen best wat milder zijn.”

Interview Ploumen: Opinie & Debat pagina 10