Column

Haarschaam

Mevrouw Rouvoet loopt toevallig haar slaapkamer binnen en ziet haar man André met zijn broek en onderbroek op de enkels voor haar passpiegel staan.„Wat doet mijn ministertje nou?”, vraagt ze een beetje meewarig. „Ik probeer die gereformeerde coupe uit mijn schaamhaar te kammen”, bekent de betrapte bewindsman. Hij wilde eerlijk gezegd ook net een ander model in zijn kruistoupetje knippen en stond al met het nagelschaartje in de aanslag.

„Hoezo?”, huivert de onthutste echtgenote van de streng gelovige bewindsman, waarop de minister uitlegt dat er deze week wat gedonder in de Kamer was over het Elektronisch Kinddossier omdat daar schaamhaargegevens van de kinderen in staan.

„Toen bleek dat deze intieme details al meer dan veertig jaar door hulpverleners worden verzameld, heb ik mijn eigen dossier maar eens opgevraagd en ik schrok me dood!” „Want?”, aarzelt vrouw Rouvoet.

„Er stond letterlijk dat mijn schaamhaar nogal protestants-christelijk overkwam en volgens de toenmalige jeugdarts had dat te maken met te knellende onderboeken van Tweka.”

„Hadden jullie geen Jansen & Tilanus?”

„Later, maar in het begin hadden we Tweka. Wollen, kriebelende Tweka.”

„Maar waarom wil je het nu anders lieverd? Ik vind je dot zware shag onweerstaanbaar opwindend! Ik dank de Here elke avond dat ik jouw Javaanse Jongens onder handbereik tussen de lakens mag hebben!”

„Dat weet ik”, bloost André, „maar ik kan er zelf niet mee leven”.

„Hoezo?”

„Dat mijn schaamhaar ergens beschreven staat en dat er een geur van te lang gekookte spruitjes omheen hangt. Daarom wil ik wat anders. Het is puur psychologisch. Ik wil dat men denkt dat het er in mijn boxer nogal oubollig uitziet, maar dat ik weet hoe het werkelijk zit. Zou je het erg vinden als ik het een beetje zou blonderen? Ik bedoel een paar highlights.”

„Heb je mijn dossier ook opgevraagd?”

Ondoordringbaar tropisch regenwoud staat er letterlijk. Verder heb ik ook de gegevens van de collega’s Jan Peter en Piet Hein opgevraagd. Piet Hein schijnt in het bezit te zijn van een intellectueel donsje en bij Jan Peter staat bij schaamhaar ingevuld geen.”

„Omdat hij op zijn elfde getest werd?”

„Op zijn 23ste.”

„Weet jij waarom het is? Waarom wilde men het toen en wil men het nu nog steeds weten?”

„Ik heb geen idee en wil mij daar ook niet mee bemoeien omdat het een medische kwestie is. Al veertig jaar kijken de dokters in de kinderbroekjes en noteren ze wat voor aanplant ze treffen. Zo schijnt ook de lengte van de penis en de grootte van de balzak omschreven te worden! Vinden die dokters heerlijk!”

„En bij ons?”

„Of je je voor je lipjes moet schamen of juist niet. Zoiets ongeveer?”

„Maar waarom is dat?”

„Die schooldokters zitten dagen achtereen naar kinderen te koekeloeren en worden een beetje moe van het wel of geen acne. En dan wil je wel eens wat anders!”

„En dan ga je in onderbroekjes van die lieverds loeren?”

„Klopt!”

„Dat is toch onaangenaam en vies!”

„Het is medisch!”

„Maar als het medisch is dan kan jij toch nooit in de dossiers van Jan Peter en Piet Hein gekeken hebben.”

„Dat was een grapje.”

„Een wat?”

„Een grapje.”

„Lieverd, we zijn gereformeerd en dan mag je geen grapjes maken!”

„Het spijt me”.

„Je moet mij niet je excuses aanbieden, maar de Here. Kortom: op de knietjes.”

„Ik zal het doen.”

„Wel eerst je broek omhoog en zeg dat het je heel erg spijt!”

Youp van ’t Hek