'Dierenwelzijn gaat voor mij boven alles'

Frank Kemperman is sinds kort voorzitter van een commissie die de dressuur moet hervormen. „Als de dopingtrend doorzet, gaat de sport ten onder.”

Wat ik met paarden heb? Frank Kemperman gaat er eens goed voor zitten. De grote baas van paardensportevenement CHIO in Aken rolt de vraag over zijn tong als een goede wijn. Hij kijkt uit het raam van zijn imposante kantoor. „Een paard is voor mij iets heel bijzonders”, zegt hij ten slotte. „Het contact met zo’n levend wezen. Ik kan het moeilijk uitleggen. Maar ik heb het als twaalfjarig jongetje voor het eerst ervaren, en het heeft mij nooit meer losgelaten.”

Als jongetje van twaalf stapte de nu 53-jarige Kemperman voor het eerst een manege binnen. In zijn geboortedorp Berg en Dal, bij Nijmegen. Zijn moeder was niet lang daarvoor overleden, en waarschijnlijk zocht hij een plek om zijn verdriet te verwerken. „Ik heb heel wat stallen geveegd om paard te mogen rijden”, zegt hij met een licht Duits accent. „Dat er geen olympisch kampioen in mij school was snel duidelijk. Maar ik voorvoelde dat de paardensport mij veel andere dingen zou bieden.”

Bij springpaardenstal Zangersheide van Leon Melchior leerde Kemperman het vak van paardenmanager. Hij was net twintig, maar reisde samen met diens topruiters alle concoursen af. „Op een gegeven moment ontdekte ik dat concoursen georganiseerd worden door zakenmensen die de paardensport er in hun vrije tijd naast doen. Niemand wist precies hoe je ruiters, vakjuryleden en concoursbouwers moest aantrekken. Vanaf dat moment noemde ik mijzelf sportdirecteur – en diende zich de ene na de andere klus aan.”

Een paar decennia later is Kemperman een van de meest invloedrijke organisatoren in de mondiale paardensport. Bij het CHIO in Aken, waarvan hij sinds zijn aanstelling in 1993 een druk bezocht en gerenommeerd hippisch evenement maakte, wordt hij op handen gedragen. En ook bij Indoor Brabant, waarvoor hij sinds 2002 het sportprogramma verzorgt, is hij een graag geziene gast. In die zin kwam zijn benoeming tot voorzitter van de Dressage Task Force, een week geleden, niet als een verrassing.

Maar er klinkt ook kritiek. Als springpaardenliefhebber zou Kemperman niet de meest aangewezen persoon zijn om de dressuurtak van de internationale hippische federatie FEI te hervormen – een proces dat met het (gedwongen) aftreden van de dressuurcommissie aan urgentie heeft gewonnen. Er wordt zelfs gefluisterd dat hij een hekel heeft aan de ietwat oubollige en trage paardensportdiscipline. „Ik kijk liever naar groeiend gras”, zou hij zich ooit hebben laten ontvallen.

Kloppen de geruchten?

Kemperman gniffelt. „Het klopt inderdaad dat ik dressuur in het begin dodelijk saai vond. Maar naarmate ik langer in het vak zit, ben ik de sport steeds meer gaan waarderen. Toen wij twee jaar geleden in Aken de wereldkampioenschappen organiseerden, was ik genoodzaakt mij in allerleidisciplines te verdiepen: van dressuur tot vierspannen, military en voltige. Van springidioot werd ik in één klap allrounder.”

Was u verbaasd toen ze u vroegen de hervorming van de dressuur gestalte te geven?

„Jein, zeggen ze hier in Duitsland: ja en nee. Bij de FEI sta ik bekend als een kritisch lid van het Springcomité. Ik doe vaak mijn mond open tijdens vergaderingen, maar denk wel eerst goed na voor ik iets zeg. In de dressuurwereld geld ik als een relatieve outsider, maar dat heeft mijns inziens ook zijn voordelen. Waar anderen zich op de details richten, kijk ik naar de grote lijnen. Hoe moet de dressuursport er over een jaar uitzien? Hoe kijkt de buitenwereld er tegenaan? Vakidioten zien dat soort vragen vaak over het hoofd. Ze willen alleen maar rijden, rijden, rijden. Ik zeg: neem af en toe ook afstand van de sport en verplaats je in een ander. Je kunt wel allerlei leuke dingen bedenken, maar als er geen kip komt kijken, doe je iets verkeerd.”

De onlangs afgetreden dressuurcommissie stond bekend als eenzelvig en weinig flexibel. Geen reclame voor de sport.

„Van de week las ik ergens dat ik mij in een wespennest heb gestoken. Zo erg is het volgens mij niet. Maar ik geef toe dat het wel rumoerig is geweest. Duitsland heeft jarenlang alles gewonnen in de dressuur. Bij ieder concours stond de uitslag van tevoren vast. Met de komst van Anky van Grunsven hebben de Duitsers er een stevige concurrent bij gekregen. Daardoor werd de burenrivaliteit nieuw leven in geblazen. Sommige Duitse media, zoals het paardensportblad St. George, hebben er een handje van om af te geven op alles wat Nederlands is. En sommige Nederlanders laten dat niet over hun kant gaan. Door al die emoties werd de druk op een gegeven moment erg opgevoerd.”

FEI-voorzitter Haya beschuldigde de dressuurcommissie van partijdigheid bij de Olympische Spelen in Hongkong. Daarmee voegde zij een nieuw hoofdstuk toe aan de discussie over jurering.

„Voor veel mensen in de paardensportwereld is de jurering een heikel punt. Voor een deel kan ik daarin meegaan, want het proces is tamelijk ondoorzichtig en zo nu en dan worden er ook fouten gemaakt. Als taskforce zullen wij ons de komende maanden goed laten informeren door juryleden bij andere sporten. Hoe doen ze het bij het kunstschaatsen, het schoonspringen en het turnen? Wat kunnen wij daar als paardensport van leren? Laatst stuitte ik tijdens het zappen op een snowboardevenement. Daar geven vijf juryleden punten en worden de laagste twee weggestreept. Interessant, denk ik dan. Dat nemen we mee in onze beraadslagingen.”

Misschien wordt het tijd om een elektronisch hulpmiddel in te voeren, zoals bij het tennis. Bent u in één klap van alle gezeur af.

„Ik kan mij nog goed mijn eerste bezoek aan Roland Garros herinneren. Daar kreeg ik, tijdens een rondleiding door de catacomben, honderd nieuwe ideeën. Van borden met prijswinnaars tot videoschermen waarop optredens worden herhaald en spelers worden geïnterviewd. Maar of Hawk Eye bij de paardensport past? Ik durf het in dit stadium niet te zeggen.”

Bij de Olympische Spelen in Hongkong kreeg de paardensport ook met dopinggevallen te maken. Beschouwt u dat als een trend of incident?

„Doping is een reëel gevaar. Als die trend doorzet, bestaat de sport over een paar jaar niet meer. Het feit dat wij hier in Aken brieven krijgen van paardensportliefhebbers die hun toegangskaarten terugsturen omdat zij vinden dat de sport bevuild wordt, beschouw ik als een teken aan de wand. Natuurlijk, gedegen jurering is belangrijk. Maar het probleem valt in het niet vergeleken bij het welzijn van de paarden. Aan de ene kant vind ik dat je een paard moet kunnen behandelen als een topsporter. Dus niet zeuren over doping als je restjes aspirine terugvindt bij een controle zoveel weken na dato. Maar échte zondaars moeten wat mij betreft een jaar of twee aan de kant worden gezet. Belangrijk is dat er duidelijkheid komt over wat wel en niet mag. Wat dat betreft ben ik blij dat het [wereldantidopingbureau] WADA zich onlangs bereid heeft verklaard om een aparte regeling voor de paardensport te ontwikkelen. Zoiets is tegenwoordig onontbeerlijk.”

Toen Kemperman vijftien jaar geleden in Aken werd aangesteld, moesten de twintig werknemers van het hippisch concours flink slikken. Zijn voorganger, een Duitse legerofficier, hield er een befehl ist befehl-mentaliteit op na. En opeens was daar die Nederlander die hamerde op eigen verantwoordelijkheid en initiatief. Lachend: „Ik kan mij nog goed herinneren dat er een keer een vrachtwagen voor de deur stond met twintig dozen papier. Dus ik loop naar buiten om een handje te helpen – voor mij de normaalste zaak van de wereld. Maar mijn ondergeschikten – want zo zien zij dat – konden hun ogen niet geloven. De Direktor die zijn handen uit de mouwen stak. Dat was nog nooit vertoond!”

Heeft u nooit last van de burenrivaliteit waar u het eerder over had?

„Integendeel, ik vind het juist aantrekkelijk. Als er gevoetbald wordt tussen Duitsland en Nederland, ga ik met een oranje stropdas naar mijn werk. Een beetje provoceren, daar houd ik wel van.”

Kijkt u met een oranje hart of een zwart-rood-geel hart naar de paardensport?

„Ik ben van huis uit oranje. Tijdens de Olympische Spelen in Sydney [waar Kemperman in 2000 in de organisatie werkte] was ik zeer geroerd toen Anky goud won. Maar tegenwoordig kijk ik vooral naar de personen. De ene ruiter gun ik meer dan de andere. Ik noem geen namen, maar er zijn Duitse ruiters die ik liever zie winnen dan bepaalde Nederlanders. Ik kijk naar de mens, hoe hij of zij met de paardensport omgaat. Als mij wordt gevraagd waar ik vandaan kom, zeg ik: Europa. Dat past mij het beste.”