Gelukkig

Plezier in eten, kinderen, geld en seks is noodzakelijk om te overleven. Waar in de hersenen ervaart een mens geluk?

Een intrigerende vraag: waarom, waar en hoe ervaren we geluk? Op een symposium vertelde de Rotterdamse ‘geluksprofessor’ Ruut Veenhoven dat geluksgevoel niet afhankelijk is van het al dan niet hebben van een doel in het leven. Dat verbaasde me niets, want het leven is bij toeval ontstaan en geëvolueerd en heeft geen doel. Maar genieten is wel nuttig, want het is nauw verbonden met voedsel en voortplanting en dus cruciaal voor de overleving. Deze ‘hedonische’ gevoelens zijn zelfs zo sterk dat ze leiden tot overbevolking en vetzucht. Verliefdheid, moederliefde en plezier in sociale contacten horen ook tot de positieve gevoelens die hun nut hebben voor het overleven van de soort. De cognitieve ontwikkeling van de mens heeft het mogelijk gemaakt de gevoelens van plezier te verheffen naar de ‘hogere’ orde van kunsten en wetenschap, altruïsme, financiële en transcendente activiteiten, en zo tot geluk. Stoornissen van deze gevoelens kennen we uit de psychiatrie. Een manie kan samengaan met heftige geluksgevoelens en een afwezigheid van elk positief gevoel, anhedonie, zie je bij depressie, schizofrenie, autisme en verslaving.

Gevoelens van plezier en geluk gaan gepaard met activiteitsveranderingen in een groot aantal hersengebieden. In de prefrontale hersenschors neemt de activiteit zowel toe bij plezier in voedsel als in een financiële beloning. Dit hersengebied kan er ook voor zorgen dat je wel of niet toegeeft aan mogelijke genoegens. Maar de prefrontale hersenschors is niet het plezier genererend centrum. Patiënten die een leukotomie hebben ondergaan – een operatie waarbij de prefrontale cortex werd uitgeschakeld – kunnen nog steeds plezier beleven aan voedsel en seks. Het plezierige gevoel komt tot stand in lagergelegen belonende hersensystemen. Door toediening van kleine hoeveelheden opiumachtige stoffen in deze ‘hedonische hotspots’, blijkt dat ze voldoende zijn om het plezierige gevoel op te wekken. Je kunt echter pas zeggen of een gebied noodzakelijk is voor hedonische gevoelens aan de hand van het verdwijnen van deze gevoelens na uitschakeling. Zo is stimulatie van een bepaald hersengebied (nucleus accumbens) weliswaar voldoende om een belonend effect op te wekken, maar veroorzaakt uitschakeling van dit gebied slechts een minieme vermindering van het belonend effect van voedsel. Dus is dit hersengebied voor het ontstaan van het belonend effect niet noodzakelijk. Er is één hedonische hotspot in de basis van de hersenen noodzakelijk voor het lekker vinden van iets zoets. Laesie (uitschakeling) van dit gebied verandert het lekker vinden van zoetigheid zelfs in een afschuw ervoor. De hypothalamus is noodzakelijk voor romantische liefde, moederliefde en paarvorming. De andere hersengebieden die activiteitsveranderingen laten zien bij plezier of geluk zijn niet noodzakelijk voor het plezierige gevoel, maar wel voor hier aan gekoppelde processen zoals leren, geheugen, beslissen of gedragseffecten.

Er zijn vele chemische boodschappers betrokken bij verschillende plezierige gevoelens. Het belonende dopaminesysteem is betrokken bij de voorpret, de motivatie en attentie in relatie tot genot. Het stresshormoon cortisol remt dit systeem bij depressies, waardoor je geen plezier meer kunt voelen. Ook opiaatachtige chemische boodschappers die de hersenen zelf maken, zijn betrokken bij het geluksgevoel. Bij de romantische liefde, het orgasme, de paarvorming en moederliefde zijn oxytocine en vasopressine betrokken. Deficiënties in deze laatste twee boodschappers zijn gevonden bij autisme.

Sommige mensen kunnen het gevoel van geluk zelf opwekken. Nonnen die hun extatische liefde voor God op commando in een scanner konden herbeleven, kregen inderdaad activiteitsveranderingen in belonende hersenstructuren. Een hersentumor in de slaapkwab kan ook zulke extatische gelukservaringen oproepen, zoals een direct contact met Jezus. Het is niet mogelijk om met een stimulatie-elektrode op één plaats in de hersenen een heftig geluksgevoel op te wekken, maar er zijn wel ‘zelfstimulatie hotspots’. Een stimulatie-elektrode in sommige hersengebieden kan door een rat vele malen per minuut gestimuleerd worden en hem motiveren tot eten, drinken en seksueel gedrag. Maar of ze dat lekker vinden, is zeer de vraag, zoals blijkt uit stimulatiestudies bij de mens. Stimulatie van het gebied van de accumbens/septum leidde tot heftige zelfstimulatie. Ze protesteerden fel als de stimulator werd weggehaald. De elektrode produceerde gevoelens van plezier, alertheid, warmte, seksuele opwinding, een compulsie om te masturberen, maar nooit een seksueel orgasme of een duidelijke blijk van plezier. Voorlopig zijn we dus aangewezen op de ouderwetse manier van het verkrijgen van plezier en geluk. En daar is eigenlijk niets op tegen.

Dick Swaab

De auteur is hoogleraar neurobiologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is verbonden aan het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen. Vragen en reacties kunt u sturen naar zbrieven@nrc.nl