Loze kazematten

In een ondergrondse bunker in Lotharingen is het hurktoilet nog ongeschonden. Bezoek aan een verdedigingswerk uit het interbellum.

‘Een mitrailleursnest!”, klinkt het krakend door de walkietalkie. In de verte zien we de fel oranje jas van Peter (60) door de bomen schitteren. „Je moet de loopgraaf volgen, dan kom je er vanzelf. Maar pas op voor de varkensstaarten.”

Wij – vijf geroutineerde bezoekers van bunkers, vestingen en slagvelden – staan bovenop de Maginot Linie, de Franse versie van de Chinese muur. Boven de gevallen herfstbladeren steken varkensstaarten uit, stalen stangen waarin een of twee krullen zitten. Door die krullen werd op borst- en enkelhoogte prikkeldraad gespannen. De zwaar verroeste bruine slierten, die hier verstopt liggen, zijn ongeveer zeventig jaar oud. Toen werd begonnen met de constructie van het vestingcomplex van de Gros Ouvrage (G.O.) du Michelsberg, iets ten zuiden van Dalstein in Lotharingen. Michelsberg is één van tientallen grote en kleine ondergrondse forten en honderden kazematten die samen de Maginot Linie vormen.

Het golvende landschap dat we vanaf een heuveltop overzien, lag ooit binnen het schootsveld van de Franse artillerie. Wie in de buurt van Dalstein, Molvange of Rochonvillers van het uitzicht geniet en naast een verweerde metalen koepel staat, bevindt zich vrijwel zeker op verboden militair terrein. De mooiste plekken van het Lotharingse landschap mogen namelijk niet worden betreden.

We hebben het over de heuvels die in een halve maan rond Thionville liggen. Wie de verbodsborden negeert en toch op een van de plateaus gaat staat, ziet een vredig panorama van bossen en weidegebieden en weet dat zich onder zijn voeten een ondergronds netwerk bevindt van gangen en zalen. Hoe uitgestrekter het vergezicht is, des te zekerder dat er vlakbij een uitkijkpunt is van een verborgen fort of kazemat.

Onze auto staat geparkeerd in het volle zicht van de D918 naar Chémery-les-Deux. In weerwil van alle waarschuwingen op internet. Zoals die van de Nederlandse Maginotkenner Hans Vermeulen. Hij schrijft in een forumdiscussie: „Bijna alle kazematten en zeker ouvrages liggen op privé- of militair terrein. (...) Plaats je auto niet op het punt waar je wilt zijn. Heel de passerende wereld weet dan genoeg, inclusief de gendarmerie.” Onze auto staat naast de weg, pal onder het bord ‘Terrain Militaire défense de pénétrer’.

Even later vinden we een geschutsstelling met een manschappenverblijf waarin nog intacte stapelbedden staan. De luchtverversingsinstallaties en het hurktoilet zijn eveneens in ongeschonden toestand. Er is geen graffiti op de muren, er liggen geen blikjes op de grond, er zijn geen sporen van vernieling. Dit is wat we zoeken. Nog liever hadden we de toegang tot een tunnel gevonden die ons dieper in het inwendige van het bunkersysteem had gebracht, maar dat lukt ons deze tocht niet.

Als één bouwwerk mijn fantasie heeft geprikkeld, is het wel de Maginot Linie. Dit grotendeels ondergrondse verdedigingswerk werd in het interbellum van de vorige eeuw op de grens van Frankrijk en Duitsland opgericht. Omdat de precieze inrichting geheim was, namen tekenaars in geïllustreerde tijdschriften de vrijheid om ware kastelen van vele verdiepingen onder de aarde te schetsen. Ondergrondse ziekenhuizen, kazernes, opslagplaatsen en keukens die via een omvangrijk netwerk van treinsporen met elkaar waren verbonden.

Ooit gaven immense velden prikkeldraad aan dat ergens in de heuvels forten lagen verzonken. Wie nu echter van Luxemburg naar Metz rijdt, merkt niet dat zijn reis hem leidt door wat ooit het best versterkte deel van Frankrijk was. Gelukkig trekt hier en daar de aanduiding ‘Terrain Militaire’ de aandacht.

Achter een slagboom en een verbodsbord verdwijnt een smal bospad tussen de bomen. Middenin het verlaten bos stuiten we op een grote bunker. Hij markeert de toegang tot de munitieruimte (Entrance Munition) van G.O. Mont des Welches. In onze gids De Maginot Linie van Frank Philippart (Lannoo 2008) ligt de bunker er op een foto nog gastvrij bij. Maar we zijn een paar jaar te laat. Bulldozers hebben tonnen zand en stenen van de bunker geschraapt en voor de ingang gedeponeerd. Te veel mensen zoals wij hebben geprobeerd de bunkers te betreden.

Elders in het bos vinden we tussen uitgestrekte velden met verroest prikkeldraad en varkensstaarten, geschutskoepels en nog meer bunkers. We weten dat ze ondergronds verbonden moeten zijn door tunnels. Lopend door het verlaten bos beseft de wandelaar hoe uitgestrekt deze ‘ouvrage’ is, toch vormt dit werk slechts een klein onderdeel van de Maginot Linie. Van België tot aan Italië ligt een tapijt van tientallen grote en kleine forten en honderden kazematten.

Waarom heeft Frankrijk zich deze onvindbare verdedigingslinie aangedaan?

Het land wist na de Grande Guerre van ’14-’18 dat het een volgende confrontatie met buurman Duitsland niet zou overleven. De Grote Oorlog had zoveel jonge mannen opgeslokt, dat het niet meer mogelijk was om een groot leger op de been te brengen en daarnaast nog eens industrie en landbouw draaiende te houden.

Nu had de Eerste Wereldoorlog één duidelijke les geleerd. Dat was dat het bestormen van een goed verdedigd vestingwerk de aanvaller buitensporig veel verliezen kostte. Bij de Slag bij Verdun (februari-december 1916) vielen honderdduizenden slachtoffers, doden en gewonden, velen raakten vermist. Ergo, bunkers konden dienen als betrekkelijk goedkoop alternatief voor een omvangrijk staand leger.

De militairen (onder wie de latere president Charles de Gaulle) die wilden investeren in tanks en vliegtuigen verloren eind jaren twintig het pleit van de bunkerbouwers. In 1930 diende de toenmalige minister van Oorlog, André Maginot, een wetsvoorstel in om een budget voor de bouw van de verdedigingslinie beschikbaar te stellen. Het voorstel werd vrijwel unaniem aangenomen. In eerste instantie kwam 2,9 miljard franc (1,7 miljard euro) vrij. Toen Maginot kort daarop stierf, werd het complex met zijn naam gesierd.

De Duitsers hadden uit Verdun ook een les geleerd, dezelfde als de Fransen: „hoed u voor vestingen”. Zij trokken met hun tanks door de ondoordringbaar geachte Ardennen, walsten over het Franse leger heen en lieten de wal van bunkers langs de grens links liggen. De defensieve kracht van de Maginot Linie werd nauwelijks op de proef gesteld. De Linie kwam te boek te staan als absurd duur en een even omvangrijk als nutteloos militair project. Daar is de gids in G.O. du Hackenberg het niet mee eens. In onnavolgbaar Peter Sellers-Engels zegt hij dat de Maginot Linie de Duitsers heeft gedwongen door België te trekken. Door de Belgische neutraliteit te schenden, werd Engeland bij de oorlog betrokken.

Ook in Fermont is de gids nog trots op de Maginot Linie, althans op dat onderdeel waar hij mensen rondleidt. Bij Fort de Fermont, ten noordwesten van Thionville, is met enige intensiteit gevochten. „Fermont is nooit overwonnen”, zegt de gids bij herhaling. Wel toont hij een in allerijl gedicht gat in de toren van een geschutskoepel in blok 4. Na intensieve beschietingen door een Flak 88 mm kanon hadden de Duitsers eindelijk de muur doorboord. Nog één granaat en de munitie in de koepel was geëxplodeerd. Maar na de treffers onttrokken stof- en rookwolken de schade aan het oog van de Duitsers en het gat werd provisorisch gedicht. De Duitsers stelden onkundig van de schade het kanon elders op. Een paar dagen later werd de wapenstilstand getekend en moest de bemanning het fort verlaten. „Met opgeheven hoofd”, zegt de gids.

In de gids van Philippart staat een aantal foto’s die ook tonen dat zowel het beton als het staal van de forten en kazematten niet was bestand tegen de Duitse vuurkracht. Na een lange tocht door het complex van Hackenberg gaan we naar buiten. De gids leidt ons naar een kapot geschoten schietgat. „Hier wordt de cirkel gesloten”, zegt hij. Het gat in de bunkergevel is het gevolg van een Amerikaanse beschieting in 1944. Duitse soldaten openden vanuit het fort het vuur op de Amerikaanse troepen. De Amerikanen brachten daarop een 155 mm kanon op een rijdend chassis, een Self Propelled Gun (SPG), in stelling en schoten dwars door de betonnen muur heen. „Dat 155 mm kanon was van Franse makelij”, zegt de gids trots.