In Fictie

De actualiteit is vaak een spiegel van de kunst. In een serie over fictie bij de feiten deze keer De laatste roker van W.F. Hermans in het licht van de strijd tegen rookverbodontduikers

En weer komt de oorlog in een nieuwe fase. Na het horecarookverbod van 1 juli, het neerslaan van de kleine-café-opstand in Brabant en het bliksemoffensief tegen het asbakgedoogbeleid, pleiten twee psychologen nu voor de beslissende klap in de antirookstrategie. ‘Verbied sigaret van chocola,’ schreven ze afgelopen donderdag op de Forumpagina van de Volkskrant. Immers, uit onderzoek blijkt dat kinderen door de chocoladesigaretten in hun schoen geconditioneerd worden tot ‘echte’ rokers. Ook Sinterklaas mag zich niet aan de regels van minister Klink onttrekken.

Het is jammer dat Willem Frederik Hermans (1921-1995) het allemaal niet meer heeft mogen meemaken. De gevreesde polemist – en kettingroker – had ongetwijfeld de vloer aangeveegd met de regelzucht van het kabinet-Balkenende IV (dat het liefst ook Koos Koets zijn stickie en Paulus de Boskabouter zijn paddo zou afnemen). Ongeveer zoals hij dat vijf jaar voor zijn dood in fictie had gedaan door middel van het profetische verhaal De laatste roker.

In De laatste roker verplaatst Hermans ons naar het jaar 2021, waarin Nederland zucht onder de wetten die zijn uitgevaardigd om de gezondheid van de burger te waarborgen. Benzine is zó duur gemaakt dat geen auto er nog op rijdt, de tabaksindustrie is buiten de wet gesteld, roken op straat is streng verboden en voor het geval dat er mensen in overtreding zijn, worden patrouillerende agenten uitgerust met gasmaskers. Al kan dat laatste ook een bescherming zijn tegen de gassen die door alternatieve brandstoffen (bruinkool!) worden voortgebracht.

In deze politiestaat beweegt zich de 84-jarige meneer Vroegindewey, of Early in the Morning zoals hij heet in het steenkolenengels dat van overheidswege verplicht is gesteld. Hem is een droef lot beschoren – een noodlot dat in gang wordt gezet doordat hij van een vriendin een echte Gauloise uit het smokkelcircuit cadeau krijgt. Nog voor hij zelfs maar rustig aan de sigaret (‘haar gewicht in goud waard’) heeft kunnen ruiken, wordt hij al opgepakt door de corrupte politie, waarna een traject van vernedering en marteling volgt.

De plot van De laatste roker is aan de flauwe kant, net als Hermans’ windmolengevecht tegen de verengelsing van het Nederlands. Het verhaal is op zijn best wanneer bij monde van Vroegindewey gefoeterd wordt op de allesdoordringende bevoogding van staatswege: ‘Mensen die hun neiging andere mensen aan banden te leggen sinds lang niet meer als dominee of pastoor konden botvieren [...] vonden nu een levensdoel in de bestrijding van het roken.’

Tabaksverbod, wietverbod, paddoverbod – Hermans zou zich er wild aan geërgerd hebben. In zijn handen zou een verboden chocoladesigaret goud zijn geweest.

Pieter Steinz

Willem Frederik Hermans: De laatste roker. De Bezige Bij, 316 blz. € 12,50