Hoezo illegaal? Paddo's groeien overal

‘De huidige fobie voor drugs bestond vroeger niet. Dat John F. Kennedy en andere hoge pieten speed gebruikten, was bijvoorbeeld algemeen bekend. Niemand die daar een probleem mee had. Het was juist handig: met zo’n pilletje bleef je 24 uur wakker. Nu, met de quasi-christenen aan de macht die de samenleving in snel tempo proberen te verzieken, regeert de hypocrisie. Het repressieve drugsbeleid, met het sluiten van coffeeshops en het paddoverbod als nieuwste maatregelen, komt voort uit een kongsi tussen de overheid en de onderwereld. Die hebben ieder hun eigen redenen om voor een verbod op drugs te zijn. Soms denk ik: als Pim Fortuyn niet vermoord was en minister-president was geworden, zaten we nu niet met de narigheid. Fortuyn was een rare snijboon, maar hij was wel voor de legalisatie van drugs.

Dat de PvdA in een kabinet zit met een partij van christenen die denken dat de wereld zesduizend jaar oud is, het stuit me zó tegen de borst. Dat zulke oenen politieke macht mogen hebben, konden we ons tien jaar geleden toch niet voorstellen? Ik kan er wel om huilen. Ze gaan nu huis-aan-huis een folder verspreiden, die christenen, waarin ze verkondigen dat de evolutietheorie niet bewezen is. Is dat het land waarin ik woon? We zijn diep gezonken. Geef ze lsd, dat stelletje malloten, stop het in hun mik en kijk hoe ze dan piepen.

Mijn eerste kennismaking met lsd was een jaar of veertig geleden. Ik was buiten, in de natuur. Het was heel mooi weer. De hemel was blauw, met witte wolken. Toen veranderde de hemel in een koepel van geslepen kristal en de wolken werden wezens. Dieren, en gezichten. Ze keken naar me en communiceerden met me. De wereld was betoverd. Een bloem ontvouwde zich en groette me. Het was fantastisch, subliem. Ik was vooral geraakt door de enorme kracht van de natuur.

Een lsd-trip is, net als een trip met paddo’s, een spirituele belevenis. Het gaat – dat geldt voor mij tenminste – over de grens tussen leven en dood, tussen zijn en niet-zijn. Drugs hebben mijn bewustzijn verruimd, mijn binnenwereld groter gemaakt. We worden geboren en opgevoed tot functionerende burgers, dankzij een proces van aanpassing en indoctrinatie, en ten slotte denken we dat wat wij denken de enige werkelijkheid is. Ik zal een voorbeeld geven. Ik ben opgegroeid in een intellectueel milieu waar religie geen enkele rol speelde. Niet dat ik er iets op tegen had, maar ik vond het grote flauwekul allemaal. En God, die bestond niet. Maar na een aantal psychedelische ervaringen ben ik daarin fundamenteel veranderd. De eerste keer dat ik ketamine gebruikte, kwam ik in de hemel terecht. Bij wat de mensen God noemen, of liefde. Het was een religieuze extase, die zat dus in mij zonder dat ik wist. Waar kwam die vandaan? Wonderbaarlijk. Ik ben daarna geen gelovig mens geworden in de zin van ‘vroom’. Maar ik kan nu niet meer zeggen dat God niet bestaat.

Van jongs af aan ben ik geboeid door de magische werkelijkheid achter de dingen. Het gewone leven vond ik eigenlijk behoorlijk saai: werken, getrouwd zijn, geld verdienen. Of zoals Joop van Tijn, de hoofdredacteur van Vrij Nederland, het een keer tegen me zei: ‘Waar gaat het nou helemaal om in het leven? Werken, vreten en neuken, meer is er niet.’ Maar ik weet inmiddels dat dat niet zo is, en bewustzijnsverruimende middelen hebben daar een belangrijke rol in gespeeld. Het zijn niet alleen mooie ervaringen die je krijgt, je verandert ook als mens. Zelf sta ik er anders door in het leven, zekerder. Soms kan één ervaring genoeg zijn. Met een vriendin samen heb ik ooit ecstasy genomen. Ecstasy is goed voor de geest, bevrijdend, vervullend. Ze had psychische problemen, ze voelde zich zwaarmoedig en bedrukt. Daar was ze in één klap van af, omdat ze gevoelens ontdekte waarvan ze niet wist dat ze ze in zich had. Dat effect is blijvend geweest bij haar.

Behalve aan alcohol en tabak ben ik nooit ergens aan verslaafd geweest. Ik heb altijd alleen maar bij speciale gelegenheden drugs gebruikt, om nieuwe ervaringen en inzichten op te doen. Ik ga er nooit mee dóór. En als een middel niet meer te krijgen is, zoek ik er ook niet naar. Het moet als het ware naar je toe komen, vind ik. Mijn laatste lsd-trip is alweer tien jaar geleden. Toen de dokter overleed die mij weleens een ketamine-injectie gaf, heb ik het nooit meer gebruikt. Maar als er iets op mijn pad komt, probeer ik het. Dat begon al toen ik als onaangepaste vijftienjarige van de psychiater broompillen moest slikken om rustig te worden. Als ik naar een feestje ging, nam ik een handje van die pillen en daar ging ik heerlijk van deinen. Later ben ik pas gaan beseffen dat ik gewoon hartstikke stoned was.

Door het boek dat Hans Plomp en ik geschreven hebben, Uit je bol, een handleiding voor het verantwoord gebruik van drugs, komen mensen naar ons toe om ons met nieuwe dingen te laten kennismaken. Vaak zijn dat zogenaamde stadssjamanen, handige jongeren die in hun eigen keuken psychoactieve middelen bereiden en die zonder winstoogmerk, uit idealisme, verspreiden. Zoals lsd ook altijd gemaakt is – door Engelse en later Canadese academici – om de wereld te verbeteren. Hun oogmerk was de ‘psychedelische revolutie’, het idee dat je de maatschappij op een hoger plan kunt brengen door de menselijke geest te veranderen. Ik geloof nog steeds dat die revolutie er komt, al denk ik dat het nog wel honderd jaar kan duren voor het zo ver is.

Ik ben er een groot voorstander van dat ieder mens een keer de gelegenheid krijgt om een lsd-trip te maken, want lsd is een middel waarmee je een kwantumsprong kunt maken in je leven. En in mijn ideale samenleving zou ik het verplicht stellen voor mensen met macht. Het liefst zou ik willen dat elke politicus voordat hij macht gaat uitoefenen een paar lsd-trips maakt. Onder begeleiding, in goede omstandigheden. De helft zal dan afvallen, die zal zeggen: ‘ik doe het niet, ik wil geen macht’. De anderen weten dan in elk geval waar ze mee bezig zijn. Soms worden mensen bang als ze lsd gebruiken. Dat komt omdat lsd je de dingen ofwel gefragmenteerd laat zien, of juist in hun samenhang, als eenheid. In het eerste geval kun je in paniek raken. Ik heb zelf ook enge dingen meegemaakt, maar ik ben de angst gaan observeren, en heb ontdekt dat het altijd een angst voor de angst is. Daar heb ik veel van geleerd. Het heeft me inzicht gegeven in mezelf.

Bij een hoge dosis hebben paddo’s net als lsd een geestverruimende werking. Lang geleden heb ik dankzij paddo’s eens een reis door mijn binnenste gemaakt. Ik kon mijn hele lichaam van binnen aftasten, ik kon precies zien waar de zwakke plekken zaten. Zoals mijn lever, die door alcohol in een niet zo beste staat verkeerde. Het heeft me erg geholpen om daarna de drank drastisch te beperken.

Vanaf 1 december zijn 189 soorten paddo’s illegaal. Maar paddo’s groeien overal. In het bos, in de wei, op de dijken, in elke tuin. Dus wat bedoelen ze eigenlijk met ‘illegaal’? Ben je strafbaar als je een vliegenzwam in je tuin hebt?

Als er écht geen paddo’s meer zijn, gaan we gewoon over op andere middelen. Kijk, deze cactus. Het is de San Pedro, de meest algemene cactus die er is, hij staat in elke huiskamer zo ongeveer. Het is een enorm sterk psychedelisch middel. De thee die je ervan zet, daar ga je helemaal te gek op. Je vliegt werkelijk de wereld over, direct naar de hemel bij wijze van spreken. Staat bij je moeder en je grootmoeder in de vensterbank. En dan is er DMT, een stof die een heel sterke trip genereert. Pure bliss. Sinds kort weet ik dat die in heel gewone plantjes zit die je bij de bloemist koopt. De natuur is vol met psychedelica. Ik heb zelfs eens een koffietrip meegemaakt. Johannes van Dam had voor mij op een speciale manier koffie gezet, heel sterk. Of het zijn bedoeling was weet ik niet, maar toen ik daarna buiten liep, kregen de daken kleur en de zon veranderde van vorm. Prachtig.”

Brigit Kooijman