Misleid door oude sporen

Publiceren over oeroude sporen is gevaarlijk voor de goede naam van een paleontoloog. Twee weken geleden liep de reputatie van Marjorie Chan averij op toen de door haar gevonden dinosauruspootafdrukken op een “dinodansvloer” erosiegaten bleken te zijn (Ophef, W&O, 15 november) . Afgelopen week verdampte de roem van de ontdekkers van de zogeheten Stirling-fossielen, een 1,8 miljard jaar oud sleep- of kruipspoor, vernoemd naar een Australische bergketen. De ontdekkers zagen in dit spoor een aanwijzing dat tweezijdig symmetrische dieren – dieren met een linker- en rechterkant en een kop en een staart – al heel lang bestaan. Het ontstaan van die tweezijdige symmetrie is een cruciale stap in de evolutie, die ons scheidt van de kwallen en koralen. (Paleobiology, Juni 2007).

Bioloog Mikhail Matz van de universiteit van Texas ontdekte echter dat grote eencelligen het Stirling-spoor evengoed hadden kunnen maken (Current Biology, 9 december 2008).

Met een onbemande onderzeeër ontdekte Matz op de zeebodem bij toeval groenige bolletjes zo groot als druiven. Een DNA-test bracht aan het licht dat het ging om Gromia Spaerica, een bijzonder grote eencellige.

Matz zag de eencelligen niet bewegen, maar hij ontdekte in hun kielzog markante sporen van maximaal 50 centimeter lang. De sporen bestaan uit een groef met aan weerszijden twee kleinere richeltjes. Ze lijken sterk op de Stirling-fossielen. Matz denkt dat Gromia de sporen heeft getrokken toen hij zich voortbewoog met pseudovoetjes die uit zijn eencellige plasma stulpten.

De wetenschappers die in de Stirling-fossielen een spoor van een tweezijdig symmetrisch dier zien, lijken hun ongelijk te erkennen. Een van hen, Stefan Bengtson van het Zweeds Natuurhistorisch Museum noemt de interpretatie van Matz op de website van The Scientist “een waarschijnlijk scenario”.

Mikhail Matz verwijst meteen maar alle bewijzen voor meercellige dieren van voor het begin van het Cambrium (542 miljoen jaar geleden) naar de prullenbak. De oudere meercellige embryo’s van tweezijdige dieren uit de Chinese Doushantuo-formatie (zie pagina 4 in deze bijlage) zijn in werkelijkheid enorme zwavelbacteriën, denkt hij.

“Oppervlakkig gezien”, lijken die fossielen symmetrisch, zo erkent hij desgevraagd in een e-mail, maar wie goed kijkt, ontdekt dat de lichaamshelften ten opzichte van elkaar iets verschoven zijn. Als de analyse van Matz klopt dan deed de Cambrische Explosie zijn naam eer aan. Het was een ware uitbarsting van nieuwe levensvormen waarin bouwplannen voor álle dieren in relatief korte tijd ontstonden. Maar Matz erkent dat hij geen expert is in dit tijdvak: “En er zal vast controverse over zijn. Niets doet een paleontoloog meer plezier.”