Geleuter over wie ik ben zorgt voor identiteitscrisis

Jarenlang heb ik geworsteld met hoe ik mijzelf nu het best kon omschrijven: een buitenlander, een Marokkaan, een migrant of een allochtoon. Totdat ik 20 november op de Opiniepagina de oplossing gepresenteerd kreeg: ik ben een Marokkaanse Nederlander. Ik dank Jan Kuitenbrouwer vriendelijk voor het doen opklaren van de hardnekkige nevel waarin mijn persoon tot nu toe was gehuld. Kuitenbrouwer is ook nog eens zo vriendelijk te vermelden dat een kleine groep ontspoorden het mij als welwillende burger onmogelijk maakt om Nederlander te zijn. Ik denk dat hij refereert aan de randstedelijke `Marokkaanse` probleemjongeren die hopeloos ontspoord zijn.

Ik heb eerlijk gezegd nog nooit zo`n ontspoorde jongere ontmoet en kan er dan ook geen verwantschap mee voelen. De arme zielen zouden behalve voor hun strafbladen ook nog eens verantwoordelijk zijn voor mijn belemmerde integratie, maar dat wil ik ze niet ook nog eens in de schoenen schuiven. Ze hebben aan hun eigen problemen wel genoeg.

Nee, ik denk dat het geleuter over wie ik wel niet zou zijn in de ogen van de autochtone gemeenschap mij eerder in een identiteitscrisis doet vervallen. Hoe weet Kuitenbrouwer zo zeker dat die probleemjongeren geen Nederlander willen zijn? En kun je geen Nederlander zijn als je een strafblad hebt?

Pas wanneer we accepteren dat ook probleem-Marokkanen net zo goed producten van deze samenleving zijn en net zo goed Marokkaanse Nederlander zijn, kan ik mij met een gerust hart zo noemen.