De horeca is rookvrij, omdat meeroken schaadt

Henri Beunders stelt dat het rookverbod „een uiting is van wraakzucht en morele paniek” (Opinie & Debat, 22 november). Rokers voelen zich bedreigd „door een minderheid die het heil en welzijn van de meerderheid zou bedreigen”.

Er is echter geen sprake van vermeende, maar van werkelijke dreiging. De rokende minderheid brengt namelijk niet alleen zichzelf gezondheidsschade toe, maar ook zijn omgeving. Althans, wanneer zij laat meeroken. Stellen dat de niet-roker de roker lastigvalt, is dan ook de wereld op zijn kop zetten.

Al sinds de jaren 70 is bekend dat meeroken leidt tot onder andere longkanker, beroertes, hartinfarcten en COPD. De Gezondheidsraad concludeert, op basis van internationaal onderzoek, dat meeroken onder meer leidt tot een 20 procent hogere kans op longkanker, 20-30 procent meer kans op hartaandoeningen en tot kinderen met lager gewicht en een geringere lengte bij geboorte bij moeders die meeroken. Waar rookverboden werden ingevoerd, leidde dit recent nog tot een dramatische daling van het aantal opnames wegens hartinfarcten (Italië: 11 procent, Schotland: 17 procent ).

Geschat wordt dat in Nederland, tussen twee- en drieduizend mensen per jaar overlijden als gevolg van meeroken. De Gezondheidsraad concludeert dat deze gezondheidsschade eenvoudig kan worden voorkomen door blootstelling aan tabaksrook te vermijden. Dit signaal is door politiek en maatschappij terecht opgepakt. Niet wraakzucht of morele paniek, maar inzicht in de schade door meeroken heeft dus uiteindelijk geleid tot rookvrij openbaar vervoer en rookvrije openbare gebouwen en werkplek. Het is dan ook een ernstige omissie dat het rapport van de Gezondheidsraad in de bij het artikel geplaatste chronologie ontbreekt. Eigenlijk zouden we niet de vraag moeten stellen waarom nu, maar waarom nu pas in Nederland de horeca rookvrij is.

Ton Hanselaar

Directeur KWF Kankerbestrijding

Hans Stam

Directeur Nederlandse Hartstichting

Michael Rutgers

Directeur Astma Fonds