Duikblussen

Karel Knip

Vandaag gaan we een brand blussen op een onderzeeboot. Op een duikboot, zoals normale mensen die noemen. Drie weken geleden kwamen twintig mensen om het leven bij een ongeluk op de Russische duikboot K-152 Nerpa die een proefvaart maakte in de omgeving van Vladivostok. Met de beschrijving en verklaring van het ongeluk is in de media en qualiteitsmedia het een ander misgegaan.

Het vreemde was dat er helemaal geen vuur was, er is op de Nerpa een niet bestaande brand geblust. Geen vlammen, geen rook, geen materiële schade – en toch verstikking. Inmiddels zijn er internetsites waarop de gebeurtenissen tamelijk nauwgezet zijn geanalyseerd.

Maar eerst vraagt de amateuronderzoeker zich af hoe hij zelf een brand zou blussen in een duikboot. Het meest logisch lijkt om het gewoon met zeewater te doen, dat is er volop en rondom. De duikboot blust eigenlijk nog makkelijker met water dan de gewone boot, omdat de duikboot makkelijker compenseert voor de zeewaterballast die hij blussend aan boord haalt. Dan perst hij gewoon water weg uit zijn ballasttanks, dat is het klassieke systeem waarmee hij zijn drijfvermogen regelt. De duikboot heeft er een grote hoeveelheid perslucht voor aan boord, dat mes snijdt aan twee kanten.

Maar de duikboot is nogal nauw en volgepropt met elektronica. Je mag aannemen dat binnengelaten zeewater er eerder tot problemen leidt dan in een gewone boot. Anderzijds is gebruik van luchtschuim (met water) kennelijk geen bezwaar. De Nerpa had dat als tweede systeem.

Blussen met koolzuur is natuurlijk uitgesloten. De CO2-concentratie in de duikboot zou al gauw onaanvaardbaar hoog worden want CO2 is, goedbeschouwd, een gevaarlijk, snel werkend gifgas. De industriële kippenboer die van zijn manlijke eendagskuikens af wil en geen verhakselaar bezit gebruikt meestal koolzuur.

Het liefst zou je een brand op een duikboot blussen met een volkomen inert gas dat de zuurstoftoevoer naar de brandhaard vermindert. Maar hier loopt de blusser lelijk tegen de wet van Dalton op. Hij zal er niet in slagen de partiële zuurstofspanning in de duikboot te verlagen door daar stikstof of argon in te blazen. In een afgesloten ruimte met lucht van 1 bar kun je de druk met extra stikstof op 2 bar brengen zonder dat de ademhaling eronder lijdt. Binnen bepaalde grenzen reageert die alleen op de partiële zuurstofspanning.

Het betekent dat ook een brand niet zachter branden zal als men inert gas pompt in de drukvast afgesloten ruimte waar de brand brandt. In open ruimtes kan overvloedig aangevoerd inertgas de zuurstof tijdelijk verdringen, maar in een nauwe onderzeeboot valt daarvan niet heel veel te verwachten.

Nu, dat krijg je als je de literatuur over moderne blustechnieken al een paar decennia niet hebt bijgehouden. In afgesloten ruimtes waar ook mensen verblijven blijkt bij voorkeur gebruik te worden gemaakt van halonen, verbindingen van stoffen als methaan en ethaan met de elementen broom, chloor of jodium. Het zijn stoffen die het verbrandingsproces actief verstoren door zogenoemde ‘free radical trapping’. De meeste van deze gassen zijn voor de mens nauwelijks gevaarlijk zoals ook de verwante cfk’s (freonen) merendeels ongevaarlijk zijn. De Nerpa had uitgerekend een installatie aan boord die gebruik maakte van Halon 2402 (dibroomtetrafluorethaan, C2Br2F4). Dat is in hoge concentratie bedwelmend. Of de getroffen opvarenden hiervan het slachtoffer werden of van een mogelijke zuurstofverdringing is nog steeds niet helemaal duidelijk.

Daarom maar terug naar de gezondheidsgevaren van CO2. Is CO2 een gifgas? Het klinkt wat overspannen en het het geldt ook niet direct voor de heersende natuurlijke concentratie van ongeveer 0,04%. Maar concentraties vanaf 4 à 5% worden in de literatuur wel degelijk levensbedreigend genoemd. Bij blootstelling aan een CO2-concentratie van 10% treedt de dood binnen enkele minuten in. Het is niet voor niets dat in veiligheidsvoorschriften wordt gewaarschuwd tegen gebruik van koolzuurblussers in kleine ruimtes. Denk aan de 1700 slachtoffers van de CO2-wolk die in augustus 1986 plotseling vrij kwam uit het Nyos-meer in Kameroen. De dood kwam snel, veel mensen en dieren lagen nog op de plaats waar ze door het gas waren overvallen. Het is een aspect dat weinig aandacht krijgt in het voornemen om op grote schaal puur CO2 te gaan transporteren naar lege gasvelden in de bodem.

Het probleem is niet alleen dat CO2 giftig is maar ook dat het een zwaar gas is, net zo zwaar als propaan. Komt het vrij bij een lage lozing dan blijft het lang als een deken op de aarde liggen. Dat is precies wat de omwonenden van Lac Nyos fataal werd.

Het begrip ‘zwaar gas’ heeft ooit van iemand een definitie gekregen, maar die is de AW-redactie ontschoten. Het is hoe dan ook een ráár begrip, want zware gassen gedragen zich niet heel veel anders dan lichte gassen. Op den duur mengen ze toch wel. Het is een kwestie van tijd.

Kan men thuis met kleine middelen een CO2-deken leggen? Een dekentje? Het antwoord is: ja, dat kan, het kon deze week worden aangetoond. Dankzij Samir A. en zijn kameraden komt de consument steeds minder makkelijk aan chemicaliën maar Albert Heijn had nog precies wat voor de dekenproef nodig is: soda en schoonmaakazijn. Het azijnzuur kan grote hoeveelheden CO2 uit de soda vrijmaken. Leg een klont soda in een stevig glas en giet er voorzichtig wat azijn op, de klont hoeft niet kopje onder. Meer is niet nodig. Het is een veilig experiment omdat de oplossing afkoelt in plaats van opwarmt, de hemel weet waarom.

Breng een brandende lucifer in de opening van het glas en stel vast dat deze subiet dooft. Kennelijk is het glas tot aan de rand gevuld met CO2. Als dat zo is, en als CO2 echt ‘zwaar’ is, dan moet het zijn over te schenken in een ander glas op de manier die het bijgaande plaatje illustreert. Doe het en steek opnieuw een brandende lucifer in het glas. Weer dooft het licht! Maak dan aan alle twijfel een eind: zet een waxinelichtje te branden op de bodem van een wijde pan en giet een gulle gulp onzichtbaar CO2 uit het tweede glas over het vlammetje. De adem stokt in de keel!