Kootwijk - Hoog Soeren

De sneeuw heeft zich overal op en onder genesteld. Geen twijg, paddestoel of pol of hij draagt een laagje dons. Paaltjes kregen witte petjes. Ook onder de schoenen knarst de sneeuw (een zegenrijk geluid). In brokjes valt zij uit de sparren. Dat komt door de zon, die het wit voorziet van gloei en schaduwen. We hebben in Nederland het idee dat het op de Veluwe stil is – ook al hoor je overal de snelwegen zoemen. Maar sneeuw dempt. Dat helpt.

De hemel trekt dicht. Nu oogt de sneeuw als verfrommeld zilverpapier. Het licht kaatst tegen stammen en naalden, het ziet beurs en vestigt de aandacht op de minidingen die doorgaans versmelten met het grote alles om hen heen. Hoog aan de takken groeien zwammetjes bovenop de sparappels. Zwavelkopjes. Of zijn daar ufootjes geland?

Sneeuw en ijs – dat is mooi wandelen. Het lichaam wil dan graag bewegen en omdat de blik wordt getrokken door de lijnen die de sneeuw accentueert is op- en omkijken onvermijdelijk. Het pad voert langs een veld waar de heidestruiken opgeborgen liggen in kluiten sneeuw. Op hoge bulten groeien intieme eikenfamilies, hun kruinen zijn verstrengeld tot tuiltjes. Tuilen.

Het is hier guurder dan tussen de bomen. Alhoewel. De wind doet een poging tot striemen, maar veel stelt dat niet voor. Hij hapt wat naar neus en wangen en dat is het dan.

Het hemellicht verschiet verder, het maakt op het bospad de overhangende takken vaag, zo wordt de sneeuw op die takken een verzameling zwevende witte strepen. Bosbesstruiken houden ijsklontjes omhoog. Soms glimt het pad van de modder, meermalen bestaat het uit lange modderplassen. In de diepste poel heeft de wandelbeschermengel overdwars dikke takken gelegd, zodat een nat pad geen nat pak betekent.

We dwalen wat, man met zijn kompas in de hand, want we misten een zijpad dat verstoppertje speelde in de sneeuw. Ha! Daar is het ven, het Kootwijker veen, dat de kaart voorspelde. Het ziet er zeldzaam uit, met bevroren rimpelingen in het midden, en langs de oevers tot golven besneeuwde, kromliggende halmen. Het is al bij al een loden droom.

„Misschien krijgen we wel een hagelbui”, zegt man.

„Hoop je dat of vrees je dat?’”

„Ik vrees het, maar ik hoop het ook.”

Het wordt geen hagel, het wordt sneeuwval. Een machtige sneeuwbui lost zijn vlokken. Ze kruipen naar beneden alsof ze kunnen breken en gaan behoedzaam liggen.

Joyce Roodnat

14 km. Kaarten 31, 32, 33 uit: Veluwe zwerfpad. Uitg. NIVON, Amsterdam 2006. Tel. regiotaxi: 055 5191227 (minimaal 1 uur van tevoren).

Meer wandelen? Kijk op nrc.nl/roodnat