Liefde voor vlaktaks wordt nooit huwelijk

Moet Nederland zich voorbereiden op een vlaktaks? Nee, de flirt van het CDA met zo’n uniform tarief voor de hele inkomstenbelasting is meer tactisch dan realistisch.

Belastingen doen het goed in het politieke debat. De aandacht verschuift dit jaar van milieuheffingen naar gewone belastingen voor particulieren zoals de successierechten en de inkomstenbelasting. Zo omarmde het CDA deze week het concept van één tarief voor de hele inkomstenbelasting: de vlaktaks.

Die heeft een magische aantrekkingskracht op politici: heerlijk helder heffen. Het doet er niet zo veel toe naar welke partij je kijkt: PvdA, CDA, D66 of VVD, allemaal zijn ze wel eens voor het idee gevallen. In 2005 omarmde de VVD de vlaktaks zelfs in het Liberaal Manifest. Het kwam daarbij goed uit dat de partij zelf de minister van Financiën leverde. Dan is het varkentje snel gewassen, zou je zeggen.

Toenmalig minister Gerrit Zalm sprak inderdaad van een „buitengewoon interessant idee” en zette zijn ambtenaren meteen aan het werk. Na een jaar cijferen wees Zalm de vlaktaks echter alweer als „weinig realistisch” van de hand. Er zou een te grote verstoring van de inkomensverhoudingen optreden. Met twee tarieven is dat effect overigens al een stuk minder. Maar de aardigheid van een vlaktaks is nou juist dat er maar één tarief is.

Dat maakt de uitvoering van de belastingwet simpeler en ontneemt de politici het speeltje van de tariefdifferentiatie. Omdat het uniforme tarief een gemiddelde is van het laagste en het hoogste tarief, is het nieuwe vlakke tarief per definitie lager dan het voordien hoogste tarief. Dat alles is smullen voor economen zoals de inmiddels opgeheven Raad voor Economisch Adviseurs (2005) en ook de Sociaal-Economische Raad (2008). Zij houden meer van grof werkende lage tarieven, dan van verfijndere politiek te manipuleren hogere tarieven.

Terwijl de rijkeren bij een vlaktaks profiteren van de daling van het toptarief, gaan de laagste inkomens juist naar een hoger tarief belasting betalen. Zij moeten dus compensatie krijgen. Dat kan door op maat gesneden belastingvrijstellingen voor het eerste deel van het inkomen.

Maar daar hebben mensen met een echt heel laag inkomen niet genoeg aan. Voor hen moeten compenserende toeslagen worden ontworpen. Zulke kunstgrepen houden de inkomenseffecten gemiddeld binnen een marge van plus of min 5 procent. Toch zien sommigen hun netto-inkomen door de vlaktaks met meer dan 10 procent dalen. Vooral werkende alleenstaande ouders, zelfstandigen en gepensioneerden.

Het zo goed mogelijk repareren van die politiek onaanvaardbare gevolgen is knap ingewikkeld. Wie echt voor eenvoud is, moet de gedachte aan een vlaktaks snel uit zijn hoofd zetten. Omdat een fiscaal cadeautje van de lagere en middeninkomens aan de hoogste inkomens onhaalbaar is, kwam zelfs VVD’er Zalm tot de conclusie dat een vlaktaks er voor Nederland niet in zit.

Het binnen de PvdA aangehangen alternatief van twee tarieven is niet alleen de doodsteek voor het laatste restje vereenvoudigingswinst. Er is nauwelijks verschil met het huidige systeem. Dat kent drie tariefniveaus van 34, 42 en 52 procent. Dit breed geaccepteerde systeem kunnen we vasthouden zonder ook maar iets overhoop te hoeven halen.

Politiek is dat het meest logische. Zeker omdat kiezers niet gecharmeerd zijn van een vlaktaks. Toch echode CDA-leider Jan Peter Balkenende deze week de woorden van Gerrit Zalm dat de vlaktaks een „buitengewoon interessant idee” is. Zijn wetenschappelijk instituut gaat dit concept de komende maanden uitwerken, waarbij het zonder twijfel op dezelfde problemen stuit als alle eerdere onderzoekers.

Misschien is het CDA vooral geïnteresseerd in een neveneffect van de vlaktaks. Al doende komt namelijk onvermijdelijk ook de fiscale aftrek van hypotheekrente ter discussie. Die belastingaftrek wordt op den duur onbetaalbaar. Maar het regeerakkoord legt elke discussie daarover het zwijgen op. De ban kan echter worden doorbroken als het hele tariefsysteem van de inkomstenbelasting ter discussie staat.

Aertjan Grotenhuis

meer informatie: www.nrc.nl/geld