Buitengewest Nederland

Minister Verhagen van Buitenlandse Zaken was deze week in Marokko. Volgens hem zijn Marokkaanse Nederlanders Nederlander. De Marokkaanse overheid ziet ze liever als Nederlandse Marokkanen.

Op 24 maart 2007 reed Fouad El Haji mee met een kennis naar Amsterdam. Nog geen jaar geleden was hij gekozen voor de PvdA in de Rotterdamse gemeenteraad; nu was hem gevraagd mee te gaan naar een bijeenkomst in jongerencentrum Argan aan de Amsterdamse Overtoom. Daar zou een vergadering zijn over een initiatief van de Marokkaanse koning Mohammed VI: ‘De raad van de Marokkaanse gemeenschap in het buitenland’.

Wie de man achter het stuur was, wil El Haji niet zeggen. Wel wil hij vertellen wat de man tegen hem zei. „Ik werd gepolst of ik zitting wilde nemen in de Adviesraad. Je bent een ideale kandidaat, zei de man: je bent hoog opgeleid, je spreekt goed Nederlands. Je bent een aansprekende figuur voor zowel Nederlanders als Marokkanen.”

El Haji: „Als je dit doet, zo kreeg ik te horen, hoef je je nooit meer zorgen te maken over je carrière. Voorwaarde was wel dat ik me niet al te kritisch zou uitlaten over Marokko.” Hij bedankte.

Medio september van dit jaar was El Haji gast in de talkshow Pauw & Witteman. Het Rotterdamse raadslid was uitgenodigd om te praten over de ‘spionage-affaire’ rondom een Rotterdamse politieagent van Marokkaanse afkomst. De brigadier was ontslagen omdat hij informatie zou hebben doorgespeeld aan de Marokkaanse geheime dienst. El Haji vertelde dat hij wist dat politici en bestuurders werden gerekruteerd door de Marokkaanse overheid. Later zou hij de naam van het voormalige SP-Kamerlid Ali Lazrak noemen. Lazrak ontkende in alle toonaarden en dreigde met juridische stappen.

Fouad el Haji houdt vast aan zijn verhaal. Het gaat hem niet om de de persoon van Lazrak, zegt hij. „Het gaat om de manier waarop de Marokkaanse overheid op slinkse wijze controle probeert te houden over ruim drie miljoen Marokkanen in Europa.”

Wat El Haji betreft valt de Adviesraad voor de Marokkaanse gemeenschap in het buitenland daar ook onder. Volgende week zal de Conseil de la Communauté Marocaine à l’étranger CCME, zich in Nederland presenteren. Maar de afgelopen weken is er al volop discussie geweest binnen de Marokkaanse gemeenschap over de ‘lange arm’ van de Marokkaanse koning in Rabat. Critici willen niets met de Marokkaanse regering te maken hebben. Voorstanders van de Adviesraad zijn woedend dat de relatie met het land van herkomst ineens ‘verdacht’ is geworden. Tussen voor- en tegenstanders gaapt een diepe kloof.

„Mensen willen niet inzien dat Marokko is veranderd”, zegt Abdou Menhebi, die door Marokko in de Raad is benoemd. „Zolang de bemoeienis blijft”, zegt El Haji, „zal de weerstand alleen maar toenemen.”

Afgelopen maandag stonden ze in Rabat naast elkaar, de Marokkaanse minister van Buitenlandse Zaken Taïb Fassi Fihri en de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen.

Verhagen had duidelijke instructies meegekregen van de Tweede Kamer. Op 30 oktober was er een spoeddebat geweest waarin de rol van de Marokkaanse overheid centraal stond. Op de ‘spionage’-affaire was een tweede rel gevolgd: tientallen Marokkaanse imams, zo waarschuwde de organisatie Samenwerkende Marokkanen Nederland (SMN), waren door Rabat naar Marokko geroepen, waar ze instructies zouden hebben ontvangen.

De Kamerleden waren zeer verbolgen. Volgens de Tweede Kamer moest minister Verhagen de Marokkaanse overheid nu maar eens duidelijk maken dat het afgelopen moest zijn met de inmenging in Nederlandse aangelegenheden. „Het is duidelijk dat Marokko op geen enkele manier iets te zeggen heeft over Nederlandse burgers”, had Verhagen daarom ferm tegen het NOS-Journaal gezegd.

Volgens Den Haag had Marokko dat goed in zijn oren geknoopt. „Marokko zal integratie in Nederland niet belemmeren”, meldde Buitenlandse Zaken de volgende dag in een persbericht „Nederland en Marokko delen de mening dat Nederlanders van Marokkaanse afkomst in de Nederlandse maatschappij dienen te integreren.”

Daar waren Marokko en Nederland het dus over eens. „Nederlanders van Marokkaanse afkomst zijn eerst en vooral Nederlander”, zei Verhagen op de persconferentie.

Maar zijn ze ook nog Marokkaan?

Daarover bereikte minister Verhagen deze week geen overeenstemming in Rabat. Sterker nog: als het aan Rabat ligt, worden de relaties met de Marokkanen overzee de komende jaren verder uitgebouwd. Want alleen al vanwege het geld wil Marokko nauwe banden blijven onderhouden met de ‘Marokkanen in het buitenland’ (Marocains résidents à l’étranger, MRE’s, red). Immigranten van de eerste generatie moeten vooral doorgaan met geld overmaken; jonge Marokkaanse Nederlanders moeten worden aangemoedigd om te investeren in het land van hun ouders en grootouders. Één ding moeten de MRE’s niet doen: radicale islamitische ideeën exporteren naar de Maghreb.

De Amsterdamse stadsdeelbestuurder Fouad Sidali was net voorzitter van het Samenwerkingsverband van Marokkanen in Nederland (SMN) geworden toen hij een invitatie kreeg van het Marokkaanse ministerie van Binnenlandse Zaken. „Ik kreeg een mailtje”, vertelt Sidali: „Er kon een vliegticket en een hotel voor mij worden geboekt.’’

Elk jaar krijgen een stuk of tien Marokkaanse Nederlanders een uitnodiging van de Marokkaanse koning. Op 30 juli 1999 besteeg Mohammed VI de troon. ‘Kroningsdag’ is een nationale feestdag die met groot ceremonieel wordt gevierd. Wat Marokko betreft, horen ’s konings onderdanen in het buitenland daar ook bij – vooral diegenen die ‘geslaagd’ zijn in Europa.

Sidali aarzelde of hij zou gaan. Kon hij als bestuurlid van een Nederlandse stichting zich laten fêteren door de Marokkaanse overheid? Hij ging. Maar voor de zekerheid betaalde hij zelf voor het vliegtuig en het hotel.

„Ik werd met alle egards ontvangen”, zegt hij. „Na het defilé was er een programma van twee dagen, waarin Marokkanen uit heel Europa in groepjes met elkaar discussieerden over de relatie met Marokko. Laten we de band sterk houden, zei men subtiel.”

De band met het moederland is in veel opzichten een persoonlijke band met de koning. Koning Mohammed VI is niet alleen staatshoofd en regeringsleider, hij is ook de ‘emir van de gelovigen’. „De band tussen de aanvoerder en de gelovige kan niet zomaar worden verbroken”, vertelt Saïd Bouddouft, directeur van het centrum voor maatschappelijke ontwikkeling Meander en oud-voorzitter van SMN. De discussie over de dubbele nationaliteit en het Marokkaanse paspoort gaat daarom over meer dan ‘burgerschap’. „Als je iemand zijn paspoort ontneemt”, zegt Bouddouft, „dan betekent dat óók dat je hem uit de ummah, de islamitische geloofsgemeenschap zet.”

Marokkaanse ministers stellen de band tussen de koning en zijn onderdanen overzee liever niet ter discussie. In 2005 reisde toenmalig minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie Rita Verdonk (TON, destijds nog VVD) naar Marokko om het mogelijk te maken voor Marokkaanse Nederlanders om hun Marokkaanse nationaliteit op te geven. „Ze kwam terug met de mededeling dat de Marokkaanse regering ging helpen met de problemen van Marokkaanse jongeren in Nederland”, lacht Saïd Bouddouft. „Méér Marokkaanse inmenging dus, in plaats van minder.” Het Nederlandse wetsvoorstel om de dubbele nationaliteit te beperken leidde vorig jaar in Marokko tot een storm van verontwaardiging.

Het is aan de koning om de sacrale band met zijn onderdanen te verbreken. Critici van het dictatoriale regime van Hassan II kregen in de jaren zeventig en tachtig geen paspoort meer uitgereikt. Het overkwam de marxistische activist Abdoe Menebhi, één van de oprichters van het Komité Marokkaanse Arbeiders in Nederland (KMAN), in 1975 en het latere Kamerlid Mohammed Rabbae. Met hun Nederlandse paspoort kwamen ze Marokko niet meer in: ze waren ‘uitgestoten’. Pas in 1994 kondigde Hassan II amnestie af voor alle bannelingen. Acteur Mahjoub Ben Moussa (de autoritaire vader in de komedie Shouf, Shouf, Habibi!) ging pas voor het eerst terug in 1999: „Toen de koning eindelijk dood was.”

De ‘vrienden’ van de Marokkaanse gastarbeiders kwamen ’s avonds aan de deur. De ‘Amicales’ kwamen controleren of ze het portret van Hassan II netjes hadden opgehangen in het pension. Ze vertelden dat er niet mocht worden gestaakt. En ze waarschuwden dat kritiek op Marokko wel eens vervelende gevolgen kon hebben.

De Amicales (Amicales des Travailleurs et commerçants Marocains à l’Étranger) waren begin jaren zeventig opgericht door de Marokkaanse regering. Officieel zagen de Amicales-verenigingen toe op het ‘sociale en culturele welzijn’ van de Marokkanen. In werkelijkheid waren het mantelorganisaties van de koning, die de Marokkanen in Nederland in het gareel moesten houden. Geweld werd niet geschuwd. Activist Abdou Menebhi werd drie keer mishandeld door Amicales. „Ik belandde in het ziekenhuis met zo’n scheur in mijn hoofd. Daarna werd mijn familie geïntimideerd.”

In 1969 had Nederland een verdrag met Marokko gesloten, dat de komst van de eerste gastarbeiders mogelijk maakte. Het regime van Hassan II had een eenvoudige visie op de rol van ’s konings onderdanen in den vreemde. De Marocains à l’étranger waren melkkoeien. „Gastarbeid maakte deel uit van de vijfjarenplannen van Marokko”, vertelt Saïd Bouddouft. De voorzieningen die de Nederlandse regering trof om gastarbeiders beter te laten integreren (zoals bijvoorbeeld gezinshereniging) werden door Rabat met wantrouwen aanschouwd. „Men dacht dat Nederland de deviezenstroom naar Marokko wilde indammen”, zegt Bouddouft.

De gastarbeiders moesten wat Marokko betreft vooral niet aarden in Nederland. Bouddouft: „Het enige wat ze moesten doen was werken en slapen. En geld overmaken naar Marokko natuurlijk.”

Al snel was er verzet. In 1975 werd het Komitee Marokkaanse Arbeiders in Nederland (KMAN) opgericht. In 1981 werden de Amicales in Nederland verboden.

Begin jaren negentig kwamen de veranderingen in Marokko zelf. De gevangenen kwamen vrij. De bannelingen mochten terug. Maar de ‘jaren van lood’ waren pas echt voorbij na de troonsbestijging van Mohammed VI, in 1999.

Wat hot is onder jonge Marokkaanse Nederlanders? Een appartementje in booming Tanger, de stad met het beste nachtleven in de Maghreb.

Marokko is een opkomend vakantieland. En jonge Marokkanen gaan er niet alleen graag op vakantie, ze investeren ook in de appartementencomplexen die overal worden gebouwd.

Onder het bewind van de nieuwe Mohammed VI kwam de ontwikkeling van Marokko in een stroomversnelling.

De nieuwe koning riep een waarheidscommissie in het leven. In 2005 kwam de ‘Commissie voor gelijkheid en verzoening’ met een groot aantal aanbevelingen. Een aantal had betrekking op de Marokkanen overzee. Aan de zieltogende Amicales moest een eind worden gemaakt, zo adviseerde de commissie. Er moest een nieuw debat komen over de relaties tussen de Marokkaanse diaspora en de overheid.

„De Marokkaanse regering realiseerde zich dat men niet op de oude voet kon doorgaan”, zegt Abdou Menebhi.

„Er is sprake van een enorm charmeoffensief van de Marokkaanse overheid jegens zijn immigranten”, zegt Paolo de Mas, directeur van het Nederlands Instituut in Marokko (NIMAR). „Maar het is absoluut niet de bedoeling om mensen onder druk te zetten.”

„Het beleid is anders geworden”, zegt Saïd Bouddouft. „Maar de doelstellingen zijn nog steeds dezelfde.” Het Marokko onder Mohammed VI is juist erg vóór integratie, zegt Bouddouft: „Als Marokkanen beter integreren, verdienen ze meer geld. Bovendien kunnen ze de belangen van Marokko behartigen. Mohammed VI heeft gezegd: de migranten zijn onze ambassadeurs.”

In een artikel in Justitiële Verkenningen, het blad van het Wetenschappelijk Onderzoeks en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie, omschreef Bouddouft in 2001 de pogingen van de Marokkaanse regering om grip te krijgen op de nieuwe generatie succesvolle Marokkanen.

De netwerkorganisatie TANS (Towards a new Start) werd in de jaren negentig in Amsterdam opgericht door Marokkaanse studenten. „De nieuwe generatie had er genoeg van dat er twee mogelijkheden waren: vóór of tégen Marokko”, zegt Bouddouft. „De studenten zeiden: wij zijn Nederlands. Dat vond ik een goede gedachte.”

Maar volgens Bouddouft zag ook de Marokkaanse ambassade in Den Haag potentieel. Via TANS kon de ambassade in contact komen met sleutelfiguren van de toekomst. Chique galadiners van TANS werden gefrequenteerd door de Marokkaanse consul, en gesponsord door Royal Air Maroc. „TANS werd een club die de Marokkaanse regering ging bedienen voor haar programma.”

Typisch een verhaal van de oude garde, vindt zakenman Ahmed Larouz, die één van de oprichters van TANS was. „Zij hebben afstand genomen van Marokko. Wij deden dat niet. Wij hebben de deur open gezet voor iedereen: overheden, sociale instellingen, maar ook het bedrijfsleven.”

Volkomen normaal, zegt Paolo de Mas van het Nederlands Instituut in Rabat: „Dat doet elke ambassade. Als mensen daar niet van gediend zijn, kunnen ze nee zeggen”. Het is het officiële standpunt van de Nederlandse regering: ‘contacten tussen de Marokkaanse Nederlanders en de Marokkaanse overheid dienen plaats te vinden op vrijwillige basis’.

De werkelijkheid is grilliger, zegt de Amsterdamse stadsbestuurder Fouad Sidali. „Er is een vileine manier om mensen te blijven binden aan het het land van herkomst.” Marokko organiseert stages en uitwisselingsprogramma’s voor studenten. Er zijn iftars (ramadanmaaltijden) en zomerkampen. Allemaal prima, zegt Sidali. „Maar als er tijdens het ochtendappèl voor Nederlandse kinderen de Marokkaanse vlag wordt gehesen, heb ik er toch wat problemen mee.”

„Marokko is nog steeds actief bij het werven van informanten”, vertelt Mahjoub Ben Moussa, behalve acteur ook voorzitter van het platform voor buitenlanders in Rotterdam. Sleutelfiguren worden uitgenodigd voor feestjes. „Als je zegt ‘ja ik kom’, betekent dat: ‘ik sta open voor de volgende stap’.”

Volgens de Nederlandse overheid staat het vast dat de de Marokkaanse overheid sinds 1999 is doorgegaan met het beïnvloeden van de Marokkaanse Nederlanders. Rabat is bang voor radicaliserende jongeren uit Nederland, die in Marokko aanslagen zouden kunnen plegen. Sinds 2001 werken Marokko en Nederland samen op het gebied van terreurbestrijding.

Toch probeert de Marokkaanse geheime dienst in Nederland „een eigen netwerk op te bouwen”, zo schreef minister van Binnenlandse Zaken Guusje Ter Horst naar aanleiding van de spionagezaak aan de Tweede Kamer. Volgens de minister heeft de AIVD „signalen ontvangen dat politieke en ambtelijke functionarissen benaderd worden door buitenlandse inlichtingendiensten.” Maar „daadwerkelijke pogingen tot het rekruteren van ambtelijke en/of politieke functionarissen heeft de AIVD in het verleden slechts op zeer beperkte schaal in Nederland geconstateerd”.

Op 8 oktober publiceerde een groep Marokkaanse Nederlanders een verklaring in de Volkskrant. „Wij zijn burgers van Nederland, en keuren elke bemoeienis van de Marokkaanse overheid met ons leven hier af”, schrijven de ondertekenaars van het manifest, onder wie schrijver Mohammed Benzakour. Eén van de ondertekenaars is Saïd Bouddouft. Een andere is het Rotterdamse raadslid Fouad El Haji.

Op 10 november verscheen er een tegenmanifest op het internet. „De band tussen Marokkanen en hun land van herkomst Marokko inspireert heftige en niet altijd onschuldige politieke debatten”, stelt de verklaring. De schrijvers ervan stellen zich te weer tegen „de dominante veronderstelling (...) dat de banden van Marokkanen met het moederland „de integratie in Nederland zouden belemmeren”, en vooral tegen de veronderstelling dat die betrokkenheid „onvrijwillig” zou zijn.

Volgens de auteurs is de Marokkaanse samenleving veranderd. De opstellers van het manifest verkiezen „een positieve houding” boven, „cynisme, negativisme en sektarisme”, zoals leeft „in sommige opportunistische kringen van Nederlanders van Marokkaans afkomst”.

Ali Lazrak is één van de ondertekenaars. Abdou Menebhi, die in de jaren zeventig nog door de handlangers van de koning in elkaar werd geslagen, is er ook één. Volgens het raadslid El Haji heeft Menebhi in een interview voor de Marokkaanse staatsradio een uur lang zitten foeteren op de Nederlandse critici. „Hij noemde ons ‘sektariërs’ en ‘afvalligen’”, vertelt El Haij. Menebhi wil niet op de precieze formuleringen ingaan, maar bevestigt dat hij zich kritisch heeft uitgelaten. „Ik ben het niet eens met de manier waarop zij over Marokko praten.”

Menebhi, directeur van de Amsterdamse welzijnsorganisatie Emcemo, is één van de vier Nederlandse leden van de Adviesraad voor de Marokkaanse gemeenschap in het buitenland, de CCME.

Koning Mohammed VI heeft in 2006 de Raad per koninklijk decreet in het leven geroepen. De raad, zo blijkt uit de tekst van het decreet, moet gaan adviseren over „een nieuwe emigratiepolitiek” van Marokko.

Marokkanen in Europa moeten een stem krijgen in de Marokkaanse politiek, zodat ze een bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van de economie en democratie in Marokko. Maar de nieuwe emigratiepolitiek heeft nog een doel: „Het beschermen van de rechten van deze gemeenschappen in het land van verblijf en hen behoeden voor iedere discriminatie”.

Een van de drijvende krachten achter de oprichting van de raad was het PvdA-Kamerlid Khadija Arib. Nadat ze in 2006 niet werd herkozen voor de Tweede Kamer, werd ze ‘adviseur’ van de werkgroep die de oprichting van de raad moet voorbereiden. In de loop van 2007, nadat ze haar rentree in de Kamer had gemaakt, zou zij veel werk verzetten om de realisatie van de Raad mogelijk te maken. Arib reisde ten minste vier keer naar Marokko om zittingen voor de Raad voor te bereiden. Eén congres, over de positie van de vrouw in Marokko, zat zij zelf voor. In de Tweede Kamer zou de PVV veel ophef maken maken over de nevenfunctie van Arib. De PvdA steunde haar, al werd er wel een ‘intern onderzoek ingesteld’. Volgens de partij bleek alles in orde. Arib heeft haar reizen naar Marokko keurig opgegeven.

Ondertussen heeft de oprichting van de Raad in Europa een loopgravenoorlog ontketend tussen voor- en tegenstanders. Volgens critici zijn de leden van de raad ‘fellow travellers’ van een ondemocratisch en corrupt regime. „Meewerken aan de Raad betekent meewerken aan een programma van de Marokkaanse overheid, die migranten alleen als middel ziet voor de ontwikkeling van Marokko”, zegt Saïd Bouddouft. „Dat moeten wij afwijzen.”

Abdou Menebhi verwerpt de kritiek. „Het Marokko van nu is niet meer het Marokko van twintig jaar geleden”, zegt hij. De voormalige linkse opposant van het regime is ervan overtuigd dat hij een nuttige bijdrage kan leveren. „We hebben altijd strijd gevoerd. Nu moeten we pragmatisch zijn. De situatie is niet ideaal, maar het land is op de goede weg.”

Volgens Menebhi heeft Marokko helemaal geen heimelijke plannen met de migranten overzee. „Eén van onze eisen is nou juist: er moet één beleid komen.” Natuurlijk heeft de Marokkaanse regering „behoeften”. „Die zijn legitiem”, zegt Menebhi. „Maar als de minister van immigratie Ameur de Marokkanen in Europa ‘het zeventiende arrondissement van Marokko’ noemt, dan is dat onzin. Waar bemoeit die man zich mee.”

Volgende week zal de Adviesraad zich presenteren aan de Marokkaanse gemeenschap in Nederland. De CCME houdt bijeenkomsten in Amsterdam, Den Haag en Utrecht. Fouad el Haji verwacht heftige discussie. „Toen de werkgroep in maart 2007 de plannen presenteerde, werd er van tevoren een extra bijeenkomst belegd, om de ergste kritiek weg te nemen.”

Het Tilburgse raadslid Mohammed Azzougarh (PvdA) was bij de officiële bijeenkomst in de Meervaart in Amsterdam, de dag erna. „De voorzitter Driss El-Yazami vroeg aan de zaal: wat kunnen we doen om de band met Marokko in stand te houden? Toen dacht ik: wat is dit?”