Palestijnen zoeken uitweg uit malaise

Palestijnse en westerse zakenlieden kwamen deze week bijeen om de economie weer op gang te brengen. Is er nog hoop?

In de Palestijnse stad Nablus, in het noorden van de bezette Westelijke Jordaanoever, hangt deze week voor de verandering eens een feel good-sfeer. De straten zijn geveegd, in de gepoetste universiteitsgebouwen praten honderden zakenlieden in paneldiscussies over „kansen”, „investeringen”, en „eenheid”. Premier Salam Fayyad houdt voor een duizend man groot publiek een peptalk over de economie.

De top van de Palestijnse zakenwereld kwam de afgelopen week samen in Nablus, op een groots opgezette Investeerdersconferentie. Doel van de conferentie, zegt organisator Munib Masri, is om Palestijnse en westerse zakenlieden met elkaar in contact te brengen en daarmee de vastgelopen Palestijnse economie weer op gang te brengen. Masri is een miljonair en filantroop uit Nablus die zijn geld onder meer verdiende met olie. Hij, en andere zakenlieden, zeggen dat het kán, een bruisende economie opbouwen in het door bezetting en conflict geteisterde gebied. „Er is een overschot aan goed personeel, er zijn grondstoffen en het land is vruchtbaar.”

De geschiedenis is minder rooskleurig. De Palestijnse economie is sinds 2000, het begin van de tweede intifadah, alleen maar dieper in de problemen gekomen. Volgens een rapport van de Wereldbank is het Bruto Nationaal Product van Palestijnen sinds 1999 met 40 procent gedaald, tot circa 1.100 dollar per maand. Economische groei is sindsdien praktisch nul. De Palestijnen zijn grotendeels afhankelijk van donorlanden, die jaarlijks enkele miljarden storten.

De Gazastrook is sinds de machtsovername van Hamas geïsoleerd van de buitenwereld. De dagelijkse realiteit van Israëlische wegversperringen, checkpoints en blokkades heeft ondernemers uit het gebied weggejaagd. Arbeiders zijn sinds de intifadah niet meer welkom in Israël – hun banen daar zijn vaak overgenomen door Aziaten. Masri: „In de jaren negentig, toen er onder Palestijnen optimisme aanbrak over vrede met Israël, kwamen veel rijke vluchtelingen terug uit het buitenland om te investeren in hun land. Veel van hen zijn inmiddels weer weggegaan.”

De kredietcrisis heeft, zij het in mindere mate dan in het westen, ook de Palestijnse economie geraakt. De toch al kleine effectenbeurs van Nablus, met een jaaromzet van drie miljard dollar, heeft sinds 1 januari een koersverlies van 12 procent. „Het zijn moeilijke tijden”, zegt directeur van de effectenbeurs Ahmad Aweidah. „Palestina is geen eiland. Gelukkig zijn de banken nog steeds erg gezond. Banken zijn in de islamitische wereld tamelijk conservatief als het om kapitalisme gaat. ”

Premier Fayyad heeft aangekondigd dat hij tientallen lokale projecten zal ondersteunen met een miljard dollar. De Palestijnse Autoriteit op de Westoever wordt financieel gesteund door het westen. Zonder die miljarden zou het bestuur omvallen. Fayyad vindt echter dat de Palestijnen in de toekomst op eigen benen moeten staan. „We vragen investeerders niet hier te komen omdat wij hun hulp nodig hebben, maar omdat er hier nog veel te winnen valt.”