Zeevarenden, verenigt u tegen piraterij

Met de kaping van de Saoedische mammoettanker Sirius Star op 15 november jongstleden werden twee records gebroken. Het was de grootste vangst van Somalische zeerovers tot dusver en zij enterden het schip op achthonderd kilometer uit de Afrikaanse kust – het bewijs dat de actieradius van de piraten tot ver in de Indische Oceaan reikt. De nationaliteit van de eigenaar bleek het schip bovendien geen bescherming te bieden. Het was via Kaap de Goede Hoop op weg naar de Verenigde Staten.

De waarde van schip plus lading komt neer op 250 miljoen dollar. Waarmee duidelijk wordt dat de kapers erin slagen zich het vermogen te verschaffen voor aankopen van hightechwapens. Met iedere vangst groeit op die manier het gevaar dat een van de drukst bevaren internationale scheepvaartroutes bedreigt. De bereidheid van reders losgeld te betalen voor het vrijgeven van schepen en bemanningen maakt de kaperij tot een lucratieve zaak waarvan het einde niet in zicht is.

De kaping van de Sirius Star was de 92ste geregistreerde aanval door Somalische piraten dit jaar, het drievoudige van het aantal belaagde schepen van vorig jaar. Zesendertig schepen werden daadwerkelijk veroverd, 22 werden tegen losgelden van een half tot twee miljoen dollar vrijgegeven. Op dit moment bevinden zich circa veertien schepen en 286 bemanningsleden in handen van zeerovers. Op 18 november nog werd The Delight, een Iraans schip varend onder Hongkongse vlag met een lading tarwe aan boord, voor de kust van Jemen door zeerovers onderschept.

Opmerkelijk is dat de kapers doorgaans in het noorden van Somalië, het zogenoemde Puntland, hun thuishaven hebben. Dit gebied heeft zich onder autonome leiders min of meer losgemaakt van de rest van het land en zich daarmee onttrokken aan de anarchie die in het zuiden heerst. Hoewel Puntland niet als onafhankelijke staat is erkend, werd de daar heersende orde tot voor enkele jaren door de buitenwereld als betrekkelijk bemoedigend ervaren. Maar de door kaping verworven rijkdommen hebben het bestuur van Puntland gecorrumpeerd. De Frankfurter Allgemeine Zeitung citeert president Adde Musa die geconfronteerd met de feiten rondom de kaperij vanuit zijn territoir reageerde met een ontspannen: „Dat klopt wel.”

Tot dusver heeft de kaperij plaats zonder aanzien des persoons. Onder de aangevallen en veroverde schepen bevinden zich exemplaren van Arabische, Iraanse en Afrikaanse nationaliteit. De bemanningen komen uit alle windstreken. Van bewezen politieke motieven is vooralsnog geen sprake. Somalië wordt in Amerikaanse kringen gezien als een gebied waar Al-Qaeda actief is. Maar de kapingen staan daar los van. Een Amerikaanse militaire woordvoerder bevestigde dat het slechts om speculaties gaat. Er is zelfs sprake van dat islamisten zich tegen de kapers keren. Amerikaanse en Europese autoriteiten zouden zich dan in merkwaardig gezelschap bevinden.

Het apolitieke karakter van de kaperij kan bestrijding eenvoudiger maken. Ten slotte zijn alle zeevarende naties potentieel doelwit van de piraten. Hoewel de Amerikanen actief zijn in de Golf van Aden, zijn zij niet de enigen die op piraten jagen en kapingen trachten te voorkomen.

Vorige week dinsdag confronteerde een fregat van de Indiase marine, de Tapar, in een nachtelijk duel drie piratenschepen zo’n 320 mijl uit de kust van Oman in de Golf van Aden. Uiteindelijk bleek het om een gekaapt Thais schip te gaan waarvan de bemanning was gegijzeld. Nadat de zeerovers het vuur hadden geopend, bracht de Tapar het verdachte schip tot zinken. Het incident geeft aan hoe gecompliceerd de bestrijding is zolang gegijzelde bemanningen als onderpand dienen.

Zeeroverij is door de eeuwen heen bedreven als uitdaging van gevestigde machten door bedreiging van hun scheepvaartroutes en plundering van hun schepen. Kaper Piet Hein hoort tot de vaderlandse canon en folklore. En in de eerste jaren van de Republiek waren schepen een gemakkelijke prooi voor de Noord-Afrikaanse, ‘Barbarijse’ zeerovers: de Republiek moest toen de bescherming missen van de Engelse vloot, zo verhaalt Admiraal Stansfield Turner, onder president Carter hoofd van de CIA, in zijn boek uit 1991 Terrorism and Democracy. Losgeld betalen om schepen en bemanningen vrij te krijgen was toen algemeen aanvaard, maar werd zoveel mogelijk stilzwijgend afgewikkeld.

Ook nu is het antwoord op de kaperij beperkt, ook al hebben de VN en EU er speciale vergaderingen aan gewijd. Deskundigen hebben al vastgesteld dat van oorlogsmarines ter plaatse geen oplossing kan worden verwacht. Somalië zelf is het probleem. Maar juist daar hebben de Amerikanen begin jaren negentig een flinke bloedneus opgelopen. Wellicht moet een coalitie tot stand worden gebracht, een die reikt over historische scheidslijnen heen. Tenslotte maken de kapers geen onderscheid. Dat kan voor de effectieve bestrijding een pluspunt zijn.

Reageren kan op nrc.nl/sampiemon

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Verenigde Staten

In de column Zeevarenden, verenigt u tegen piraterij van J.H. Sampiemon (28 november, pagina 7) staat dat admiraal Stansfield Turner in zijn boek Terrorism and Democracy schrijft dat de Republiek de bescherming moest missen van de Engelse vloot. De republiek die hier bedoeld wordt is de Verenigde Staten, niet de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.