Daling huizenprijzen is wel degelijk een probleem

Manuel Aalbers schrijft dat de daling van de huizenprijs noch voor huizenbezitters, noch voor huizenkopers een groot probleem is (Opiniepagina, 18 november). Sterker nog, hij stelt: ”als de bezitter van een huis blijft zitten waar hij zit, is er niets aan de hand.” Deze uitspraak getuigt van weinig inzicht in hypothecaire kredietverstrekking door banken.

Het hypotheekrecht biedt de bank bescherming voor het geval haar klant de lening niet terugbetaalt. De bank mag het huis dan executeren (veilingverkoop). Uit de opbrengst kan de lening worden terugbetaald, mits de woning voldoende oplevert. Zolang de lening lager is dan de executiewaarde van de woning, zit de bank in principe safe. Bij een daling van de huizenprijs neemt het risico voor de bank dus toe. In de hypotheekvoorwaarden is meestal bepaald dat de huizenbezitter verplicht is de bank extra zekerheid te geven wanneer de executiewaarde van het huis onder een bepaald niveau zakt. Lukt dat niet, dan wordt de lening opeisbaar en mag de bank de woning executeren. De meeste particuliere huizenbezitters kunnen de bank echter geen extra zekerheid bieden. Hun gehele vermogen zit in hun woning. Voor hen is de daling van de huizenprijs dus een probleem. Dit geldt met name voor huizenbezitters met een tophypotheek (waarbij de lening vaak hoger is dan de executiewaarde). Bij hen zal de bank als eerste aankloppen, zeker als ze blijven zitten waar ze zitten.