Mammoet aan de ketting

Een echte ‘Bibi’ is heftig en groot. Het zijn beeldhouwwerken voor nek, hoofd en vingers.

‘Is dat een Bibi?’ Die vraag krijgen dragers van sieraden van Bibi van der Velden regelmatig te horen. Haar kettingen zijn makkelijke te herkennen. Wie ooit een van de uitgesproken juwelen van haar heeft gezien, vergeet ze niet licht. Een ‘Bibi’ is heftig, groots. Kettingen als een waterval van edelstenen en hoekige barokparels waartussen altijd een antieke curiositeit prijkt, een relikwie met haarlokje, een raadselachtige medaille of een miniatuurpopje.

Het gaat goed met sieradenontwerpers in Nederland. Je hebt ze in allerlei stijlen, van minimalistisch als Martine Viergever tot barok van de GEM Kingdom. Otazu met zijn bling mag Karl Lagerfeld tot één van zijn vele celebrity-fans noemen en dan heb je nog de conceptuele sieraden die je in de gespecialiseerde galeries als Marzee in Nijmegen kunt vinden en die in en buiten Nederland driftig verzameld worden.

Met haar theatrale opsmuk heeft Van der Velden (1980) het tij mee. De trend is: hoe groter en opvallender des te beter. Je zou denken dat Van der Velden hier blij mee is. Maar haar klanten, overwegend particulieren, en enkele conceptstores, zijn volgens haar geen fashion victims. „Ik zit in een nichemarkt en ben niet afhankelijk van trends.”

Bibi van der Velden studeerde in 2005 als beeldhouwster af aan de Koninklijke Academie in Den Haag, in de avonduren volgde ze lessen in goudsmeden. Haar juwelen hield ze angstvallig voor haar docenten verborgen. Ze wist dat die het beschouwden als gefröbel in de marge. Zelf ziet ze vooral de raakpunten tussen de twee disciplines: „Een juweel kan een minisculptuur zijn.” Op haar verpakkingsdoosjes staat in zilveren letters: wearable works of art.

In 2006 maakte de Nederlandse modewereld voor het eerst kennis met Van der Velden. Niet tijdens een gebruikelijke showroompresentatie, maar met een modeshow, een ideetje van haar persbureau. De showvorm bevalt. „Met muziek, modellen en decors trek ik mensen mijn wereld in.”

Voor haar zevende show in januari werkt Van der Velden aan verschillende thema’s. Het vertrekpunt is altijd het materiaal, momenteel is de ontwerpster in de ban van legaal mammoetivoor dat sinds kort dankzij de opwarming van de aarde uit ijs wordt gedolven in Rusland. Van der Velden bemachtigde een prehistorische tand van ruim vier meter waar ze heel wat sieraden uit kan halen. Net klaar zijn enkele sensationele ivoren ringen. Ze dragen vervaarlijke reptielachtige koppen, en zijn klaar voor aanval. Dat haar juwelen kostbaar zijn, een ivoren ring bezet met parels en 18 karaats goud kost rond de 2.000 euro, spreekt voor zich: „Een juweel moet exclusief en persoonlijk zijn.” Praktisch vindt ze ook belangrijk. Veel van haar zware sieraden hebben een magneetsluiting. De verklaring is simpel: „Dan heb je geen man nodig om het om te doen.”

De ivoren ringenserie maakt onderdeel uit van de fine jewelry collectie die in Thailand in gelimiteerde oplage wordt gemaakt. Van der Velden bracht er onlangs weer een paar weken door. In Amsterdam ‘bouwt’ ze opvallende unica van persoonlijke souvenirs die ze krijgt van zo’n twintig vaste klanten, bemiddelde veertigers. Sommigen brengen schoenendozen herinneringen. Een broche van oma blaast ze nieuw leven in door het in een ketting te verwerken. Ze dwingt zichzelf om voorwerpen uit haar eigen antieke voorraad te gebruiken, „omdat die anders verstoft”. Ze verzamelde lades vol: van uurwerkjes en Victoriaans kant tot een roestig sleuteltje. Dingen die aansporen tot fantaseren. „Bij zo’n sleuteltje vraag je je altijd af uit welk kastje hij komt en wat daar in lag.”

Als mensen haar werk bestempelen als lukraak samengestelde bric à brac aan een ketting, vooral in de modewereld zijn die critici er, dan beschouwt ze dit als een compliment. „Perfect toch als dat gedacht wordt? Ik zet mensen graag op het verkeerde been. Ik zie mezelf als ontwerper en goudsmid.”

Van 27 november tot 7 december is de week van het sieraad. Zie ook weekvanhetsieraad.nl