Zie daar! Barentsz' spitse bergen

De vertaling van een roman over Jens Munk, een poolreisverslag van Cees Nooteboom, een nieuw boek van de niet-Eskimo Seth Kantner (zie hieronder). Je zou zeggen: Arctische literatuur is hot.

Simone Sassen en Cees Nooteboom: Ultima Thule. Een reis naar Spitsbergen. De Bezige Bij, 125 blz. € 29,80

Thorkild Hansen: Jens Munk. Vertaald door Diederik Grit en Edith Koenders. De Geus, 526 blz. € 24,90

‘Toen daalde de temperatuur, en het ijs begon opnieuw te kruien. Een ijzeren hand sloot zich om de twee houten rompen als om twee vogeleieren’, schrijft de Deense auteur en ontdekkingsreiziger Thorkild Hansen in zijn documentaire roman Jens Munk (1965). Het is een scène die angst aanjaagt. De Scandinavische ontdekkingsreiziger en zeevaarder Jens Munk (1579- 1628) geldt als een van de eerste poolreizigers die de even beroemde als beruchte Noordwestelijke Doorvaart exploreerden. In 1619 voer hij uit met twee schepen, Eenhoorn en Lamprei, om via de Straat Hudson de zeeroute naar China te vinden. Ze raken vast in het ijs, moeten overwinteren en beleven er de ‘verschrikkingen van het ijs en de duisternis’, om de Duitse auteur Christoph Ransmayr te citeren. Van de 64 bemanningsleden keren er drie behouden huiswaarts, onder wie de kapitein. IJs, kou, honger, scheurbuik, eenzaamheid, duisternis: het zijn de onweerstaanbare ingrediënten van de literatuur over de barre poolreizen.

De pas verschenen, mooie vertaling van Munks tocht is een toonbeeld van arctische literatuur. Avontuur en maritieme nieuwsgierigheid, drang de onbekende wereld in kaart te brengen en de zucht tot handeldrijven sporen de zeelieden aan hun leven te wagen. De poolstreken bezitten een ongemene bekoring.

Schrijver Cees Nooteboom en fotografe Simone Sassen traden een jaar geleden in het voetspoor van de ijs- en sneeuwreizigers uit vroeger eeuwen. Nooteboom werd vorige winter uitgenodigd het uiterste noorden van Noorwegen te bezoeken, onder meer Hammerfest, Tromsø en Spitsbergen. Doel van de reis was aandacht te vragen voor de dreigende conflicten over dit kwetsbare gebied. Rusland claimt dat zich onder de ijslaag land bevindt dat tot Russisch grondgebied behoort. Het land staat gereed om er olie en gas te winnen. Onherroepelijk zal hierdoor ernstige schade aan flora en fauna ontstaan.

Het is interessant een vergelijking te maken tussen de schrikwekkende avonturen van Jens Munk en de beschouwing van Nooteboom. De bij de tekst behorende foto’s van Simone Sassen drukken in hun ijzige eenzaamheid, hun geëtste scherpte en even sfeervolle als wilde schoonheid de onherbergzaamheid van het arctische gebied uit. In de verlatenheid van de Atlantische Oceaan doemt Spitsbergen op: besneeuwde toppen, het landschap geplooid met diepe groeven. Nooteboom noteert: ‘Mijn eerste blik op Spitsbergen is vanuit de lucht, en ik zie wat Barentsz zag: spitse bergen.’

In een fraaie mengeling van beschouwing, geschiedschrijving en reisverhaal roept Nooteboom de arctische wereld op. Hij beschrijft de sledehonden met hun onwerkelijke ijzig blauwe ogen die dwars door hem heen kijken, alsof ze willen uitdrukken dat hij hier niet thuishoort. Ook in andere passages en op andere plaatsen die Nooteboom bezoekt, ervaart hij zichzelf als een vreemdeling. Iemand die zich verbaast over de warmte van het hotel terwijl ooit hier mensen van koude en honger omkwamen.

Het bezoek aan de voormalige Russische mijnplaats Pyramiden stemt tot nadenken over de weer toenemende spanning tussen oost en west. De grens tussen Noorwegen en Rusland wordt streng bewaakt met als enig doel: wie neemt de macht over in het Noordpoolgebied? Waar lopen straks de nieuwe grenzen?

Kapitein Jens Munk voelde zich in de arctische streken allesbehalve een vreemdeling. Hij had één heilige overtuiging: dit gebied beschrijven, een naam geven en het inlijven bij het Deense koninkrijk. Vergeleken met de huidige Russische claims waarover Nooteboom bericht, is er weinig veranderd.

De roman Jens Munk vertoont in de mengeling van heroïek en naïviteit veel overeenkomst met een ander poolboek, Negentig graden noorderbreedte (Atlas, 2006) van Fergus Fleming. Het verbijsterende is dat de reizigers van toen op hun vaak aan krankzinnigheid grenzende missies geen enkele terughoudendheid aan de dag legden – het was op het suïcidale af. Jens Munk en zijn bemanningsleden joegen hun schepen over de wereldzeeën, bonden de strijd aan met ijsberen, vroren dood of overleefden op miraculeuze wijze. De Noordwest Passage hebben ze overigens niet gevonden, al waren ze er vlakbij.