'Ik wil mijn land opnieuw niet verliezen'

Als kind vluchtte ze met haar familie voor de Russen. Na 55 jaar keerde Vaira Vike-Freiberga terug naar Letland om president te worden. Ze loodste haar land de EU en de NAVO binnen. „Europa kent maar één soort totalitarisme. Wij zijn niet zo fortuinlijk.”

Helden hebben, zegt Vaira Vike-Freiberga, is iets voor pubers. Op een grijze dag spreken we in een saaie Amsterdamse hotelkamer over de aantrekkingskracht van Obama en de saaiheid van Europa. „We blijven maar willen dat leiders onze problemen oplossen. Maar leiderschap is als liefde, het moet van twee kanten komen. Het grootste gevaar is dat mensen hun wensen en dromen op een ander projecteren. Dat is het infantiele deel van de menselijke natuur. Je kunt beter verliefd zijn op een idee, zolang het niet totalitair is.”

Freiberga spreekt uit ervaring. Als psycholoog, maar ook als ex-president van het kleine Letland, dat ze de veilige haven van de Europese Unie en de NAVO binnenloodste. Een spannende carrière: na 55 jaar in de diaspora geleefd te hebben, keerde ze in 1998 terug naar Riga, om een jaar later onverwachts tot president te worden gekozen. Ze maakte twee termijnen vol en wordt er nog steeds op handen gedragen. „Sommigen zien me als een bedreiging voor hun politieke positie”, zegt ze glimlachend. Inmiddels oefent ze haar invloed uit via een goedbekeken maandelijkse talkshow op tv. „Het kan over alles gaan. Over democratie en onafhankelijkheid, over politiek, over vrouwenzaken, over het Songfestival maar ook over Kerstmis. Ik heb totale redactionele vrijheid.”

Vier jaar geleden sprak ik Freiberga toen ze nog in functie was, in het sobere veertiende-eeuwse kasteel van Riga aan de rivier de Daugava. Ik had een afgepast uur voor de twintigste-eeuwse geschiedenis van Letland (nazibezetting, collaboratie, jodenvervolging, communistische overheersing), de moeizame verhouding met de grote Russische minderheid in haar land en het wenkend perspectief van het lidmaatschap van de Europese Unie. Dat ging maar net goed. Na enige irritatie over en weer zong ze tot slot een daina, een Lets volksliedje, een onderwerp waarin ze zich in haar ballingenleven had verdiept. Nu ze geen president meer is, spreekt ze vrijer. Over Georgië en de NAVO, over de teleurstellingen en kansen van Europa, over haar jeugd. Ze werkt aan haar memoires.

Haar zevende verjaardag vierde Freiberga (1937) nog net in Letland. „Mijn ouders hadden een huis buiten Riga gehuurd om de beschietingen te ontlopen, maar ook daar vielen de bommen. Het Duitse leger trok zich terug en de Russen rukten op. De stad stond in brand en we zagen tanks en vliegtuigen op elkaar schieten. Het front was maar een paar kilometer verderop.” Van de Duitse bezetting herinnert ze zich losse scènes. Zoals de joodse vrouwen uit het getto van Riga die, op weg naar hun werk, een keer aan de deur om eten kwamen bedelen. „Alles was op de bon. Voedsel werd door de Duitsers in beslag genomen en naar het front gebracht. Mijn moeder gaf wat ze had, want de vrouwen zagen er zo hongerig uit.”

Haar vader was zeeman en stierf op zee. Haar stiefvader werkte als mecanicien in een fabriek. Toen de Russen kwamen, vluchtte het gezin met de Duitsers mee naar Duitsland. Waarom? „Mijn ouders herinnerden zich de Russische inval van 1940 nog levendig. Nadat de Duitsers Polen waren binnengevallen, bezetten de Russen de Baltische landen. Ze wierpen de regering omver en arresteerden iedereen die ook maar enige verantwoordelijkheid had. Om de bevolking te intimideren werden massadeportaties uitgevoerd. In één nacht deporteerden ze uit Letland 15.500 mensen. Die kregen vijftien minuten om spullen te pakken en werden wekenlang in veewagens naar Siberië vervoerd. Gezinnen werden uit elkaar gehaald. De mannen gingen naar de mijnen, de vrouwen moesten hout hakken in de toendra. De Duitsers aasden op speciale groepen, op zigeuners, op joden, geesteszieken. Maar de communisten deporteerden iedereen. Het was willekeurige terreur tegen de hele bevolking.” Dat verklaart, wil ze zeggen, waarom de Balten de Duitsers met bloemen begroetten.

Het gezin Freiberga vluchtte in 1944 naar Duitsland in de verwachting dat de oude grenzen na de wapenstilstand in ere zouden worden hersteld. Maar dat gebeurde niet. „Het Westen had ons al uitverkocht. Churchill en Roosevelt hebben ons niet om onze mening gevraagd. Ze hadden Stalin nodig als bondgenoot tegen Hitler. Maar dat ze Stalin hebben gebruikt om de oorlog te winnen, wast de misdaden van de communisten nog niet schoon, zoals sommige mensen tot op de dag van vandaag denken.” En dus werd Letland een van de vijftien Unierepublieken van de USSR.

Het is het lot van de Baltische landen: hun hele geschiedenis door hebben ze klemgezeten tussen Duitsland en Rusland. Collaboreerden ze niet met de een, dan wel met de ander. Vooral Letten en Litouwers namen actief deel aan de jodenvervolging. Maar na de Tweede Wereldoorlog vermaalde de communistische terreur niet alleen nazicollaborateurs. Duizenden gewone burgers kwamen om. Ook dat is een steen des aanstoots tussen Oost en West: de EU eist van nieuwe lidstaten dat ze zich verantwoorden voor hun collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar Oost-Europa snapt niet waarom het Westen zo weinig belangstelling heeft voor de rode terreur die op de bruine volgde. Hun oorlog is de onze niet.

„Oordelen is makkelijk”, zegt Freiberga. „Frankrijk heeft zijn collaborateurs opgehangen. Maar wat doe je als je twee keer bezet bent? De eerste bezetting duurde vier jaar en de tweede vijftig jaar. Mensen moeten leven en passen zich aan. Toen wij in 1991 eindelijk onafhankelijk werden, hebben we geen Neurenbergprocessen gehad. Er zijn een paar processen tegen oorlogsmisdadigers geweest, zoals tegen de Russische partizaan Kononov, die in een dorp vrouwen en kinderen levend had verbrand in een huis. Zijn proces leidde in Moskou tot grote woede. Hij had immers tegen Hitler gevochten. Maar dat geeft hem nog niet het recht mensen te vermoorden.”

West-Europeanen beschouwen de Russen nog steeds als de bevrijders, voor Oost-Europeanen zijn de herinneringen aan de communistische overheersing veel verser dan die aan de nazitijd. „Jullie kennen maar één soort totalitarisme. Toen jullie dat overwonnen hadden, konden jullie de democratie opnieuw opbouwen. Wij waren niet zo fortuinlijk. Na het extreem-rechtse kwam het extreem-linkse totalitarisme, maar terreur is terreur. De ideologie werd alleen verpakt in andere woorden. Iedereen kon slachtoffer worden, zelfs de hoogste bolsjewiek. Duizenden Letse bolsjewieken die nog hadden deelgenomen aan de revolutie van 1917 kregen in 1937 in Moskou een kogel in de nek, hun handen met prikkeldraad op de rug gebonden. Stalin duldde geen bolsjewieken in de buurt die zo hun eigen ideeën hadden over de revolutie. De communistische partij was een werktuig van oppressie en terreur.”

Na een paar jaar in een vluchtelingenkamp in Lübeck te hebben gebivakkeerd, emigreerde het gezin naar Marokko. Toen Vike-Freiberga 17 was, trokken ze door naar Canada, waar ze uiteindelijk hoogleraar psychologie werd. Ze was actief in de Letse diaspora. Na haar pensionering, in 1998, keerde ze terug naar Riga om een cultureel instituut te gaan leiden. Een jaar later koos het Letse parlement, de Saeima, haar onverwachts tot president om uit een politieke impasse te komen. Als buitenstaander was zij een verademing, na de onervaren, twistzieke Letse politici. Met haar buitenlandse contacten, accentloze Engels en kennis van de democratie was zij een gouden troef voor het aspirant-lid van de Europese Unie.

Ze trof een puinhoop aan. 1998 was het jaar van de grote Russische bankencrisis, die gepaard ging met faillissementen, grote werkloosheid en de verdamping van spaartegoeden. Rusland was nog steeds de belangrijkste afzetmarkt voor Letland, dat voornamelijk hout exporteert. „Na de crisis van ’98 heeft onze markt zich op het Westen gericht. Langzaam bloeide de economie op. Sinds de bankencrisis van deze zomer zwakken de hoge groeicijfers weer sterk af, opnieuw gaan bedrijven failliet. De huizenmarkt en de houtexport krijgen zware klappen.”

Hardship, zegt Freiberga, dat is iets wat West-Europa van het Oosten kan leren. „Wij weten allang dat de wereld niet stabiel is. Voor energie zijn wij goeddeels van Rusland afhankelijk. Van Gazprom kregen wij eerst goedkoop gas, maar nu stijgen de prijzen. Vóór de zomer met 30 procent, en nu opnieuw met 30 procent. Ik stook mijn buitenhuis inmiddels met hout.”

Freiberga heeft al haar diplomatieke talenten benut om haar Europese bondgenoten ervan te overtuigen dat de drie Baltische landen moesten toetreden tot de Europese Unie en de NAVO. De inval van de Russen in Georgië, zegt ze, heeft ons gelijk gegeven. „We moesten onze bondgenoten ervan zien te overtuigen dat het aan hen was om over ons NAVO-lidmaatschap een beslissing te nemen. Hoe boos de Russen ook waren, er is geen enkele reden waarom zij zich zouden mogen bemoeien met wat er in Letland gebeurt. Ze hebben ons tegen onze wil bezet en nu dat voorbij is, hoeven we hen nooit meer ergens toestemming voor te vragen.”

En dus zou Freiberga, als ze nog president was geweest, tijdens de vijfdaagse oorlog van augustus met haar Baltische, Poolse en Oekraïense collega’s naar Tbilisi zijn afgereisd om solidariteit te betuigen met de belaagde Saakasjvili. Ze had niet verwacht dat de Russen zo ver zouden gaan. „Nog onlangs schreef ik in een bundel over macht en Europa dat de dagen dat we Russische tanks over de grens zagen rollen definitief voorbij waren. Ik had ongelijk. We hebben de NAVO nog steeds nodig.”

Officieel mag de NAVO dan als één man achter Saakasjvili staan, anoniem zeggen NAVO-functionarissen dat hij Tschinvali nooit had mogen aanvallen. Freiberga beschikt niet over alle feiten, maar ze waarschuwt dat de Russen een uitstekend propaganda-apparaat hebben. „Ik weet niet wie er het eerst heeft geschoten. Maar het staat inmiddels vast dat de Russen er klaar voor waren. Als dit niet was gebeurd, hadden ze een ander excuus gevonden.”

Voor Freiberga is er een duidelijk verschil tussen de twee strijdende partijen. De Georgiërs hebben geprobeerd een einde te maken aan gewelddadig gedrag van de Abchazen en Zuid-Osseten op Georgisch grondgebied. „Niet Georgië, maar Rusland is een vrij land binnengevallen. Ik snap dat veel mensen zaken willen doen met Rusland. Zeker nu we te kampen hebben met een economische meltdown heeft de wereld dat gas hard nodig. Maar billijken kan ik het niet. Het is een principeloos, immoreel en kortzichtig beleid. Als Russische tanks over de buurgrenzen kunnen rollen, kunnen hun raketten ook Londen, Parijs of Amsterdam bereiken.”

Dat de Russen kwaad zijn over het opdringen van de NAVO naar hun grenzen, boeit Freiberga niet. „Hebben NAVO-landen Rusland ooit bedreigd? Nee. Dus waar zijn ze bang voor? Wij hebben een grensverdrag met de Russen gesloten waarin we 5 procent van ons grondgebied afstaan. Ik heb in Letland nog nooit iemand horen zeggen dat we dat stuk grond dat Stalin van ons heeft afgepakt moeten terugveroveren. Letland heeft 20 procent gemengde huwelijken, als er iemand belang heeft bij goede betrekkingen zijn wij het. Het is grotesk om op de Russische tv te horen dat Rusland bedreigd wordt door Estland. Een landje van 1,5 miljoen inwoners! Het is totale nonsens. Ze hebben gewoon een buitenlandse vijand nodig.”

Het is de oude truc van Stalin, zegt Freiberga. Als er geen probleem is, dan creëer je het gewoon. „Nu zie je opeens de spanningen in de (Armeense) enclave Nagorny Karabach in Azerbajdzjan weer opflakkeren. Het zou mij niet verbazen als de tanks daar op zeker moment ook binnenrollen.”

Bang is Freiberga niet voor de Russen, zeker niet nu haar land stevig verankerd zit in de EU en de NAVO. Ze is in Moskou niet geliefd. In maart 2005 werd haar een visum geweigerd toen ze door de Universiteit van Moskou was uitgenodigd om de driehonderdste verjaardag van de universiteit te vieren. Maar in mei van dat jaar, bij de viering van de zestigste verjaardag van het einde van de Tweede wereldoorlog, kon men haar als president van Letland niet weigeren. Haar twee Baltische collega’s bleven weg, omdat voor hen de oorlog pas in 1991 definitief was afgelopen. Maar Freiberga vond de nederlaag van het fascisme de moeite van het vieren waard. „Toen heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om te zeggen dat Europa in 1945 maar voor de helft was bevrijd. Dat de USSR het fascisme had overwonnen, betekende niet dat ze het totalitarisme had verslagen. Oost-Europa en Rusland hebben daar nog tot 1991 onder geleden. Het was een mooi podium om de wereld eraan te herinneren dat het communisme veel onheil heeft aangericht.”

Omdat Freiberga Oost en West van binnenuit kent, ziet ze het als haar taak de vele misverstanden binnen de EU te helpen oplossen. Maar haar hart ligt in het Oosten. „Laten we openhartig zijn: het Westen is egoïstischer. Wij vrezen voor onze overleving. Ik ben mijn land een halve eeuw kwijt geweest, ik wil het niet opnieuw verliezen. Buren zijn onvoorspelbaar. Het ene moment zijn ze aardig, het volgende dringen ze binnen en schoppen je eruit. Je moet een verstandig verdedigingssysteem hebben om ze op afstand te houden. Als jullie denken dat jullie je problemen in 1945 voor eens en voor altijd hebben opgelost, dan zijn jullie naïef.”

Anders dan in het Westen is de Europese Unie in de Baltische landen nog steeds populair. De Balten willen actief meedenken over Europa en niet aan de zijlijn blijven staan, zoals Zwitserland, Noorwegen en IJsland. „Soms lijkt het wel of jullie, die de afgelopen decennia de vruchten ervan hebben geplukt, vergeten zijn dat Europa het waard is om verdedigd te worden. Europa is meer dan geld verdienen en banen scheppen. Dat geldt eens te meer nu zelfs de banken niet meer veilig zijn.”

Het stoort Freiberga dat het Westen zo pragmatisch is. „De moslimextremisten hebben misschien wel een punt als ze zeggen dat de westerse wereld moreel bankroet is. Mensen zijn goed doorvoed en vergeten de waarden van het Europese humanisme. Aan het begin van de vorige eeuw schreef een Letse auteur een verhaal over een land, waar vette varkens geroosterd en wel door de lucht vlogen. Je hoefde je vork maar in de lucht te steken om er een aan te rijgen. En om dat nog makkelijker te maken was de hemel er zó laag dat er geen ruimte was voor verheven gedachten.”

Maar idealen zijn inmiddels toch in diskrediet gebracht? Zelfs het kapitalisme laat ons nu in de steek. „Kapitalisme is geen ideologie, het is slechts een middel, een mechanisme om welvaart te creëren. Verder heeft het niks te bieden. Het zegt niets over de verdeling van de macht en van de natuurlijke rijkdommen. Onze ideologie is het westerse humanisme en de democratie, die hier is opgebloeid. Wie gelóóft in het kapitalisme, leeft in het land van de vette varkens.”

Freiberga pakt een glossy van de salontafel en zegt: „Als ik dit blad opsla en ik zie dat men zich zorgen maakt over de vraag welke handtas de tas van dit seizoen is, dan vind ik dat triest. Wil je je voordeel doen met alle bibliotheken of alle kennis van de wereld of ben je een dier dat wil vreten en slapen? Over die wereld van plat mercantilisme zijn veel Oost-Europeanen teleurgesteld.”

In het vliegtuig naar Amsterdam raakte ze verdiept in een boek van een Franse archeoloog over de ondergang van Mesopotamië. Dat deed haar aan Europa denken. „Waarom laat een succesvolle samenleving zich veroveren? Omdat de mensen zelfingenomen worden. Ze dommelen in slaap en dan trekken de stammen binnen die ambitieuzer en energieker zijn.”

Zelfs als nu het tijdperk van Azië zou zijn aangebroken, betekent dat nog niet dat we de dingen op hun beloop moeten laten. „Het is juist een uitdaging om opnieuw geboren te worden. Misschien zijn we straks de nummer twee in de wereld. Wat geeft het? We moeten waakzaam zijn en onze beschaving beschermen.”

West-Europeanen weten niet meer wat beproeving is. Mensen zijn gebouwd als biologische wezens, die stress en gevaar kunnen doorstaan. „Ik heb het akelige gevoel dat het leven ons binnenkort weer aan die beproeving gaat blootstellen. Of het nu het milieu is, oorlog, of een financiële crisis. Ik wil niet fatalistisch klinken, maar als er geen spanning en uitdaging meer zijn, degenereert de mensensoort.”

Hoe kun je Europa weer uitdagend maken? Freiberga zit in een door president Sarkozy in het leven geroepen denktank over de toekomst van Europa. De groep gaat in januari van start, dus ze wil er alleen op persoonlijke titel over spreken. „Europa heeft een periode van grote bloei gekend, maar dreigt nu plat op haar gezicht te vallen. Nu we voor het eerst in lange tijd weer herenigd zijn, wordt het tijd voor een nieuwe ontwikkelingsfase. Maar het idee van de founding fathers dat we sterker zijn als we de grenzen overstijgen, staat nog steeds overeind. Europa moet vrede en stabiliteit bieden, haar krachten verzamelen en opkomen voor haar gemeenschappelijke waarden. Er is ruimte om te groeien.”

Misschien zou West-Europa ook in politieke zin iets van het Oosten kunnen leren. „De retoriek in de publieke sfeer is passé, die grijpt nog steeds terug op de oude links-rechts-schema’s. Ik zou willen dat de politiek een andere indeling hanteerde. Democratie hoeft niet per se een politiek spectrum van marxistisch links tot fascistisch rechts te herbergen. Wij hebben vijftig jaar geen partijen gehad en moeten nu alles opnieuw uitvinden. Wij zijn op zoek naar een soort centristische vorm van democratie die de nadruk ergens anders legt. Zolang we een tekort aan frisse ideeën hebben, wenden mensen zich tot extreemrechtse partijen. Het simpele ouderwetse humanisme is hen kennelijk niet sexy genoeg.”