Eurodilemma Oost-Europa

Oost-Europese landen zijn diep in de economische problemen beland door hoge buitenlandse schulden. Aansluiting bij de euro lijkt een oplossing, maar hoeft dat niet te zijn.

De kredietcrisis slaat hard toe in West-Europa, maar komt in Oost-Europa nóg harder aan. Die economieën, van de Baltische landen tot Bulgarije, gaan gebukt onder grote tekorten op hun handelsbalans en buitenlandse schulden die ze niet kunnen bekostigen. Sommige landen zouden de aanvaarding van de euro als deel van hun redding kunnen zien. Maar of ze de euro mogen invoeren en of die munt ze genoeg veiligheid zou bieden, is onduidelijk. Misschien moeten ze het maar eens aan Ierland, Italië of Spanje vragen.

In de goede tijden vloeide het kapitaal naar het oosten, en vaak kwamen westerse banken op de stroom mee. Ze kochten lokale banken op en streden vervolgens om marktaandeel. Hoe kon je dat nou beter doen dan door Hongaren en Letten ‘westerse’ kredieten aan te bieden ?

Hypotheken met lage rentes in euro’s en Zwitserse franken, evenals leningen voor de aanschaf van auto’s, brachten de Hongaren veel voordeel – zolang de forint maar sterk bleef. Vastgoed bood prima onderpand – zolang de vastgoedprijzen maar stegen. Bedrijven waren veilige gokken –zolang consumenten maar bleven lenen en geld bleven uitgeven en de export op gang bleef. Nu zijn al deze veronderstellingen vals gebleken.

Letland is een goed voorbeeld van de gevolgen. Zijn berg aan schulden in buitenlandse valuta bedraagt meer dan 150 procent van het bruto binnenlands product, het tekort op de betalingsbalans - de breedste maatstaf voor de handel - staat op een verbijsterende 15 procent van het bbp, en het land heeft ongeveer 5 miljard dollar aan buitenlandse reserves. De andere Baltische republieken, Litouwen en Estland, bevinden zich in soortgelijk vaarwater.

Deze gedeelde zwakheid weerspiegelt een onderscheidend kenmerk van de Baltische landen: iedere republiek heeft een vaste wisselkoers en een zogenoemde currency board waarbij de geldbasis volledig wordt gedekt door buitenlandse valuta. Dat klinkt als een veilig anker, maar is het niet. Als de reserves dalen, is het gevolg een inzinking van het zwaarste kaliber, en een diepe recessie die tot tal van bankfaillissementen leidt.

Bulgarije heeft ook een currency board, maar in de meeste andere Oost-Europese landen zijn de munten vrij om te bewegen en dat doen ze dan ook – pijlsnel naar beneden. Ook dat is een probleem. Wegglijdende munten zorgen ervoor dat buitenlandse schulden duurder worden en dat crediteuren en kapitaal op de vlucht slaan, waardoor een ‘gewone’ inzinking in een bloedbad verandert.

Neem Rusland. De Wereldbank voorspelt een kapitaaluitstroom van 50 miljard dollar dit jaar en van 100 miljard dollar in 2009. De centrale bank is 22 miljard dollar aan reserves verloren in de week tot 14 november, en is tot nu toe 145 miljard dollar aan reserves kwijtgeraakt sinds de piek van midden augustus: een vijfde van het totaal. Het verdedigen van de roebel kost handenvol geld en lijkt hopeloos. Een grote aanpassing aan de nieuwe realiteit, met een kapitaaluitstroom in plaats van een kapitaalinstroom, en met een veel lagere olieprijs, is onvermijdelijk.

Met of zonder vaste wisselkoers zijn de uiteenlopende economieën van Oost-Europa in moeilijkheden geraakt. Wat is hun beste verdediging ? Velen kijken misschien naar het bankroete IJsland, wiens munt (de kroon) een speeltje van de kapitaalmarkten werd en zelfs bleef kelderen toen IJsland de rente naar een belachelijk hoog niveau tilde. Nu wil IJsland zijn te kleine munt misschien loslaten om te euro te omarmen.

Slowakije zal zich begin volgend jaar bij de eurozone aansluiten, Polen en Hongarije willen dat in 2011 doen, en de Baltische landen kunnen hetzelfde pad inslaan. Maar de route zou wel eens niet zo makkelijk kunnen zijn. De Europese autoriteiten eisen : een stabiele munt, een gematigde langetermijnrente, een lage inflatie en een bescheiden begrotingstekort, bij voorkeur niet hoger dan 3 procent van het bbp. Dat zijn geen makkelijke doelstellingen, zeker niet voor door de crisis getroffen landen. Ook wil de eurozone misschien niet zo graag nóg meer landen met structurele problemen aan boord nemen, nu de zone de recessie aan het bestrijden is en er binnen de eigen grenzen al genoeg spanningen zijn.

En dan is er nog de vraag of de euro wel veilig zou blijken. Ierland en Spanje hebben vele jaren gekend, waarin het eurolidmaatschap enorm heeft bijgedragen aan hun welvaart. Maar nu hebben ze last van dalende huizenprijzen, een recessie en wankelende banken. In het verleden konden Italië en Spanje zich nog een weg banen uit economische inzinkingen door hun munten te laten devalueren.

Maar dat kan nu niet meer. De spanningen binnen de eurozone zullen daardoor toenemen. Het systeem staat op het punt voor de eerste keer op de proef gesteld te worden door een zware economische crisis. Landen die zich bij de eurozone willen aansluiten, doen er misschien verstandig aan een afwachtende houding aan te nemen.

© Breaking Views. Vertaling Menno Grootveld