Digitale zeepkisten

Nederland telt ongeveer een miljoen bloggers. Op internet kunnen zij de pet van journalist opzetten. „Eigenlijk ben ik er 24 uur per dag mee bezig, behalve als ik slaap.”

Als Robin Hogervorst om half zes zijn delicatessenzaak in Vlaardingen sluit, begint zijn tweede leven als amateurfotograaf. Via zijn politiescanner volgt hij de bewegingen van de plaatselijke hulpdiensten. Als er in de omgeving een incident plaatsvindt, pakt hij zijn camera en rijdt er naartoe. Dan maakt hij foto’s, die hij op zijn website zet. „Het is een uit de hand gelopen hobby. Ik wilde altijd brandweerman worden en ik ben een jaar of zeven vrijwillig brandweerman geweest. Op een gegeven moment zag ik op internet een site waarop foto’s van branden werden geplaatst. Ik dacht, dat is wel iets voor mij.”

Zijn hobby slokt soms zijn hele avond op. „Afgelopen vrijdag kwam er vlak na sluitingstijd van mijn winkel een melding binnen van een metrobrand in Schiedam. Dan denk ik: ik ga even kijken. Onderweg kom ik langs een grote alcoholcontrole. Daar maak ik dan ook foto’s van. Later op de avond komt er nog een melding binnen dat er een tram is ontspoord door een aanrijding. Dan is het dus drie keer op een avond raak. Maar vaak is er hele dagen niks. Dan denk ik, er mag van mij wel wat gebeuren. Die site wil je ook up to date houden, dat de mensen blijven kijken.”

Zijn website www.robinhogervorst.nl krijgt ongeveer honderd unieke bezoekers per dag. Augustus was met 3.500 bezoekers een recordmaand. Die ‘kijkcijfers’ blijft hij nauwlettend volgen. Soms wordt zijn naam door klanten in zijn winkel herkend. Of krijgt hij complimenten dat hij iets mooi in beeld heeft gebracht. Ook stuurt hij foto’s op naar slachtoffers van een incident die hij heeft gefotografeerd, als ze daarom vragen. Maar hij doet het toch ook voor de kick. „Het geeft een soort spanning. Als je pieper afgaat en je rijdt naar zo’n ongeval weet je nooit wat je aantreft.”

Tijdens het gesprek bij hem thuis begint zijn scanner plotseling te piepen. Een politiebericht. Bij een familie in Maassluis is in de woning achter het gordijn een bruine slang met ringen aangetroffen. Met een zucht: „Ik ga daar niet achteraan, want die woning kom je toch niet in.”

Robin Hogervorst is burgerjournalist, al heeft hij zelf nog nooit van die term gehoord. Volgens Shayne Bowman en Chris Willis, auteurs van het essay We Media, zijn burgerjournalisten mensen die „een actieve rol spelen in het verzamelen, verslaan, analyseren en verspreiden van nieuws en informatie”. Daar valt iedereen onder die een weblog bijhoudt. Internetuitgever Ilse Media schat het aantal weblogs in Nederland ongeveer op een miljoen. Dagelijks komen er een paar honderd bij. In het digitale tijdperk viert de burgerjournalistiek hoogtij.

Hoewel het genre met de opkomst van het internet een hoge vlucht heeft genomen, bestaat de burgerjournalistiek al langer. Al in de zestiende eeuw kende Nederland een levendige pamfletcultuur. Toentertijd zetten burgers in zelfgedrukte boekjes hun visie uiteen op allerlei actuele ontwikkelingen. De muurkranten en buurtnieuwsbrieven uit de jaren zeventig zijn recentere voorbeelden. De kopieermachine fungeerde toen als the people’s printing press. In diezelfde jaren is Veronica ontstaan als piraatradiozender, opgezet door amateurs. Het grote verschil is dat vandaag de dag het bereik en vooral het gemak van burgerjournalistiek enorm zijn toegenomen. Urenlang stencilen bij de copyrette is er niet meer bij. Een eigen weblog beginnen is binnen een paar muisklikken gebeurd. Wereldwijd hebben miljoenen bloggers het internet omgetoverd tot een universele muurkrant.

Die ontwikkeling heeft zijn weerslag gehad op de traditionele media. „De machtsbalans is aan het omslaan”, zegt Mark Deuze, hoogleraar journalistiek en nieuwe media van de Universiteit Leiden. „Mensen hebben altijd al hun eigen media gemaakt, alleen nu zie je dat steeds prominenter worden.” De snelle ontwikkeling heeft de oude media ertoe aangezet ook te gaan experimenteren met burgerjournalistiek. Dat varieert van lezerscommentaren op nieuwsartikelen tot websites waar burgers zelf nieuws aandragen. Veel experimenten sneuvelen voordat ze goed en wel zijn begonnen. Zo werden burgerjournalistieke projecten als skoeps.nl en IkopTV eerder dit jaar bij gebrek aan inkomsten opgedoekt. Deuze: „Meestal is de aanpak op redacties nauwelijks doordacht. Ze knallen er een website uit en zijn verbaasd dat het na drie maanden niet werkt.”

Als succesvol initiatief noemt Deuze unieuws.nl, een website waar mensen uit Utrecht hun eigen nieuwsstukjes op publiceren, begeleid door een professionele redactie. Het AD en RTV Utrecht, die de site financieren, nemen er wekelijks stukjes van over voor krant en radio. „Het is heel goed in de regio geplaatst en al een redelijk autonome nieuwsvoorziening”, vindt Deuze.

Toch is het soms nog even wennen aan de manier waarop de burger het nieuws brengt. Op de homepage van unieuws.nl is op een willekeurige ochtend een filmpje te zien van blogger ‘plepje’ die een brandend voertuig filmt en samen met een omstander van commentaar voorziet. „Een paar Marokkanen erbij, dan hebben we helemaal een mooi plaatje”, zegt één van de sprekers.

Traditionele journalistieke codes als objectiviteit, neutraliteit, hoor en wederhoor komen in het handboek van de burgerjournalist meestal niet voor. Ongezouten meningen genieten vaak de voorkeur boven emotionele distantie en een objectieve weergave van feiten. Dat is soms een schop tegen het zere been van de professionele journalistiek. Zo schreef journalist Herbert Blankesteijn in de Volkskrant: „Wat is dat voor journalistiek, als de auteurs alles willen kunnen roepen over dingen waar ze niets van weten, volgaarne op de man spelen, maar zichzelf verschuilen achter puberale pseudoniemen?”

Eén van de scherpste criticasters van burgerjournalistiek is de Britse Amerikaan Andrew Keen. In zijn boek The Cult of the Amateur (in het Nederlands vertaald als De @-cultuur) veegt hij de vloer aan met bloggende burgers. Burgerjournalisten zijn amateurs die de ervaring en expertise van de professionele journalist ontberen, zegt Keen. Ze checken geen feiten en missen journalistieke objectiviteit. Daardoor is hun informatie onbetrouwbaar en hun mening te eenzijdig. „Amateurjournalistiek trivialiseert en corrumpeert het serieuze debat”, schrijft Keen. „Het is de degeneratie van de democratie tot een bewind van de meute en de geruchtenmolen.”

Hoogleraar Mark Deuze geeft hem voor een deel gelijk. „Je ziet in de maatschappij dat het respect voor en vertrouwen in de expert enorm aan het afnemen zijn. We denken allemaal dat de journalistiek de linkse kerk is, de staat allemaal achterkamertjespolitiek en het bedrijfsleven corrupt. Men vindt het allemaal maar elitair. De vraag is alleen of het ene systeem door het andere vervangen wordt, dus of de amateurs de rol van de expert gaan overnemen. Ik zie daar helemaal geen bewijzen voor. De expert zal gewoon harder moeten werken en op een andere manier aan de slag moeten om gehoord te worden.”

Thomas Bruning, algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), kan zich wel vinden in de kritiek van Keen. Hij citeert een retorische vraag van internet-goeroe Jonathan Zittrain. Burgerjournalistiek is leuk, zei deze, maar het is net als met een operatie: zou u zich laten opereren door een burgerchirurg? „Je kunt met alle respect niet meer dan half werk van burgerjournalisten verwachten, want ze kunnen er ook maar half werk insteken. Als jij goed bent in timmeren of autoracen wil dat nog niet zeggen dat je dat ook leesbaar kan overbrengen. Die vertaalslag moeten professionele journalisten maken. Ik ben minder somber dan Keen. Ik denk dat kwaliteit uiteindelijk overwint.”

Soms komen burgers met primeurs. Zo kwam de presidentiële campagne van Barack Obama dit jaar op losse schroeven te staan door toedoen van een Amerikaanse amateurblogger. Deze plaatste een terloops opgevangen uitspraak van Obama op haar weblog, waarin hij refereerde aan verarmde, werkloze Amerikanen die hun frustraties botvieren middels immigrantenhaat, wapenbezit en religie. De uitspraak leidde tot een nationale mediarel.

Time Magazine zette de Cubaanse blogger Yoani Sanchez dit jaar op de lijst van ’s werelds honderd meest invloedrijke personen. Haar weblog, dat door de mazen van de overheidscensuur heenglipte, toont de wereld het schrijnende bestaan in een communistische dictatuur. En in Zuid-Korea heeft de nieuwssite Oh My News maar liefst 60.000 actieve burgerjournalisten weten te werven. Met meer dan 150 artikelen per dag, merendeels geschreven door burgers, is de site de vijfde nieuwsbron van het land.

In Nederland zijn gevallen waar een burgerjournalistiek weblog tot landelijke commotie leidt zeldzaam. In juni vorig jaar kwam het groepsblog Sargasso.nl via een anonieme tip met een scoop dat de PvdA tegen het EU-referendum zou stemmen. Hoewel het nieuws drie maanden later werd bewaarheid, namen de traditionele media het gerucht niet serieus.

Eind vorig jaar zette een groep krakers de burgerjournalistiek in om beschuldigingen van de politie te ontzenuwen. Agenten zouden bij de ontruiming van een kraakpand op een ‘levensbedreigende boobytrap’ zijn gestuit, zo berichtte De Telegraaf. Als reactie op het artikel plaatsen de krakers foto’s op een weblog waaruit moest blijken dat het slechts om een onschuldige val ging en dat de politie had gelogen. Dit verhaal haalde wel de landelijke pers.

Toch zijn burgerjournalistieke hoogstandjes in ons land eerder uitzondering dan regel. Theo van Stegeren, programmamanager journalistiek en media aan de Universiteit van Amsterdam en hoofdredacteur van het journalistenblog De Nieuwe Reporter, deed recentelijk onderzoek naar de kwaliteit van Nederlandse weblogs. Zijn conclusie is somber. „Wat me opvalt is dat die bloggerswereld in Nederland niet vooruit gaat. Een aantal bloggers doet erg hun best om met serieuze informatie te komen en kiest ook een journalistieke aanpak. Maar dat aantal groeit niet zo sterk.”

Volgens Van Stegeren is een dosis idealisme onontbeerlijk om een kwalitatief hoogwaardige weblog te onderhouden. Daaraan ontbreekt het de Nederlandse blogger vaak, constateert hij. „De teneur op weblogs als GeenStijl is meer om idealistische ontwikkelingen en initiatieven af te breken en van cynisch commentaar te voorzien dan om zelf met een uit idealisme geboren idee op de proppen te komen.” Typisch Nederlands? „Voor een deel wel, ja. Misschien leven we ook wel in de verkeerde tijd. Je ziet dat mensen die in de jaren tachtig uit idealisme hun nek uitstaken nu keihard worden aangevallen. Men begrijpt niet goed wat dat idealisme behelsde en waarom dat zo belangrijk was.”

Carl Königel is oprichter van het weblog Sargasso.nl, dat door Van Stegeren wordt genoemd als voorbeeld van hoe het wel zou moeten. Op Sargasso geeft een groep toegewijde bloggers commentaar op nieuws en actualiteiten en schrijft daarnaast ook eigen artikelen. Alles op vrijwillige basis. Königel heeft zelf een baan bij een grote internationale natuurorganisatie en blogt in de avonduren. Overdag checkt hij de site regelmatig. „Eigenlijk ben ik er 24 uur per dag mee bezig, behalve als ik slaap.” Königel blogt vooral om zijn mening „het internet op te slingeren”. Maar er zit ook een idealistische drive achter. „Het is mijn doel om met Sargasso iets toe te voegen aan het nieuws. Enerzijds om je eigen interpretatie mee te geven en anderzijds om de feiten eruit te pikken die naar mijn mening in de kranten en de journaals onderbelicht blijven.”

Als voorbeeld noemt hij een actie van Stefan Ockhuizen, één van zijn vaste bloggers die op het weblog de hele Europese grondwet doorspitte en van commentaar voorzag. „Dat waren 85 afleveringen. Je zou denken dat dat vreselijk droge kost is die niemand leest, maar na iedere aflevering was er een levendige discussie. Mensen hebben gezegd dat ze hun oordeel bij het referendum mede hebben laten bepalen door wat ze op Sargasso hadden gelezen. In die zin oefen je toch wel invloed uit.” Toch zou hij zichzelf geen journalist willen noemen. „Ik weet dat daar ook wat meer bij komt kijken, zoals hoor en wederhoor. Soms check ik feiten, maar vaak gebruik je bronnen waarvan je mag aannemen dat zij zelf goed checken. We zouden ook niet kunnen bestaan zonder de kranten, de persbureaus en het journaal.”

De kritiek van Andrew Keen op de amateurjournalistiek noemt Königel gechargeerd. „Het spectrum van blogs is zo breed, daar zitten genoeg deskundigen en experts tussen. Natuurlijk wordt er ook veel bagger gepubliceerd en heeft iedere gek binnen twee minuten zijn eigen zeepkist. Maar mensen worden ook veel kritischer over wat ze op internet lezen. Hoewel, als ik soms zie hoe GeenStijl de feiten verdraait – daar gaan hun lezers gewoon kritiekloos in mee. Je normen en waarden worden wel opgerekt.”