Filmkilometers

Gerard Nijssen maakte beeldresearch tot een vak. „Beelden trekken in high speed in mijn kop aan mij voorbij.”

‘Ik vind nog altijd nieuw materiaal uit de Tweede Wereldoorlog”, zegt Gerard Nijssen. „Die propagandabeelden met strakke frontsoldaten kennen we zo langzamerhand wel. Amateurbeelden, die ineens opduiken, geven Duitsers een menselijker gezicht. Je ziet ook oude mannetjes met dikke buiken. Zo kun je het beeld van de bezetter corrigeren.”

Gerard Nijssen raakte als student geschiedenis gefascineerd door foto- en filmbeelden als historische bron. Hij maakte in 1987, op basis van zijn doctoraalscriptie, met Annegriet Wietsma en Erik Willems een documentaire over huuracties in de jaren dertig: Eerst het eten, dan de huur. Het zoeken naar archiefmateriaal voor deze film vond hij zo interessant, dat hij er zijn beroep van maakte.

Bij de omroepen zaten ze aanvankelijk niet op een ‘beeldresearcher’ te wachten. Nijssen: „Ze hadden daar hun eigen mensen voor, die het erbij deden.” Nijssen exploreerde naast het omroeparchief tal van bronnen met audiovisueel materiaal: de stichting Film en Wetenschap bijvoorbeeld, de Rijksvoorlichtingsdienst en regionale, lokale archieven en particuliere collecties. Al snel kende Nijssen ook de weg in de belangrijkste archieven in omringende landen.

Documentairemakers deden in toenemende mate een beroep op hem. Voor De stad was van ons (1996, Joost Seelen) haalde hij bijvoorbeeld beelden van de kraakbeweging tussen 1975 en 1988 boven water. „Ik heb mijn eigen vak gecreëerd”, stelt Nijssen vast. „In het begin deed ik ook archiefonderzoek naar foto’s en geluidsfragmenten. Nu beperk ik mij tot beeldresearch, wat altijd mijn droom is geweest.”

De opkomst van historische programma’s speelde hem daarbij in de kaart. Nijssen is vanaf het begin bij het geschiedenisprogramma Andere Tijden betrokken, waarvoor hij tal van primeurs opdook: de rechtstreekse, verloren gewaande tv-uitzending van de verloving van Beatrix en Claus (1965), het bezoek van The Beatles aan Nederland (1964) of de omhaal van de Surinaamse voetballer Humphrey Mijnals (1961). En vanaf het moment dat er sprake was van een tv-versie van In Europa van Geert Mak, was Nijssen van de partij. Morgen begint de tweede reeks van zeventien afleveringen.

Beeldmateriaal wordt meer en meer in het historisch onderzoek betrokken, constateert Nijssen. Zo zocht hij voor de Stichting Onderzoek Terugkeer Oorlogsgetroffenen (SOTO) beelden voor een rapport uit 2001. Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) vroeg hem hetzelfde te doen bij hun rapport over Srebrenica uit 2002.

Nijssen noemt het boek De Meelstreep van Martin Bossenbroek (Bert Bakker, 2004). De titel van dit boek over de terugkeer en opvang van Nederlanders na de Tweede Wereldoorlog is gebaseerd op een filmfragment. Dat laat zien hoe op 13 maart 1945 koningin Wilhelmina te Zeeuws-Vlaanderen over een provisorische, met behulp van meel vervaardigde grensstreep bevrijd Nederland binnenstapt. „Deze door John Fernhout gedraaide scène toont – behalve de plechtigheid en de hoogwaardigheidsbekleders – ook hoe een hondje aan die meelstreep likt. En hoe de vorstin nog even terugloopt om voor de fotografen opnieuw de grens te overschrijden. De beste bron voor dat moment vormt deze film.”

De beeldresearcher heeft intussen een vrij volledig overzicht van wat er over Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog is te zien. Die kennis komt hem goed van pas bij zijn werk voor ‘Programma Erfgoed van de Oorlog’ van het ministerie van VWS, dat een audiovisuele catalogus over Nederland in WO II moet opleveren. Al zijn kennis gebruikt hij voor de nieuwe documentairereeks De oorlog, die de NPS onder redactie van Ad van Liempt vanaf september op de televisie brengt. Nijssen: „Ik heb mijn kapitaal in mijn kop opgeslagen. Duizenden kilometers film trokken in high speed aan mij voorbij. Daarvan heb ik alleen in een map notities gemaakt. Ik moet het vooral hebben van mijn geheugen, dat tamelijk visueel is.”

In 2003 droeg Nijssen het idee aan voor een aflevering van Andere Tijden: Het leven ging door: De oorlog op amateurfilm. Het leverde het programma ruim een miljoen kijkers op, een record. Sindsdien levert hij jaarlijks het materiaal voor zo’n speciaal programma van een uur, uitsluitend bestaand uit archiefbeelden: over de jaren vijftig in kleur, over de jaren dertig en over de bevrijding van Nederland door de Canadezen. Nu zoekt hij naarstig naar films voor een speciale uitzending over de Elfstedentocht op nieuwjaarsdag. Hij diepte eerder bij een amateur-filmer al uniek kleurenmateriaal op van winnaar Reinier Paping.

Nijssens vondst van amateurfilms van een Joodse familie in Ochten uit de jaren dertig en veertig leidde tot de in mei uitgezonden documentaire De andere familie Frank van Erik Willems. „Het feit dat ook deze familie Frank in het kamp werd vermoord, gaf dit materiaal een emotionele lading.”

Ook In Europa leunt op zijn gevonden beelden. Gerard Nijssen: „Bewegend beeld grijpt aan. Het appelleert aan een behoefte aan eigenheid en nostalgie in een tijd van anonimiteit. Dat gold ook voor de kleurenbeelden van de Watersnoodramp. Ze bleken voor te komen in een promotiefilm uit die tijd van de Nederlands overheid.”

Een andere recente vondst is een filmpje met de verzetsman Pim Boellaard, over wie NIOD-medewerker Jolande Withuis onlangs een biografie publiceerde. Op deze beelden van 6 mei 1945 wordt Boellaard in het concentratiekamp Dachau geïnterviewd door de Amerikaanse legerdienst. In het bevrijde kamp zitten de gevangenen in quarantaine.

Een tijdrovende bijkomstigheid is het regelen van de rechten. „Door fusies en overnames worden archieven steeds groter – en daarmee commerciëler”, zegt Nijssen. „Je kan proberen af te dingen. Het is een jungle. Het kan gebeuren dat je een fragment dolgraag wilt hebben, maar dat de prijs ervan te hoog is. Zoek je door, dan vind je het soms elders goedkoper.”

Intens geniet de ‘beeldenwroeter’, zoals Youp van ’t Hek hem eens noemde, als een vondst prachtig aansluit op een andere. Zo trof hij in museum De Scheper in Eibergen een filmpje aan waarin op een Engelse tank een paar Joodse onderduikers zijn te zien die de bevrijders tegemoet waren gelopen. Uit een notitie in hetzelfde museum blijkt dat de dorpsbewoners destijds bij dat tafereel uitriepen: „Zie je wel, ze waren naar Engeland ontkomen!”