Beeld van sjofele allochtoon aan revisie toe

Ondernemers van Turkse en Marokkaanse afkomst zijn steeds belangrijker voor de Nederlandse economie. Hoewel zij verschillend opereren.

De Quote 500 die deze maand verscheen, bevatte een unicum: voor het eerst stond er een Turkse ondernemer op de lijst die een overzicht geeft van vermogend Nederland.

De telecomondernemer Celal Oruç van virtuele provider Ortel kwam binnen op de 395ste plaats, met een geschat vermogen van 71 miljoen euro. Een opmerkelijke prestatie voor een Turkse immigrant die is begonnen met een slagerij. Maar het succes van Oruç bewijst vooral dat het stereotiepe beeld van de sjofele allochtoon hard aan vervanging toe is.

Ondernemers van Turkse en Marokkaanse afkomst raken steeds verder ingeburgerd in de Nederlandse economie. In tien jaar tijd groeide het aantal Turkse ondernemingen van 4.000 naar 15.000. Het aantal Marokkaanse bedrijven steeg die periode van 1.800 naar 7.000. Uit onderzoek van de Kamer van Koophandel blijkt dat vooral de tweede generatie Turken en Marokkanen hoger opgeleid zijn dan de vorige generatie en vaker met een doortimmerd bedrijfsplan werken.

Ook zijn zij vaker aangesloten bij (Turkse en Marokkaanse) ondernemersverenigingen en begeven ze zich meer en meer buiten de traditionele branches van de kleinschalige foodretail en horeca. Toch moet ook die categorie bedrijven niet onderschat worden: een goedlopende buurtsuper zet per maand al gauw 12.000 euro om.

Nu Turkse en Marokkaanse ondernemingen steeds nadrukkelijker aanwezig zijn in het Nederlandse bedrijfsleven, worden de onderlinge verschillen ook steeds duidelijker. Hoewel beide groepen algemeen als ‘nieuwe Nederlanders’ worden aangeduid, zit tussen de twee culturen een wereld van verschil, die zich ook uit in de bedrijfscultuur. Zo blijken Turken, met diverse landelijke ondernemersverenigingen, op organisatorisch gebied voor te liggen op de Marokkanen die slechts één landelijk opererend ondernemersnetwerk hebben (Marokkaans Ondernemers Netwerk).

„De Turken doen het vooralsnog iets beter dan de Marokkanen”, zegt Sedat Çakir, voorzitter van de Stichting Turkse en Marokkaanse Ondernemers. Al sinds 1996 verzamelt Çakir bedrijfstechnische gegevens over beide groepen. Çakir is uitgever van de bedrijvengidsen BusinessMaroc en Webisrehberi. „Marokkaanse ondernemingen zetten gemiddeld 250.000 tot 300.000 euro per jaar om, Turken 400.000 euro.”

Onder de Turken bevinden zich wel meer multinationals en uitschieters als Celal Oruç en Atilay Uslu (de oprichter van de Turkse touroperator Corendon, met een omzet van 110 miljoen euro), die het gemiddelde opkrikken.

Een ander verschil uit zich in de economische interesse van de ondernemers in het land van herkomst. Zowel bij de Turken als de Marokkanen is de sociaal-culturele binding met het moederland sterk, maar bij Marokkanen lijkt deze band het zakelijk gedrag meer te beïnvloeden. Het aantal hoog opgeleide, succesvolle Marokkanen in Nederland neemt toe, en juist onder deze groep borrelt het van investeringsinitiatieven.

Projectleider Marjolein Veldman van het Marokko Fonds, een organisatie die ontwikkelingshulp in Marokko stimuleert, bespeurt een trend. „Deze groep wil op maatschappelijk verantwoorde manier investeren in heel Marokko, niet alleen in het dorp waar hun ouders vandaan komen.”

Dat is logisch, meent de EVD, het agentschap van het Ministerie van Economische Zaken voor internationale handelscontacten. Marokko is als opkomende economie met een groeiende middenklasse zeer interessant voor ondernemers. Vooral in de sectoren toerisme, transport, water, landbouw- en voedingsmiddelen en duurzame energie doen zich zakelijke kansen voor.

Maar Marokko kent ook armoede, een hoge werkloosheid en een laag onderwijsniveau: bijna de helft van de Marokkaanse bevolking is analfabeet. „Je kunt je moederland niet verloochenen”, zegt Mohammed Hamdi (25), directeur van beveiligings- en installatiebedrijf TKS Solutions. De combinatie van een veelbelovend ondernemersklimaat en armoede was voor de jonge ondernemer de drijfveer om uit te breiden naar Marokko. Op de luchthaven Mohammed V van Casablanca hangen nu 25 van zijn beveiligingscamera’s op proef.

Hamdi wil bij de uitbreiding van zijn bedrijf gebruikmaken van lokale partijen en ondernemers. Hamdi: „Als je niet kunt delen, kun je ook niet vermenigvuldigen.” Abdel Karim Akoudad (36), directeur van schoonmaakbedrijf Respect Cleaning Services en twee werving-en-selectiebureaus, is hetzelfde motto toegedaan. Dit heeft alles te maken met de bedrijfscultuur in Marokko. „Zakendoen is in Marokko een emotioneler proces dan in Nederland. Een directe verkoop bestaat niet. Het sluiten van een deal vergt veel tijd en veel geduld.”

Akoudad spreekt uit ervaring. Hij voert al jaren chemische reinigingsmiddelen in naar Marokko en investeert in onroerend goed, een van de sterkst groeiende markten. Vier jaar geleden liet Akoudad voor een paar ton een appartementencomplex bouwen in de kuststad Agadir. Uiteindelijk hield hij hier, na aftrek van alle kosten, weinig aan over. Toch heeft Akoudad geen spijt. „Met een bouwproject zet je veel mensen aan het werk. Dat vind ik belangrijk.”

Onder Turkse ondernemers heerst juist een tegengestelde trend. Volgens ondernemersvereniging Hotiad nemen de investeringen in Turkije juist af. Secretaris Mehmet Özdemir, tevens directeur van Agea Verzekeringen, ziet deze trend weerspiegeld in een toename van onroerendgoedtransacties door Turken. „De laatste vijf jaar investeren meer Turkse ondernemers in Nederland door het kopen van een bedrijfspand of onroerendgoedbeleggingen.” Volgens het CBS bezat in 2005 31 procent van de Turkse allochtonen een koopwoning. Bij de Marokkanen was dit 12 procent.

„De Nederlandse markt biedt meer kansen dan de Turkse”, verklaart Ilhan Döne, directeur van groothandel Tur-Ned. International Trading. „De banden met het moederland zijn met de generaties gevoelsmatig verzwakt. Bedrijven opzetten in Turkije waar familieleden kunnen werken, zoals de eerste generatie Turken deed, gebeurt niet meer zo vaak.”

Celal Oruç van Ortel beaamt dat: „Ik heb mijn geld verdiend in Nederland, dus dat wil ik in Nederland, of in Nederlandse bedrijven in het buitenland investeren.”