Dijk als duin

De dijk heeft eeuwenlang een belangrijk rol gespeeld in de vormgeving van Nederland. De onbeweeglijke waterkering maakt zich op voor een nieuwe toekomst: met hotels, parkeergarages en woningen. De dijk mag voor het eerst ook mooi worden. Tracy Metz

De tulp, de klomp, de molen en de zwartbonte koe: het zijn symbolen van Nederland, vooral voor buitenlands gebruik. Tussen cliché en logo in, allemaal geschikt als afbeelding op souvenirs en postzegels. Opvallend afwezig in dit rijtje is het oer-Hollandse fenomeen van de dijk, al eeuwen een bepalend element in het Nederlandse landschap. Onbeweeglijke grondlichamen lenen zich kennelijk niet zo voor afbeeldingen op ansichtkaarten.

Maar onbeweeglijk wil niet zeggen onveranderlijk: op het thema van de dijk wordt heftig geïnnoveerd. Onder druk van de verwachte klimaatverandering en vanwege de schaarse ruimte in Nederland verandert het denken over de rol van dijken in de waterveiligheid, maar ook over hun vorm, over hoe ze gemaakt worden en over manieren om veiligheid te combineren met andere functies zoals wonen, werken en recreatie. Nieuw is het concept van de dijk niet alleen als een beschermend randje, maar ook als bruikbare oppervlakte.

„Vroeger keerden we al snel onze rug naar het water’’, zegt Toine Smits, hoogleraar duurzaam waterbeheer aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. „Je had het water en de dijk die het tegenhield, en dat was dan geregeld. Nu ontdekken we dat met dijken en dammen alleen de strijd tegen het water niet valt te winnen. We moeten beter ons best doen om natuurlijke processen als eb en vloed en de vermenging van zoet en zout water weer een rol te laten spelen.”

Volgens Smits moeten we de kans op overstromingen langs de grote rivieren verkleinen door meer ruimte voor water vrij te maken en de dijken landinwaarts te verleggen. „Maak daar meteen flinke grondlichamen van, megadijken, die niet alleen het water tegenhouden maar ook ruimte bieden voor nieuwe stedelijke ontwikkeling.” Professor Pier Vellinga is ook voorstander van grote multifunctionele dijken. In zijn inaugurele rede vorige maand als hoogleraar klimaatverandering aan Wageningen Universiteit zei hij: „Nu is de dijk een sta-in-de-weg. Niet zozeer hogere als wel brede, overstroombare maar doorbraakvrije dijken om op te wonen, te recreëren en voor natuur kunnen de basis vormen voor een veilig Nederland voor generaties.”

Zo wordt in Den Helder gewerkt aan een zogeheten combikering. De zeekering moet worden versterkt, maar wel op een manier die aan de uitstraling van de plaats zelf bijdraagt. De afdeling Waterinnovatie (WINN) van Rijkswaterstaat kwam met drie varianten, waarbij de kering opmerkelijk genoeg niet hoger wordt: Dijkstad (met waterkerende huizen en hotels op de dijk, achter uitklapbare damwanden), Terrasstad (het zoute water slaat er bij zwaar weer overheen en wordt in sloten en grachten opgevangen) en Zeestad (een golfbreker wordt voor de dijk aangelegd). Bij de bevolking geniet Zeestad de voorkeur, volgens de website van WINN, omdat er niets wordt afgebroken, alleen iets toegevoegd.

Door heel Nederland worden nu proeven genomen met multifunctionele varianten op de eeuwenoude dijk. In Noordwijk is een dijk ‘opgeleverd’ die eruitziet als een duin, en van binnen een parkeergarage herbergt. Er worden ook dijken anders samengesteld. In het Zeeuwse Ellewoutsdijk bijvoorbeeld is vorig jaar de bestaande dijk overslagbestendig gemaakt. In plaats van de dijk zo te verhogen dat het fort Ellewoutsdijk eronder zou verdwijnen, is de dijk aan de boven- en de binnenkant verstevigd met asfaltbeton en weer met grond afgedekt. Dit voorkomt dat het grondlichaam van binnenuit wordt uitgehold als er bij storm flink water overheen slaat.

Niet alleen op, ook in dat onbeweeglijke grondlichaam gebeurt er steeds meer. Filters aan de binnenkant laten het water wegstromen in plaats van de dijk te verzadigen. Om de dijk op z’n plek te houden wordt die met grote pinnen of pijlers of damwanden vastgenageld, van binnen wordt ’ie met trekstangen bijeengehouden en van onderen wordt de binding met de grond versterkt met onder andere cement. En de stichting IJkdijk werkt aan de slimme dijk, waarbij sensoren binnenin de dijk de ‘gezondheid’ ervan meten om tijdig voor een dreigende doorbraak te waarschuwen.

Tien kustplaatsen in vijf Europese landen hebben met steun van de Europese Unie meegedaan aan het ComCoast-project. Doel was te bekijken of het mogelijk is in plaats van één dijk, een hele zone als waterkering in te richten. Bijvoorbeeld een zoet-zout getijdengebied. Dat is goed voor de natuur en leidt langzaam tot het ophogen van het land met sediment: meegroeiend land heet dat. De dijken houden het water niet alleen buiten, maar ook binnen – een heel andere kijk op nut en noodzaak van een dijk.

Een andere manier om waterveiligheid met natuur te combineren is de rijke dijk. Daarbij wordt de kering gemaakt met vormen en materialen die geschikt zijn om zeewier en schelpdieren te laten gedijen, mogelijk met rietvelden en drijvende moerassen. Waterinnovatie van Rijkswaterstaat doet hier nu een pilot mee op de Zuiderhavendam in IJmuiden.

Niet iedereen is voor het nieuwe ‘dijkdenken’ geporteerd. Han Vrijling, hoogleraar waterbouwkunde aan de Vrije Universiteit, vindt „de nieuwe waterbouw” met terpen, drijvende woningen en het water de ruimte geven, een tikje modieus. „Het moet helder blijven wat nodig is voor veiligheid en wat nodig is voor schoonheid en natuur. Laten we niet onder het mom van veiligheid, dijken bouwen die alléén mooi zijn.” Twintig jaar geleden, zegt hij, was het probleem vooral de ruimte die dijken innemen. „Maar onze risicotolerantie neemt steeds verder af. Nu praten we minder over ruimte en meer over veiligheid.”

Nederlanders wonen al meer dan vier eeuwen op de bodem van diepe meren als de Beemster, zo hield Vrijling begin dit jaar zijn gehoor voor tijdens een wetenschapslezing in het Amsterdamse Paradiso. „Het is merkwaardig te zien dat de nieuwe waterbouwers plotseling en selectief het vertrouwen in polders verliezen.” Een veel groter probleem dan de zeespiegel vindt hij het achterstallige onderhoud van de bestaande dijken en keringen, daar moeten we éérst wat aan doen. „Net als vroeger kunnen prachtige combinaties worden gemaakt van stedenbouw, natuur en water.”

Toine Smits is zich er zeer van bewust dat de dijk-nieuwe-stijl niet zonder slag of stoot werkelijkheid zal worden. „Wil men deze ‘megadijken’ aanvaarden, dan moeten ze worden gekoppeld aan economische en bouwkundige projecten. De bevolking moet de nieuwe landschapsontwikkeling als winst ervaren. Zo wordt een azijnmaatregel een honingmaatregel.”