Jenny

Het was maar een klein bericht in de Nederlandse kranten: Jan Boskamp stopt als trainer. Jan wie? Ex-Feyenoorder, boezemvriend van Wim Jansen, Rotterdamser dan de hele gemeenteraad bij elkaar. Nog steeds jongen van de straat.

In België is Jan Boskamp duizend keer populairder dan de kroonprins. Hij wordt gevraagd door zeven tv-zenders tegelijk. Vrijwel altijd om de goedlachse clown uit te hangen, een enkele keer als serieuze analist in een sportprogramma. Niet dat iemand hem verstaat, want hij spreekt nog steeds het platste Rotterdams. Het gozert in elke zin, iedereen klojo. Als coach van Anderlecht moest hij weleens een telefonisch gesprek voeren met preses Constant vanden Stock. De oude baas begreep er niets van. Altijd weer moest manager Michel Verschueren Boskamp nabellen om te vragen wat hij nou precies had gezegd.

Als speler van het Brusselse RWDM was hij bikkelhard. Wel de eerste buitenlander die de Gouden Schoen kreeg. Als coach van onder meer Anderlecht, Standard, Genk, Stoke City en nu van FC Dender gaat hij tekeer als een brulboei. Altijd ontploffingsklaar. Zie hem bezig aan zijlijn en je denkt: waar is de lijkschouwer? Zijn vocabulaire herleid tot tweehonderd woorden: doortrekken, knijpen, godverdomme… Een voetbalgek zoals je die op Nederlandse velden niet meer tegenkomt.

Zo gek dat hij ineens even weg is naar Argentinië om een wedstrijd van Boca Juniors of River Plate bij te wonen. Het gaat hem niet eens om de wedstrijd, het gaat hem om de beleving. Om te zien hoe straten, huizen, kinderen dagen van tevoren al geverfd zijn in de kleuren van de club. Dat vond hij ook zo prachtig aan Stoke City: op de wedstrijddag liep iedereen, jong en oud, in de kleuren van de club. „Alsof niemand volwassen was geworden.” Nog steeds heeft hij spijt dat hij daar uit principiële redenen is opgestapt na een bevoegdheidsconflict. „Ik vond er het volkse van Rotterdam terug. De huisjes waarin de mensen woonden, deed denken aan Coronation Street.”

Voor zijn dertiende ging Jan Boskamp van school af. Tussen het jatten van zink en koper door werd hij een jaar later door Feyenoord ontdekt. Hij maakte er nog de legendarische Ernst Happel mee. Waarom hij in België kwam voetballen? Zwart geld, meneer. Bij een contractverlenging kreeg hij van de voorzitter van RWDM een groot huis en vier appartementen mee. Zo gul waren ze bij Feyenoord niet, niet in de jaren zeventig.

Ik zag hem laatst, bij een hapje hutspot. Alreeds zestig, maar nog steeds volksjongen: de armen breed over tafel, het hoofd iets te laag over het bord. Oorlogskind. Hij sprak me over zijn grote passie: de Tweede Wereldoorlog. Thuis had hij meer dan duizend dvd’s over die oorlog. Alle documentaires die ooit zijn gemaakt, heeft hij gezien. Als er weer iets nieuws is, krijgt hij het toegestuurd van zijn vrienden bij Stoke City. „Dertig miljoen Russen dood in een sneeuwlandschap, kun jij je dat voorstellen?”

In 2001 ging zijn vrouw Jenny na een lang ziekbed dood. Hij wou het niet weten. De laatste jaren was hij weggevlucht, de wereld in. Als coach in Dubai, Koeweit enGeorgië. Maar de laatste drie weken van haar leven heeft hij naast haar gelegen in het ziekenhuis. Op een stretchbedje. „Die avond waren de kinderen er ook. Ze zeiden: papa, we moeten iets doen. Ik wist niet wat ze bedoelden. De dokter kwam erbij en legde uit dat Jen om levensbeëindiging had gevraagd. Ze had alles met de kinderen doorgesproken, en ik wist van niets. Voor de uitvaart was alles geregeld, ook dat wist ik niet. Mijn enige bijdrage is nog geweest dat ik het kruis van de kist heb gegooid.”

Het huis met vijf slaapkamers en twee badkamers is hem te groot geworden. En de tuin hoeft ook niet meer. „Mij krijg je niet warm voor een gazonnetje. Ik laat het nog wel onderhouden door mijn broer, voor Jen.”

Na de dood van Jenny bleef hij maar rondreizen. Als coach en als voetballiefhebber. Voor een jeugdkamp in Zuid-Korea kon je hem wakker maken. Toen hij vorig jaar door FC Dender werd gevraagd, zat hij in Thailand. „Om gozertjes te scouten.”

Voetbal vult het hart.

Maar als ik hem nu wekelijks hoor roepen: doortrekken, knijpen, godverdomme… kijk ik toch anders naar Jan Boskamp. En zie dan een man in dat grote huis met twee badkamers zitten, waar hij soms een hele dag niemand spreekt.

Het is goed dat zijn knie het niet meer houdt. Weg van bal en man! Terug naar het leven Jan!