De lichte wereld van een alleskunner

Tentoonstelling Kees Scherer: Fotografische verkenningen t/m 18/1 Foam, Keizersgracht 609, Amsterdam. Open: dagelijks 10 tot 18 (don en vrij tot 21), 1/1 gesloten. Informatie: 020-5516500 of foam.nl; Boek: Beeldverhalen van een straatfotograaf, 1948-1967 (De Verbeelding.) ***

Kees Scherer (1920-1993) is een typische vertegenwoordiger van de naoorlogse generatie fotografische ‘alleskunners’. Hij zag de nieuwswaarde van een te water geraakte student, of kinderen die zich warmen aan zomerse stoeptegels. Hij kon reportages maken over dramatische gebeurtenissen als de Watersnoodramp (1953) en de Hongaarse opstand (1956). Hij beheerste het portret en het stadstafereel en kon ook met het landschap overweg. Scherer had oog voor de kleine momenten in het dagelijks leven, zoals de schaduw van twee schilders als vlekken op hun pas geschilderde muur, of de onwaarschijnlijk lange rij mannen voor een openbaar toilet.

Het waren bruikbare vaardigheden voor kranten als Het Vrije Volk en het Algemeen Handelsblad. Maar bovenal lieten ze zich goed combineren met de reisfotografie. Die reisfoto’s uit Frankrijk en Italië, Engeland en Amerika, Spanje en Portugal publiceerde Scherer in de jaren vijftig en zestig in bladen als Margriet en Avenue, en in eveneens typisch naoorlogse ‘landenboekjes’. Ze vormden de grondslag van een reputatie die hij in de jaren zeventig verder zou uitbouwen met een reeks boeken over Nederlandse steden en provincies. Gek is het dus niet dat in de tentoonstelling die museum Foam in Amsterdam momenteel aan Scherer wijdt, de reisfotografie centraal staat.

„Wereldverkennend fotojournalist” wordt Scherer door Foam genoemd. Die woorden zijn eigenlijk iets te groot. Ze passen meer bij de geografie van zijn foto’s dan bij de aard ervan. Want zoals veel van zijn generatiegenoten had ook Scherer een ietwat eenzijdige blik. Ook hij keek bij voorkeur naar de blijmoedige en vredelievende kanten van het bestaan; niet onbegrijpelijk na de donkere jaren van crisis en bezetting.

Een politieman die met paard en al uitglijdt over Amsterdamse straatkeien, enkele stakers in New York; veel meer dissonanten zijn er niet in Scherers zonnige universum dat bestaat uit Italiaanse straten vol druk gesticulerende mannen en Engelse vol bolhoeden, waarin de grootste reclameborden in Amerika staan en er in Parijs zelfs wel eens een naakte danseres in een kleedkamer te betrappen valt. Het is lichtvoetig en herkenbaar werk, nergens confronterend en altijd gefotografeerd van decente afstand. Zelfs toen het gemaakt werd was het al een beetje clichématig. Maar desalniettemin: vakkundig en mede door zijn beheersing van tegen- en strijklicht, telkens in precies de juiste stemming neergezet.

„Beknopte overzichtstentoonstelling” noemt Foam de presentatie en dat is net als de typering van de fotograaf wat overdreven. Scherers nieuwsreportages ontbreken, evenals zijn kleurenfotografie en beelden uit zijn latere ‘Hollandse’ boekenreeks. Ook uit zijn laatste boek, over de voormalige Zuiderzee, is geen foto in de expositie terug te vinden.

Dat boek stamt uit 1985. Op de dag dat het verscheen kreeg Scherer een hersenbloeding die hem de laatste acht jaar van zijn leven schrijven, spreken en fotograferen onmogelijk zou maken. Zijn archief heeft hij derhalve nooit helemaal op orde kunnen brengen. Om die reden ook moeten zijn foto’s het doen zonder gedetailleerde bijschriften. Plaats- en tijdsaanduidingen kennen de nodige slagen om de arm. Maar ook zonder aanvullende details laten zijn foto’s zich eenvoudig plaatsen en duiden. Welbeschouwd pleit dat voor Scherers vakmanschap.