Iedereen sportgek door het jaar van goud

Spanje verbaast dit jaar zichzelf én de wereld. De ene na de andere hoofdprijs op sportgebied wordt gewonnen. „Vroeger waren we de losers van Europa, nu verslaat niemand ons.”

Een Spaanse wijsheid leert dat alleen kampioenen en winnaars sport populair kunnen maken bij het grote publiek. Spanje heeft in 2008 met sporters Rafael Nadal (tennis), Iker Casillas, Fernando Torres (voetbal), Carlos Sastre, Alberto Contador (wielrennen), Pau Gasol (basketbal), Dani Pedrosa (motorracen) en Fernando Alonso (Formule 1) zoveel volkshelden dat het hele land sportgek is geworden.

Premier José Zapatero liet deze week zien dat ook zijn regering sport zeer serieus neemt. Bij de huldiging van de Davis-Cupploeg in Madrid liet hij weten dat in een volgend kabinet plaats moet zijn voor een minister van Sport. „Politici hebben de naam steevast de verkeerde kant op te kijken, maar deze handschoen zal ik oppakken”, zei Zapatero met de Davis Cup in zijn handen.

Spanje verbaasde niet alleen de wereld, maar ook zichzelf met de wijze waarop de sporters dit jaar de ene na de andere hoofdprijs wonnen: het EK voetbal, de Giro, de Tour, de Vuelta, Roland Garros, Wimbledon en de Davis Cup. Nu de sportieve oogst groter is dan ooit tevoren, wil het land zich definitief op de kaart zetten als sportgrootmacht. Spanje hoopt in 2014 het wereldkampioenschap basketbal te organiseren, Madrid is kandidaat voor de Olympische Spelen van 2016 en de Spaanse voetbalbond wil mogelijk meedingen naar het WK van 2018.

Mercedes Coghen, oud-tophockeyster en voortrekker van het kandidaatscomité van Madrid 2016, stelde afgelopen week dat de Spaanse sportprestaties „steeds meer internationale erkenning krijgen”. „De premier heeft laten zien dat de Spaanse regering zich verbonden voelt met Madrid als kandidaat-stad. Dat is echt fantastisch, want uiteindelijk kan iedereen in Spanje hiervan profiteren”, aldus Coghen, die in 1992 een gouden hockeymedaille won op de Olympische Spelen in Barcelona.

Als er één stad in de wereld is waar de invloed van sportieve successen nog dagelijks voelbaar is, is het Barcelona. De Spelen van ’92 zijn een katalysator voor de Spaanse sport en de tweede stad van het land geworden. Het land dat van 1896 tot 1976 – een jaar nadat dictator Franco stierf – met een totaal van elf medailles nauwelijks een rol had gespeeld bij Zomerspelen, werd zestien jaar geleden een land van winnaars. In ‘Barcelona’ won Spanje 22 medailles, waarvan dertien gouden.

De Spaanse equipe wist het olympische succes van Barcelona in Atlanta (17 medailles), Sydney (11), Athene (19) en Peking (18) niet meer te verbeteren. De medailleoogst bij de laatste Zomerspelen was een tegenvaller voor het land dat 2008 año del oro – jaar van het goud – noemt. Bij sporten als zwemmen en atletiek speelde Spanje zelfs helemaal geen rol. Maar voor de Spelen hadden de voetballers met het gewonnen EK en Nadal met zijn overwinningen op Roland Garros en Wimbledon voor zoveel euforie gezorgd dat dit jaar het hoogtepunt is in de sportgeschiedenis van Spanje. Dat Spanje tweeënhalf jaar geleden werd opgeschrikt door een grootschalige dopingaffaire rondom arts Eufemiano Fuentes, waarbij tal van Spaanse sporters werden genoemd, lijkt iedereen vergeten.

Hoezeer de status van topsporters als Casillas en Nadal dit jaar is veranderd, bleek donderdag tijdens een bijeenkomst in het café van Real Madrid in het Estadio Santiago Bernabéu. De doelman van het nationale voetbalelftal en ’s werelds beste tennisser vroegen ten overstaan van zeker vijftien cameraploegen en een kleine honderd journalisten steun voor een benefietduel in de strijd tegen malaria. Elke stap die Casillas of Nadal doet, is nieuws in Spanje. Het Spaanse Rode Kruis zal zelden meer aandacht voor een campagne hebben gekregen.

De twee sportsterren waren er dit jaar medeverantwoordelijk voor dat het ooit zo verdeelde land als één man achter hun sporters ging staan. Basken, Catalanen en Madrilenen juichten de voorbije zomer massaal op pleinen in de grote steden toen aanvoerder Casillas voor het eerst sinds 1964 het land de beker van het EK toonde. Kort daarna rolde Nadal als eerste Spanjaard sinds Manual Santana in 1966 als winnaar over het gras van Wimbledon. „Ik ben er als sportfan trots op om Spanjaard te zijn”, zei Nadal donderdag.

De voetbalprof Casillas en de tennisser Nadal nodigden voor 16 december tal van andere Spaanse sporthelden – onder wie Formule-1-coureur Alonso en de Davis-Cuphelden Feliciano Lopez, David Ferrer en Fernando Verdasco – uit voor een sportfeest in het Palacio de Deportes van Madrid. De stad, die de strijd om de Spelen van 2012 verloor van Londen, profileert zich steeds vaker als sportstad. Tal van internationale toernooien hadden de afgelopen jaren plaats in de hoofdstad van Spanje. „Madrid is één van weinige grote hoofdsteden die nooit de Spelen heeft gehad, maar de stad is een serieuze kandidaat voor 2016. Het grootste deel van de benodigde infrastructuur is al gereed en 93 procent van de bevolking staat achter ons bid”, zei Malcolm Munro, woordvoerder van Madrid 2016.

Ook aan de oplage van de sportkranten is te zien hoe populair sport in Spanje is. Marca en AS verkopen samen circa 450.000 exemplaren per dag. Atléticofan Cesar Rodriguez bladerde dinsdag met een kop koffie in zijn hand door een AS en liet zijn oog vallen op een stuk over de winst in de Davis Cup. Het laatste grote sportsucces van dit jaar. „Vroeger waren we de losers van Europa, maar het lijkt wel of nu niemand ons meer kan verslaan. Hoe dat komt?” Rodriguez hield even stil en wees vervolgens op een groot stuk vlees boven de bar. „Jamon Serrano!”

Rodriguez bedoelde het waarschijnlijk gekscherend, maar feit is wel dat de Spanjaarden die na de dictatuur van Franco zijn opgegroeid, gemiddeld negen centimeter langer zijn dan hun ouders. Dat is drie centimeter meer dan de groei van de gemiddelde Europeaan. Spaanse wetenschappers verklaren dat verschil door de enorme welvaartsgroei die het Zuid-Europese land de voorbije dertig jaar doormaakte, waardoor bijvoorbeeld de voeding meer proteïnen is gaan bevatten. Voorts heeft de economische boom en het lidmaatschap van de Europese Unie ervoor gezorgd dat overheidsinvesteringen in onder meer sport de afgelopen jaren fors zijn vergroot.

Op de straten, de pleinen, de veldjes en thuis op de bank met PlayStation vereenzelvigt de jongste generatie zich met basketbalster Gasol, tennisser Nadal en doelman Casillas – en allen zijn van het post-Franco tijdperk. Sport heeft de Spanjaarden dit jaar meer verenigd dan ooit.

„Yo soy Español!” (Ik ben Spanjaard)”, schreeuwden de voetballers, de wielrenners en de tennissers samen met miljoenen Spanjaarden na de sportieve successen. De sportgekke Spaanse koninklijke familie, vaak te vinden op de tribunes in binnen- en buitenland, zag het met tevredenheid aan.